Ronde tafel 'Specialty Finance & Opportunistic Credit'
Specialty finance vormt in veel gevallen een goede aanvulling op traditionele kernallocaties. Binnen deze asset class bestaat een breed palet aan beleggingen. Transparantie richting de belegger en over het product is van groot belang.
Door Hans Amesz
|
Voorzitter: Jason Proctor, Troviq Private Markets Deelnemers: Pascal Böni, Tilburg University Egbert Bronsema, Aegon Asset Management Robin Challis, Pemberton Asset Management Lalantika Medema, PIMCO Sachin Patel, Neuberger Berman Srdjan Vlaski, StepStone Group |
Hoe definiëren jullie specialty finance en opportunistic credit en waarin verschillen deze categorieën van elkaar? In hoeverre wijken ze af van traditionele private credit wat betreft risico, rendement, liquiditeit en complexiteit?
Lalantika Medema: ‘Als we speciality finance vergelijken met andere asset classes, denk ik dat het onderliggende risico veel diverser is. De categorie stelt je in staat te profiteren van allemaal verschillende segmenten of het nu hypotheken, autoleningen of creditcards zijn en van duizenden onderliggende leningen, in plaats van één enkel bedrijf of onroerend goed. Om al die leningen adequaat te kunnen beoordelen, is een aanzienlijke hoeveelheid gegevens nodig. Bij specialty finance, op een unlevered, voor verliezen gecorrigeerde basis, is het rendementspotentieel gemiddeld in de hoge enkele cijfers, en met leverage in de dubbele cijfers. Bij opportunistic credit kan het leverage-effect het rendementspotentieel ook naar de dubbele cijfers opstoten.’
Egbert Bronsema: ‘Door die diversificatie in specialty finance kan er een portefeuille met brede mogelijkheden worden opgetuigd. Dit hoeft niet te betekenen dat er geen idiosyncratisch risico bestaat, maar het betekent ook niet noodzakelijkerwijs een rendementsverlies. Zonder leverage kunnen er stabiele rendementen gegenereerd worden die over het algemeen hoger zijn dan die van traditionele assets, zoals bij bedrijfsobligaties of directe niet-bancaire kredieten. De liquiditeit in specialty finance kan bovendien beter zijn dan bij directe niet-bancaire kredietverlening en opportunistic credit.’
Srdjan Vlaski: ‘Wij definiëren specialty credit over een reeks sectoren en structuren, met een focus op kredietverlening gedekt door harde valuta, financiële assets en geselecteerde bedrijfsleningen, zoals in healthcare, software en venture lending, waarbij waarde voornamelijk wordt gedreven door immateriële assets. Dit omvat een breed scala aan kredietactiviteiten in de economie, waaronder consumentenkrediet, NAV-leningen, transportfinanciering inclusief luchtvaart en scheepvaart, equipment finance en leasing – kortom alle vormen van kredietverlening die worden gedekt door identificeerbaar onderpand. Over het algemeen verwijst private credit voor ons naar meer traditionele, op cashflow gebaseerde bedrijfsleningen, terwijl specialty credit wordt gekenmerkt door asset based underwriting, structurele bescherming en risicobeperking gericht op onderpand.’
Robin Challis: ‘Bij opportunistic credit denken mensen vaak aan distressed assets. Dit zijn obligaties of leningen die tegen 50% van de nominale waarde verhandeld worden, maar de opportunistic credit-markt is veel groter dan dat. Wij kijken in tijden van stress naar leningen in performing companies waarbij de syndication mislukt is en wij de lening misschien rond de 90% van de nominale waarde over kunnen nemen. Daarnaast kijken we in stabiele markten naar leningen aan bedrijven die behoefte hebben aan een flexibele oplossing, bijvoorbeeld door first lien te combineren met een equity-positie. Wij zoeken naar de beste relative value over de cyclus heen. Als je alleen naar distressed zou kijken, zijn er ook lange periodes waarin er misschien niks te doen is.’
Zijn er sectoren in specialty finance of opportunistic credit die mainstream zijn geworden in de institutionele beleggingswereld, of zullen die er komen?
Bronsema: ‘Je ziet dat steeds meer institutionele beleggers de markt weer omarmen, simpelweg vanwege de aard van de financiering namelijk die van de echte economie, dat wil zeggen de financiering van kleine en middelgrote ondernemingen en de consument. Bovendien kan de financiering ook specifiek op hun ESG-beleid worden toegespitst, waarin de financiering gericht is op specifieke bedrijven of specifieke sectoren binnen hun ESG-kader, bijvoorbeeld op impactleningen. Dit is meer mainstream geworden.’
