Han Dieperink: Box 3, een gemiste kans van historische proporties

Han Dieperink: Box 3, een gemiste kans van historische proporties

Wet- en regelgeving Politiek
Han Dieperink (credits Cor Salverius Fotografie)

Door Han Dieperink, geschreven op persoonlijke titel

De Tweede Kamer heeft gesproken. Met negentig stemmen voor is de Wet werkelijk rendement box 3 aangenomen. Vanaf 2028 betalen Nederlanders belasting over hun werkelijke vermogensrendement in plaats van over een fictief percentage. Probleem opgelost, zou je denken. Niets is minder waar.

Wat de Kamer heeft goedgekeurd, is een gedrocht van compromissen dat vrijwel niemand tevredenstelt. Nog voordat de laatste stemmen waren geteld, legde een meerderheid vast dat het volgende kabinet met een nieuw voorstel moet komen. Een wet die bij invoering al achterhaald is: het zegt alles over de kwaliteit van wat er nu voorligt.

Belasting betalen zonder geld te hebben

Het meest absurde element van het nieuwe stelsel is de vermogensaanwasbelasting. Wie belegt in aandelen, obligaties of crypto, betaalt voortaan 36% belasting over koersstijgingen, ook als er niets is verkocht. Een belegger die rustig zijn portefeuille aanhoudt voor de lange termijn, kan na een goed beursjaar een forse aanslag ontvangen zonder dat er een cent cash beschikbaar is. De consequentie is voorspelbaar: gedwongen verkopen om de fiscus te betalen. Dat is geen vermogensbelasting, dat is vermogensvernietiging.

Tegelijkertijd geldt voor vastgoed wél een vermogenswinstbelasting, waarbij pas bij verkoop wordt afgerekend. De vastgoedbelegger kan zijn vermogen rustig laten groeien, terwijl de aandelenbelegger elk jaar de portemonnee moet trekken. Wie deze ongelijkheid kan uitleggen zonder in budgettair jargon te vervallen, verdient een medaille.

De kleine belegger als slachtoffer

In de publieke communicatie klinkt het geruststellend: de eerste 60.000 euro blijft belastingvrij. Maar dat geldt alleen bij een rendement van 3%. Het nieuwe stelsel vervangt namelijk de vermogensvrijstelling door een heffingsvrij resultaat van 1.800 euro. Bij 6% rendement is echter nog slechts 30.000 euro effectief vrijgesteld, bij 9% nog maar 20.000 euro. De kleine belegger die een goed jaar heeft, betaalt vanaf een veel lager vermogen meer dan de spaarder die zijn geld veilig op de bank laat staan.

Nederland is al een land van spaarders met bijna vierhonderd miljard euro dat renteloos ligt te verstoffen. Vanuit economisch perspectief is dat fnuikend: geld op spaarrekeningen draagt nauwelijks bij aan productieve investeringen. Het nieuwe stelsel versterkt deze scheefgroei door beleggen te ontmoedigen en sparen te belonen.

De terugkeer van de fictie

Het wordt nog absurder. Voor niet-verhuurde woningen introduceert de wetgever een forfaitaire bijtelling van 3,35% over de WOZ-waarde. Een tweede woning die leegstaat of tijdelijk onbewoonbaar is, levert geen huurinkomsten op, maar wordt fiscaal wel belast alsof dat het geval is. De Wet werkelijk rendement introduceert zo precies de fictie die zij zou moeten afschaffen. Je kunt het niet verzinnen.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat vrijwel iedereen weet wat hier speelt. Het huidige tijdelijke regime kost de schatkist jaarlijks ruim twee miljard euro en is juridisch kwetsbaar na het Kerstarrest. De politieke keuze was beperkt: dit gebrekkige voorstel of een nog duurder vacuüm. Box 3 levert vier tot vijf miljard euro per jaar op en dat geld kan de overheid niet missen. Maar is dat werkelijk zo?

Het alternatief dat niemand durft uit te spreken

Stel dat Nederland box 3 volledig zou afschaffen. Revolutionair? Zeker. Onhaalbaar? Allerminst.

Nederland heeft de afgelopen decennia een gestage stroom vermogende burgers zien vertrekken naar België, Zwitserland, Portugal en andere fiscaal vriendelijker oorden. Niet omdat zij niet van hun land hielden, maar omdat de vermogensbelasting hen dwong te kiezen tussen loyaliteit en verstand. Afschaffing van box 3 zou deze trend in één klap omkeren.

De Nederlandse economie bedraagt ruwweg duizend miljard euro. 1% extra groei door terugkerende Nederlanders en nieuw aangetrokken Europeanen die ons land als aantrekkelijk alternatief zien, levert al snel tien miljard euro op. Daarvan gaat gemiddeld 40% naar de staatskas via inkomstenbelasting, btw en andere heffingen. Dat is vier miljard euro, precies de opbrengst van box 3. Bij 2% extra groei levert afschaffen zelfs aanzienlijk meer op dan handhaven. En dan hebben we het nog niet over de indirecte effecten: meer investeringen, meer werkgelegenheid, meer innovatie, een aantrekkelijker vestigingsklimaat voor ondernemers en talent.

De rekening die niet wordt gemaakt

De tragiek is dat deze berekening in Den Haag niet wordt gemaakt. De vier tot vijf miljard uit box 3 staat keurig in de begroting. De gemiste groei door vertrekkende vermogende Nederlanders niet. De kosten van een complex belastingstelsel dat miljoenen burgers dwingt tot ingewikkelde aangiftes niet. De maatschappelijke kosten van een land dat sparen beloont en investeren bestraft niet. Box 3 is geen vermogensbelasting. Het is een emigratiebelasting, betaald door degenen die blijven.

Conclusie

De Tweede Kamer had de kans om een fundamentele keuze te maken. In plaats daarvan kozen negentig Kamerleden voor een halfbakken compromis dat over twee jaar alweer op de schop moet. Een stelsel dat papieren winsten belast, kleine beleggers benadeelt, en bij vastgoed opnieuw ficties introduceert. Een stelsel dat, in de woorden van de Kamer zelf, slechts een tussenstap is.

Het afschaffen van box 3 blijft de beste oplossing. Niet ondanks de budgettaire consequenties, maar juist vanwege het economische potentieel. Een land dat zijn vermogende burgers verwelkomt in plaats van verjaagt, hoeft zich over de belastingopbrengst geen zorgen te maken. Die komt vanzelf, via groei in plaats van via heffing. Maar ja, dat vraagt om politieke moed. En die stond niet op de agenda.