Harry Geels: Polarisatie over box 3 – even ademhalen en uitzoomen
Harry Geels: Polarisatie over box 3 – even ademhalen en uitzoomen
Door Harry Geels
De afgelopen weken is er op social media veel discussie geweest over de goedkeuring door de Tweede Kamer van de nieuwe Box 3-belasting. Er is veel polarisatie in het debat. Toch zijn er vijf bredere invalshoeken die nauwelijks worden besproken.
In de afgelopen weken heb ik twee columns geschreven over de nieuwe box 3-belasting: één waarin ik doorrekende dat de nieuwe plannen potentieel tot hogere belasting zouden leiden, vooral bij volatiele beleggingscategorieën zoals aandelen, en één waarin ik antwoord gaf op een veelgehoorde vraag naar welk land fiscaal te emigreren. Op beide columns kreeg ik veel positieve bijval, maar er was ook kritiek. De kritiek kwam vooral van mensen die menen dat vermogens(winst)belasting nodig is om ongelijkheid tegen te gaan.
Sommigen meenden bovendien dat er niet zoveel verschil is met de vorige wetgeving, die van het forfaitaire tarief, en dat mijn analyse van de box 3-plannen dus ‘overbodig’ is. Het valt op dat het debat over box 3, en dan vooral over de suggesties om die fiscaal te optimaliseren (via box 2 of emigratie), scherpe tegenkritiek uitlokt. Dat is bijzonder, omdat fiscale optimalisatie gewoon volgens de wet is. Bovendien past emigreren binnen de EU in de geest van de Europese gedachte van ‘vrij verkeer van arbeid en kapitaal’.
1) Box 3 is een aantasting van de vermogensopbouw van de middenklasse
Laten we de berekeningen van de verschillen met de ‘vorige’ situatie nu achterwege laten. Die zijn genoeg voorbijgekomen op social media. Zowel het oude als het nieuwe systeem zijn verre van ideaal. Dat Nederland nog steeds experimenteert met de juiste regelgeving voor vermogen, bewijst dat ons land worstelt met de vraag hoe en waarom vermogen te belasten. Hoe dan ook, een belasting van 36% van (papieren of gerealiseerde) rendementen is internationaal gezien hoog. Sterker nog, het is het hoogste tarief ter wereld.
Een hoge belasting holt het rendement-op-rendement-principe verder uit. Vooral voor de middenklasse die vermogen wil opbouwen en weinig mogelijkheden heeft om fiscaal te optimaliseren, hakt het nieuwe plan er hard in. David Blitz van Robeco rekende voor dat beleggers die 8% per jaar weten te halen over een periode van 40 jaar, 70% van de rendementen aan belasting kwijt zijn. Ze hadden driemaal zo hoog (pensioen)vermogen kunnen hebben als er geen rendementsbelasting was geweest.
Het rendement-op-rendement-principe is een belangrijke manier om inflatie te kunnen compenseren. Als voorbeeld wordt in onderstaande grafiek het nominale versus het reële rendement van de S&P500 getoond sinds 1967. We zien dat er in de loop der tijd een enorm gat ontstaat tussen het nominale en het reële rendement. Vermogensbelastingen zijn dus vooral belastingen op inflatie, waar beleggers zich juist tegen willen beschermen! Het zou eerlijker zijn om reële rendementen te belasten.

2) Herverdeling leidt niet tot meer gelijkheid
Het argument van de aanhangers van de (huidige of nieuwe) vermogensbelastingen is dat we de ongelijkheid moeten tegengaan. Dit argument is wankel omdat er twee dubieuze hypothesen zijn. Ten eerste dat er grote (vermogens)ongelijkheid zou bestaan. Dat valt in Nederland heel erg mee. Als we naar de cijfers kijken, zien we dat Nederland internationaal gezien relatief egalitair is. Natuurlijk is er een kleine groep (<1%) ultravermogenden, maar die worden amper geraakt door vermogensbelastingen, in welke vorm dan ook.
De tweede aanvechtbare hypothese is dat (overheids)bestedingen van de ontvangen belastingen beter zijn voor de welvaart van de gemiddelde Nederlander dan de investeringen van beleggers en ondernemers. Ik heb eerder betoogd dat de steeds groter wordende overheid van de laatste decennia, bijvoorbeeld door lobbycircuits, niet heeft geleid tot een ‘eerlijkere’ samenleving. Bovendien geldt: hoe hoger de belastingen, hoe meer fiscale ontwijking. Belastinginning is niet lineair met een percentage.
3) Box 3 pakt de onderliggende oorzaken van ongelijkheid niet aan
Herverdeling met box 3-belastingen leidt dus niet per se tot meer gelijkheid. Aanvullend doet deze belasting ook niets aan de échte oorzaken van ongelijkheid, zoals monetair beleid en marktmacht van grote bedrijven. Als het je om gelijkheid gaat, kunnen beter de onderliggende oorzaken worden bestreden. De voorstanders van vermogensbelasting presenteren vaak een vals dilemma: als je tegen vermogensbelasting bent, ben je (blijkbaar) tegen een ‘eerlijkere’ samenleving.
Dit is een drogreden omdat je voor een eerlijkere samenleving kunt zijn, maar tegelijk kunt vinden dat box 3 daarvoor het verkeerde instrument is.
4) Nieuwe box 3 tast risiconemen aan (wat ten koste gaat van welvaart op de lange termijn)
Een vierde bezwaar tegen specifiek de nieuwe plannen is dat risiconemen minder loont. Wie bijvoorbeeld in private equity belegt, streeft, vanwege het illiquide en risicovollere karakter ervan, al snel naar 15% tot 20% per jaar. Dan neemt 36% belasting wel een erg hoge hap uit het vermogen: 36% van 20% komt bijvoorbeeld neer op maar liefst 7,2% belasting per jaar. Bovendien moet het ongerealiseerde rendement van private equity in de nieuwe plannen gewoon worden afgetikt per jaar, dit terwijl het illiquide is.
5) Nieuwe box 3 is complex (en duur)
Dan is er de complicatie van de verliescompensatie. Wie een paar jaar verlies heeft, mag dat compenseren met latere winst. Dat leidt ook tot een complexe administratie, vooral als de kosten (welke precies?) van beleggen worden meegenomen. En wat als iemand, bijvoorbeeld door een gebeurtenis in het leven, ineens niet meer wil of kan beleggen, of dat het lang duurt voordat verliezen worden goedgemaakt? Beleggers die in 2000 op de top van de Nasdaq waren ingestapt, moesten vijftien jaar wachten om het verlies goed te maken.
Tot besluit
Het heeft er alle schijn van dat de box 3-plannen midden in het debat over gelijkheid terecht zijn gekomen. We zien veel rekenvoorbeelden voorbijkomen om het eigen gelijk aan te tonen. Maar de praktijk is meestal weerbarstiger dan academische sommetjes doen vermoeden. Juist daarom is het essentieel om uit te zoomen: niet alleen naar de cijfers, maar vooral naar de beginselen van goed belastingbeleid. Het huidige box 3-plan voldoet daar niet aan. Een voorstel hoe box 3 beter ingevuld kan worden, deelde ik al eerder.
Dit artikel bevat een persoonlijke opinie van Harry Geels