Pascal Böni: ‘Financiering op basis van intellectuele eigendomsrechten is, denk ik, op weg om meer ingeburgerd te raken, samen met insurance-linked financiering en procesfinanciering. Dit zijn brede vormen van specialty finance. Wat ik verder meer zie opkomen, is datacenter- of digitale infrastructuurfinanciering, gedreven door de significante AI-vraag naar infrastructuur. Het is erg moeilijk om het risico van deze financieringstransacties in te schatten, omdat er maar weinig data beschikbaar is. Als het gaat om het systematisch risico van credit funds, dat wil zeggen hun blootstelling aan benchmarks, begrijpen we de rendementen van private credit funds pas sinds kort wat beter. Er is meer empirisch onderzoek nodig.’
De opportunistic credit-markt is veel groter dan alleen distressed assets
Sachin Patel: ‘De meeste van de genoemde assets zijn al heel lang mainstream. Er worden al decennialang leningen verstrekt aan consumenten, aan kleine en middelgrote bedrijven, voor auto’s, enzovoort. Dit zijn voor het grootste deel heel gangbare asset classes. De enige echte structurele verandering is dat de banken de instellingen waren die de oorsprong van deze assets in handen hadden en ze financierden via hun balansen, waarvan ze nu zijn verdwenen. Het is dus niet zo dat er een nieuw soort kredietproduct is gecreëerd dat nog nooit eerder bestond. Ik denk dat het merendeel van de assets heel erg mainstream is. Slechts een minderheid zou ik classificeren als een nieuw type investeringen, en daar vallen onder meer datacenters onder, simpelweg omdat er een gebrek is aan trackrecords. De structurele trend waarbij assets van de balansen van banken naar niet-bancaire kredietverlening verschuiven, is in een gestaag tempo doorgegaan, aangedreven door regelgevende beperkingen. Tegelijkertijd hebben de banken hun aanpak veranderd. Nu zie je dat de grote banken hele leningen kopen op basis van toekomstige kasstromen, bijna in directe concurrentie met niet-bancaire kredietverstrekkers, hoewel ze zich sterk richten op het prime-segment van de markt. In grote lijnen denk ik dat de assets heel standaard en traditioneel zijn, voor het grootste deel niet bijzonder exotisch of nieuw. Maar het beleggersbestand is geëvolueerd, van opportunistisch naar wat volgens mij nu heel mainstream is.’
Wat voor rendement kunnen beleggers verwachten van opportunistic credit of specialty finance en waarom zijn kredietnemers bereid meer te betalen voor dit soort leningen?
Challis: ‘Voor onze meer opportunistische fondsen mikken wij op rendementen over de cyclus heen van 10-14% zonder leverage. Maar het varieert van geval tot geval, afhankelijk van welke aanpak je probeert te volgen. Voor distressed debt is de rendementsdoelstelling hoger. Het andere punt waar je naar moet kijken, is hoe leverage wordt toegepast, omdat dat het rendement aanzienlijk kan beïnvloeden. Kredietnemers zullen bereid zijn gemiddeld misschien wel 3% meer te betalen, als je hen de flexibiliteit geeft voor ongeveer een jaar, om iets te doen dat toegevoegde waarde biedt, bijvoorbeeld in het uitrollen van een groeistrategie.’
Bij specialty finance is het onderliggende risico veel diverser dan bij traditionele asset classes
Vlaski: ‘Over het algemeen bieden specialty credit-investeringen momenteel ongeveer 150 tot 200 basispunten extra spread ten opzichte van een traditionele direct lending-strategie. Voor cliënten die de specialty credit-sector betreden, is deze premie aantrekkelijk, omdat het ook zinvolle diversificatie biedt, weg van portefeuilles met bedrijfsleningen, en kan fungeren als een gedeeltelijke vervanging voor private equity-exposure. Kredietnemers zijn bereid hogere spreads te betalen vanwege de schaarste aan kapitaal dat beschikbaar is voor specialty credit-transacties en vanwege de complexiteit die gepaard gaat met het beoordelen van deze op maat gemaakte, door assets gedekte en gestructureerde deals.’
Waar liggen momenteel de meest aantrekkelijke kansen, gecorrigeerd voor het risico, en hoe is het aanbod aan kansen de afgelopen twaalf tot achttien maanden veranderd?
Lalantika Medema: ‘Een van de belangrijkste overwegingen is dat we geen vaste allocaties naar de verschillende sub-segmenten hebben. Dus, als we de kansen zien verschuiven, hebben we de flexibiliteit om vrij snel te reageren en bij te sturen vanuit een sectorperspectief. We zijn positief over woningkredieten, met name in de Verenigde Staten, waar we geloven dat de fundamenten in die markt sterk blijven. Op het gebied van woningkredieten geloven wij dat je mogelijk kunt profiteren van lage Loan-to-Value (LTV)-ratio’s, een sterke consumentenbasis en de dynamiek van een beperkt woningaanbod met een sterke vraag. Wat betreft hypotheken is de focus verschoven van het afsluiten van nieuwe hypotheken naar tweede hypotheken en overbruggingskredieten. Kredietnemers die een eerste hypotheek met een lage rente hebben, willen in hun woning blijven, maar wel toegang krijgen tot een deel van het opgebouwde eigen vermogen om hun huis op te knappen of te renoveren. De gebieden waar we ons aan de consumentenkant verder op richten, zijn onder andere studieleningen en Marketplace Loans (MPLs) voor consumenten.’
Patel: ‘Vroeger, zo’n drie, vier jaar geleden, was er een behoorlijk verschil in rendementen tussen verschillende sub-asset classes en delen van de kapitaalstructuur. Maar omdat er een stortvloed aan kapitaal in de markt is gekomen, zijn die verschillen vrijwel verdwenen. Dat heeft ertoe geleid dat wij zijn afgestapt van de core-asset classes en meer hebben gezocht naar opportunistische deals. Dit is, gezien de macro-economische achtergrond en de politieke omgeving, echter aan het veranderen. Ik denk dat beheerders selectiever zullen worden, ze zullen risico’s beter gaan inprijzen, en we zouden de spreiding in rendementen weer moeten zien terugkeren. Ik ben dus vrij optimistisch over de komende twaalf maanden.’
Robin Challis: ‘Wij zien kansen bij bedrijven die op dit moment een syndicated loan hebben, waarbij het in volatielere tijden moeilijker kan zijn om die leningen te verlengen. Wij zijn als verstrekker van leningen op zoek naar bedrijven met een positieve kasstroom, zodat zij de hoofdsom met de verschuldigde rente ook daadwerkelijk terug kunnen betalen. Er wordt de laatste tijd veel gesproken over de softwaresector, waar door partijen geld is verstrekt zonder dat de benodigde kasstromen aanwezig waren.’
Zonder leverage kunnen stabiele rendementen worden gegenereerd die doorgaans hoger liggen dan bij traditionele assets.
Vlaski: ‘Wat vaak over het hoofd wordt gezien, is dat het identificeren van kansen in het heden en het alloceren van kapitaal aan fondsen niet betekent dat dezelfde kansen beschikbaar zullen zijn in de komende twaalf tot achttien maanden. Daarom is flexibiliteit in portefeuillebeheer essentieel. Wij bieden onze cliënten doorgaans twee keuzemogelijkheden om kapitaal te heralloceren. Ten eerste kunnen wij commitments heralloceren en ten tweede kunnen we portefeuilles herpositioneren via de secundaire markt, die steeds meer liquide is geworden, met name in private credit. Deze flexibiliteit stelt beleggers in staat om portefeuilles actief te herpositioneren en voegt een belangrijk instrument toe aan het gereedschap van de belegger om nieuwe kansen te benutten. Het vertegenwoordigt een meer dynamische benadering van portefeuillebeheer in private markten.’
Patel: ‘Wij richten ons op kansen met een hele korte looptijd en een hoog rendement. Hypotheken en infrastructuur laten we dan ook bewust links liggen. We houden ons ook niet bezig met vastgoed, wat een groot deel uitmaakt van wat zogenoemde beta-beheerders doen, omdat dat de manier is waarop veel grotere fondsen in deze sector worden beheerd. We zijn zeer opportunistisch en richten ons op individuele assets en individuele transacties die op zichzelf zinvol zijn, en zullen daarom dynamisch schakelen tussen sub-asset classes om het hoge rendement van de onderliggende assets te beschermen. We zijn gefocust op de vraag waar we op zeer korte termijn de beste relatieve waarde zien.’
Bronsema: ‘Over het algemeen denk ik dat er binnen specialty finance een divers palet aan beleggingen bestaat die al dan niet geschikt zijn voor verschillende typen beleggers. Dit betekent ook dat ze moeten worden aangeboden in een instrument dat in staat is om de gewenste liquiditeit aan de belegger aan te bieden. Transparantie naar die belegger en over het product is daarbij van groot belang.’
Medema: ‘Specialty finance vormt in veel gevallen een goede aanvulling op traditionele core allocaties. Ik denk dat de combinatie van cash flows met een kortere looptijd, dekking door fysieke assets, en uiteindelijk gedifferentieerde kasstromen de belangstelling van beleggers voor deze asset class stimuleert.’
Heeft de huidige olie-situatie invloed op de markten waarop jullie je richten?
Challis: ‘De olieprijs heeft zeker grote gevolgen, maar ik denk wel dat die snel in de portefeuilles kunnen worden gekwantificeerd. Je kunt contact opnemen met al je kredietnemers, uitzoeken hoeveel van hun kostenbasis uit olie bestaat, enzovoort. Je kunt de directe impact van de energiekosten vrij snel berekenen en zien hoe ze zijn afgedekt. Ik denk dat het langer zal duren voordat de secundaire impact zich manifesteert, dus alles wat te maken heeft met consumptie, de druk op de consumenten en dat soort zaken. De vraag is nu: hoe groot is de schade en hoelang duurt het nog voordat de prijzen weer dalen? Zodra daar meer duidelijkheid over is, zullen er duidelijke winnaars en verliezers zijn, omdat sommige landen heel goed zullen presteren dankzij de hoge olieprijs en andere juist slecht. Dat geldt ook voor bedrijven, afhankelijk van hun specifieke segment. We houden nauwlettend in de gaten hoe de zaak zich ontwikkelt en wat de uitkomsten zijn, want ik denk dat er volop beleggingskansen zullen zijn.’
Specialty credit biedt momenteel circa 150 tot 200 basispunten extra spread
Medema: ‘Veel van wat we doen, of het nu in de Verenigde Staten of Europa is, wordt echt onderbouwd door een aanzienlijke hoeveelheid data, stresstests op basis van een aantal verschillende factoren, en uiteindelijk door zeer zorgvuldig en gedisciplineerd te zijn bij de inzet. We hebben gezien dat tijdens extreme periodes van stress alles uiteindelijk veel sterker gecorreleerd is dan je zou verwachten. Vanuit dat perspectief is het hebben van een meer gediversifieerde pool van onderpand een voordeel. Ten slotte kan leverage het rendementspotentieel verhogen, maar daar moet ook voorzichtig mee worden omgegaan.’
Wat is jullie visie op leverage?
Bronsema: ‘In de huidige markt, waar de verwachting is dat de rente stijgt, kan het zijn dat de financiering te duur is geworden. Als er tegelijkertijd meerdere partijen zijn die dezelfde assets met vreemd vermogen hebben gefinancierd, kan er sprake zijn van gedwongen verkopen en dat zal de prijzen van die assets natuurlijk drukken. Aangezien de looptijden van de assets en liabilities kunnen verschillen, is het belangrijk deze zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen. Het hangt dus echt af van het type asset dat je daadwerkelijk wilt financieren met vreemd vermogen. Je moet heel voorzichtig zijn, niet alleen ten aanzien van kredietverstrekkers, maar ook door te kijken naar wat anderen op de markten doen, want je kunt een punt bereiken waarop iedereen door dezelfde deur rent, en zijn onderpand, dat met vreemd vermogen is gefinancierd, begint te verkopen.’
Zijn er proactieve maatregelen die de sector kan nemen om de grote uitdagingen die in deze sector naar voren zijn gekomen aan te pakken en de veerkracht te vergroten?
Sachin Patel: ‘Het belangrijkste om misverstanden, zoals bijvoorbeeld double pledging, te beperken, is transparantie. Ik denk niet dat we zouden samenwerken met een bedrijf dat niet transparant is over alle verschillende financieringslijnen en ons niet zou laten zien welke margin calls ze elders hebben. Daar zijn meerdere redenen voor. Ten eerste wil je er zeker van zijn dat je hetzelfde rendement behaalt als een andere kredietverstrekker die in wezen dezelfde assets financiert als jij, en dat er geen adverse selection plaatsvindt in de creditportefeuilles. De tweede reden is simpelweg om controles op dubbele verpanding uit te voeren, een meer diepgaande due diligence aan de asset-zijde. Ik denk dat dat iets is wat een nieuwe industriestandaard zou moeten zijn, een minimumnorm voor alle transacties voor alle beheerders.’
Srdjan Vlaski: ‘Een van de essentiële taken van de audit was het verifiëren van het bestaan van de onderliggende assets. In de toekomst zullen asset-verificatie en daaraan gerelateerde controles naar verwachting onder verscherpt toezicht komen te staan, vooral gezien de vermeende fraudezaken die we onlangs hebben gehad. Wij verwachten dat general partners samen met serviceproviders een meer actieve rol zullen gaan spelen bij het stimuleren van standaardisatie in de sector. Over het algemeen gaat de markt de goede kant op met strengere kredietvoorwaarden en beter toezicht.’
Welke rol moeten specialty finance en opportunistic credit spelen in een institutionele portefeuille en hoe moeten beleggers omgaan met risico, diversificatie en schaalbaarheid? Hoe gediversifieerd is het universum in de praktijk en vanaf welk punt worden capaciteitsbeperkingen van betekenis?
Medema: ‘Een bredere geografische spreiding is iets dat steeds meer naar voren komt als we kansen met klanten bespreken. We beoordelen kansen vanuit een risico-rendementsperspectief, ongeacht de regio. Het gaat er bovenal om of we voor het risico worden gecompenseerd. In het verleden waren er misschien meer kansen in de Verenigde Staten en klanten zoeken nu naar manieren om elders kansen te benutten.’
Böni: ‘We hebben veel meer data nodig om inzicht te krijgen in de rendementskarakteristieken van specialty finance assets, hoe hun rendementen zich verhouden tot systematische risicofactoren, enzovoort. Een aspect bij het opnemen van specialty finance-producten in de portefeuille is de vraag in hoeverre een institutionele belegger daadwerkelijk over een eigen team beschikt om specialty assets te analyseren, in tegenstelling tot beleggingen in standaard credit assets, zoals direct lending-fondsen. Maar vanuit een data- en researchperspectief is het te vroeg om het te hebben over gedegen wetenschappelijke prestatieanalyses. Beslissingen over de assetallocatie met betrekking tot specialty assets zijn inherent moeilijk, aangezien we allemaal te maken hebben met een beperkte steekproef. Hoewel we inmiddels een goed beeld hebben van de prestatiekenmerken van fondsen die zich richten op directe kredietverlening, mezzanine financiering, special situations en noodlijdende schulden, is er nog steeds maar weinig data beschikbaar over specialty finance. Als gevolg hiervan zijn de ware karakteristieken van specialty finance asset classes grotendeels onbekend.’
Vlaski: ‘Als gezegd, wij zien specialty credit als een steeds belangrijker wordende diversificatiepositie. Wij geloven ook dat deze diversificatie nu interessante, voor risico gecorrigeerde rendementen oplevert. In navolging van Böni’s opmerkingen over de beschikbaarheid van data: het kost tijd om via data empirisch bewijs te verkrijgen, en je hebt een paar cycli nodig. Wij zijn een datagestuurd bedrijf, en hebben recent met een ander bedrijf een initiatief gelanceerd in de private credit buy-out-markt om nieuwe fundamentele benchmarks te ontwikkelen die in het verleden ontbraken. Dit initiatief weerspiegelt ons streven naar meer transparantie en betere beschikbaarheid van data in de hele markt.’
Asset-based lending groeit als kernpositie in institutionele portefeuilles.
Bronsema: ‘Wij beschikken over eigen interne modellen om de betreffende data te beoordelen en na te gaan wat er daadwerkelijk gebeurt binnen allerlei verschillende soorten leningen, of het nu gaat om het mkb, grote ondernemingen of consumenten. Daarvoor is transparantie heel erg belangrijk. Het gaat niet alleen om de activazijde, het gaat natuurlijk ook om de leningverstrekkers. Hoe gedetailleerd zijn de data met betrekking tot historische kwaliteit van de leningen? Hoe ziet hun trackrecord eruit? Maken ze gebruik van specifieke acceptatierichtlijnen en zijn die dynamisch? Ook hier is transparantie cruciaal.’
Patel: ‘Na de coronacrisis, toen de rente aan de korte kant van de curve steeg, hoefden beleggers hun geld niet meer voor vijf tot tien jaar vast te zetten om rendement te maken. Veel beleggers waren er actief naar op zoek om de looptijd van hun private credit-portefeuilles te verkorten. Als je kijkt naar de verschillende asset classes die vastrentende waarden met een korte looptijd kunnen opleveren en een betrouwbaar vastrentend element bieden, zou ik zeggen dat asset-based lending daar echt is gegroeid. We zien een verschuiving van directe kredietverlening naar asset-based credit en asset-based financiering om twee dingen te doen: ten eerste om te diversifiëren weg van corporate credit, en ten tweede om de looptijd van de totale private credit-portefeuille te verkorten. Asset-based credit wordt, denk ik, een kernpositie in vrijwel alle institutionele portefeuilles.’
Hoe schaalbaar zijn de kansen, zowel wat betreft de fundamentele kapitaalvereisten als wat betreft de haalbaarheid van het inzetten van kapitaal bij beheerders?
Medema: ‘We hebben te maken met een langdurige terugtrekking van zowel de kant van de banken als van de kant van de initiators. Uiteindelijk denk ik dat kredietverstrekkers zich realiseren dat ze efficiëntere balansen kunnen voeren door samen te werken met privaat kapitaal, terwijl ze tegelijkertijd hun bereik uitbreiden en toegang krijgen tot een grotere groep kredietnemers. Vanuit het perspectief van een beheerder moet je veel kritischer zijn over waar je uiteindelijk aan leent of in investeert. Specialty finance is een structureel onderdeel van private credit geworden. Ik denk dat dit ook wijst op de behoefte van beleggers aan dit soort asset classes op de lange termijn en het geeft hen de flexibiliteit om te schakelen tussen de verschillende kansen.’
Challis: ‘Ik denk niet dat men in fondsen wil zitten die het niet lukt om geld van LPs te investeren of na drie jaar slechts 30% hebben geïnvesteerd. Dat is de reden waarom opportunistic credit-fondsen een maximum aan omvang hebben: de investeringsmogelijkheden zijn per definitie beperkt. Wij beperken ons tot deals in de mid-market en als je dan vlot wilt investeren in goede deals, is de maximale fondsomvang rond de drie miljard euro.’
Pascal, wil je toelichten waarom je in de toekomst een daling in het rendement van private credit-fondsen verwacht?
Böni: ‘Op basis van de beschikbare kasstroom van in wezen een wereldwijde verzameling private credit-fondsen, heb ik hun kwartaalcijfers gedurende een zeer lange periode voortdurend geanalyseerd. Gebaseerd op deze kwartaalrendementsgegevens, die je kunt samenstellen aan de hand van intrinsieke waarden en de kasin- en -uitstromen, vergelijk ik de tijdreeksen van kwartaalrendementen en trek daaruit conclusies. Je ziet dat na Covid het rendement van private credit-fondsen aanzienlijk is gedaald. Er is een trend in de markt die gemiddelde rendementen naar beneden heeft gedrukt, waardoor ze vrij dicht in de buurt komen van die van high yield-obligaties. Dit geldt alleen voor de Verenigde Staten, Europa heb ik nog niet bekeken en APAC beschikt niet over zoveel gegevens. Het gaat om zo’n driehonderd grote Amerikaanse fondsen.’
Challis: ‘Beleggers zijn, denk ik, op zoek naar hogere rendementen in segmenten en regio’s, zoals Europa, waar de concurrentie tussen verstrekkers van leningen minder sterk is. LPs willen hogere rendementen halen door iets andere dingen te doen, zoals meer flexibiliteit bieden of verschillende elementen in een faciliteit combineren, waardoor de kredietnemers doelen kunnen realiseren.’
Böni: ‘Als vuistregel geldt dat als het gemiddelde rendement van een credit fund daalt, ik zou verwachten dat ook de spreiding rond dat gemiddelde naar beneden verschuift. Dus het verschil tussen private credit-vehikels en de liquide markten wordt kleiner. De extra marge die je krijgt, wordt geringer, in ieder geval op de Amerikaanse markt, waarschijnlijk vanwege concurrentie tussen grotere fondsen.’
De bewijslast dat specialty finance structureel alpha genereert, is nog niet overtuigend geleverd.
Challis: ‘Als je te maken hebt met rond de 300 fondsen die allemaal op dezelfde soort deals jagen, dan zal door de grote concurrentie het rendement afnemen. Het is daarom interessant te kijken naar de spreiding in rendementen tussen de goed presterende en minder goed presterende managers en strategieën, want de grotere steekproef zal alles uitmiddelen.’
Böni: ‘Interessant genoeg blijkt uit onderzoek naar de alphas en betas van reguliere credit funds dat de alpha zowel economisch als statistisch significant is. Vanuit een alpha-perspectief zijn mainstream credit funds zeer interessant en zouden die in de portefeuille van een institutionele belegger moeten zitten. Voor specialty finance en opportunistic credit is, voor zover ik weet, de bewijslast nog steeds niet geleverd. Deze fondsen hebben nog niet op overtuigende wijze aangetoond dat ze, na aftrek van kosten, een blijvende voor risico gecorrigeerde alpha genereren.’
|
IN HET KORT Bij specialty finance is het onderliggende risico, in vergelijking met andere asset classes, doorgaans veel diverser. Door de diversificatie in specialty finance kan een portefeuille met brede mogelijkheden worden opgetuigd. Bij opportunistic credit wordt vaak aan distressed assets gedacht, maar de opportunistic credit-markt is veel groter dan dat. Over het algemeen bieden specialty creditinvesteringen momenteel ongeveer 150 tot 200 basispunten extra spread ten opzichte van een traditionele direct lendingstrategie. Er zijn veel meer data nodig om inzicht te krijgen in de rendementskenmerken van specialty finance assets. |
|
Jason Proctor Jason Proctor is medeoprichter van Troviq en lid van de investeringscommissie van het bedrijf. Hij heeft zich in zijn carrière gericht op investeringen in private market-fondsen, co-investeringen en secundaire markten, en werkte eerder bij StepStone en Partners Capital. |
|
Pascal Böni Pascal Böni is Professor of Practice in Finance & Private Markets aan de Tilburg School of Economics and Management, en Managing Director van het Tilburg Institute for Private Markets (TIPM). Hij is ook Associate Professor of Finance bij TIAS en zit in verschillende raden van bestuur, waaronder de Swiss Association of Securities Firms. Hij behaalde zijn PhD in Finance aan de Universiteit van Tilburg. |
|
Egbert Bronsema Egbert Bronsema is Senior Investment Manager in het Europese ABS-team en werkt sinds 2016 bij Aegon Asset Management. Daar- voor werkte hij 11 jaar in het Structured Finance-team van IMC Asset Management. Bronsema is sinds 2005 actief in de sector en heeft een masterdiploma in Bedrijfseconomie en Kwantitatieve Economie van de Universiteit Maastricht. |
|
Robin Challis Robin Challis is Deputy Head Portfolio Management en Portfolio Manager voor de European Strategic Credit-strategie bij Pemberton Asset Management. Daarnaast is hij lid van de Credit Review en ESG-commissies van de firma. Voor zijn komst naar Pemberton in 2016 was hij Head of Credit Strategy voor het Special Situationsteam bij RBS. Hij begon zijn carrière bij KPMG in Londen. |
|
Lalantika Medema Lalantika Medema is Executive Vice President en Alternative Credit Strategist bij PIMCO, verantwoordelijk voor credit alternatives en strategieën met betrekking tot hypo- theken en onroerend goed. Eerder werkte ze in het portfolio management-team en richtte ze zich op Mortgage-Backed Securities en residen- tiële leningen. Voor- dat ze in 2006 bij PIMCO kwam, werkte ze bij Deutsche Bank, waar ze zich specialiseerde in collateralized debt obligations (CDO’s). |
|
Sachin Patel Sachin Patel trad in augustus 2022 in dienst bij Neuberger Berman als Managing Director van het Specialty Financeteam. Daarvoor richtte hij de Global Capital Marketsgroep op bij Funding Circle Holdings Plc. Eerder werkte hij bij de Insurance & Pensions ALM Solutions-divisie van Barclays Capital. Patel begon zijn carrière in de cross-asset structured productsdivisie bij JPMorgan. Hij behaalde een MPhys in Natuurkunde aan de Universiteit van Oxford. |
|
Srdjan Vlaski Srdjan Vlaski is Managing Director van het private debt-team bij StepStone, waar hij zich richt op specialty finance credit strategies en secondaries. Vlaski behaalde zijn master in financiën aan de Universiteit van Lausanne en is een Chartered Financial Analyst (CFA). |
Lees het verslag in Financial Investigator magazine






