Gerd-Jan van Wiggen: Van private credit naar publieke crisis

Gerd-Jan van Wiggen: Van private credit naar publieke crisis

Private Debt

Door Gerd-Jan van Wiggen, Partner bij Probability & Partners

Na jaren van mooie rendementen en verwachtingen, zien we de afgelopen maanden onrust ontstaan op de private credit-markten. Sinds de faillissementen van First Brands en Tricolor vorig jaar is de aandacht voor de kwaliteit van private credit-exposures enorm toegenomen. De zorg bestaat dat standaarden voor acceptatie en monitoring van kredieten te laag liggen en dat private credit-portefeuilles daardoor mogelijk veel leningen bevatten waarop niet of beperkt wordt terugbetaald.

Deze zorg heeft tot uitstroom geleid bij diverse private credit-fondsen. Sommige partijen, bijvoorbeeld Blue Owl, hebben aanvragen voor terugbetalingen van investeerders moeten beperken of bevriezen, omdat de onderliggende leningen illiquide zijn en de mogelijkheden om investeerders terug te betalen beperkt zijn. Daarnaast is een aantal grote banken sinds kort gaan handelen in CDS-en op flagship private credit-fondsen van Blackstone, Apollo Global en Ares Management.

Staan we op het punt van een nieuwe systeemcrisis?

De vergelijking met de financiële crisis in 2008 wordt inmiddels vaak gemaakt. Destijds stond er ruim USD 1 biljoen uit aan sub-prime hypotheken. Soepele verstrekkingsnormen, beperkte transparantie inzake de kwaliteit van onderliggende exposures en het uitgebreid (her)verpakken van deze leningen leidden ertoe dat het onduidelijk was waar in het systeem de risico’s zaten en wat de omvang ervan was totdat het daadwerkelijk mis ging.

Trekken we parallellen met private credit nu, dan zijn er zeker overeenkomsten met de situatie van voor 2008. Er staat nu voor ruim USD 2 biljoen aan private credit uit. Hoewel dit bedrag in dezelfde orde van grootte ligt als de sub-prime hypotheken, gaat de vergelijking deels mank. De exposures binnen private credit zijn over verschillende soorten sectoren en tegenpartijen verdeeld, waardoor er meer heterogeniteit in deze groep zit. Maar bepaalde deelconcentraties kunnen zeker problematisch zijn.

Na de financiële crisis zijn de normen voor het verstrekken en monitoren van leningen, de waarderingsmethodieken, de accounting- en kapitaalregels en ook de buffers aanzienlijk verbeterd voor banken. Het vaststellen van defaults en de behandeling van forbearancemaatregelen is in wet- en regelgeving tot in detail gespecificeerd. Banken hebben mede hierdoor een beter inzicht in hun exposures gekregen. Het neveneffect van deze aanscherpingen was dat het moeilijker werd voor partijen om bancaire financiering te verkrijgen.

Private credit is in het gat gesprongen dat hier ontstaan is. Investeerders in private credit hebben een grotere kans om slechtere partijen te financieren en hopen de effecten daarvan goed te maken met een hogere risicopremie. De inschatting hiervan kan echter alleen worden goedgemaakt als alle relevante informatie beschikbaar is bij de investeerder. Hier wringt de schoen. Defaults vallen moeilijker op met bijvoorbeeld payment-in-kind regelingen in plaats van daadwerkelijke cash betalingen. Vaak worden beslissingen genomen op geaggregeerde informatie.

Tenslotte resteert de vraag waar private credit exposures terechtkomen. Kapitaalregels maken het voor verzekeraars relatief interessant om private credit-exposures op de balans te hebben. Een aantal partijen heeft materiële private credit-portefeuilles opgebouwd in de afgelopen jaren. Daarnaast heeft een aantal banken indirect exposure naar private credit-fondsen, doordat zij liquiditeit verschaffen of anderszins het creëren van dergelijke fondsen hebben gefaciliteerd. Sommige pensioenfondsen hebben beperkt geïnvesteerd in private credit-fondsen voor extra rendement en risicospreiding.

Hoewel er dus vergelijkbare zorgen en omstandigheden zijn als vóór de crisis van 2008, gaat het er uiteindelijk om of problemen rond private credit de bredere financiële markten kunnen besmetten, zoals public debt en de banken. De meningen hierover zijn verdeeld. De public debt-markt kan verstoord raken voor verschillende sectoren als er problemen ontstaan in private credit. Of dit tot een grootschalige crisis leidt, is de vraag. Maar het is aannemelijk dat er een periode ontstaat waarin de behoefte bij investeerders afneemt om in kredietproducten te investeren. Hierdoor kan de economische ontwikkeling afgeremd worden. Banken staan er wezenlijk beter voor dan in 2008 en kunnen een grotere stress aan. De onderlinge vervlechting van banken is ook verminderd, onder andere door central clearing.

Waar moet ik als investeerder nu op letten?

Als investeerder gaat het er uiteindelijk om of je kunt doorgronden waar je in investeert. Je moet minimaal drie eenvoudige vragen stellen:

  • Snap ik de structuur? Als het niet helder is hoe je rendement precies ontstaat in de aangeboden structuur en waar er cash flow wegloopt, is dit op zijn minst aanleiding om dieper te graven.
  • Wat vertelt de investor reporting mij? Indicatoren kunnen er mooi uitzien en veel verbloemen. Probeer te achterhalen hoe specifieke metrics worden bepaald en welke mogelijkheden er zijn om deze te verfraaien of te manipuleren. En geeft de investor reporting voldoende inzicht in verstrekkingsbeleid en de uitvoering hiervan en inzicht in belangrijke processen?
  • Hoe geconcentreerd ben ik op bepaalde sectoren? Sommige sectoren zijn gevoeliger voor rentebewegingen en specifieke economische ontwikkelingen. De opkomst van AI laat in de laatste maanden ook zien hoe de perceptie rondom deze gevoeligheid ook snel kan veranderen.

Verhoogde waakzaamheid lijkt in ieder geval verstandig op dit moment. Deze omgeving biedt uiteindelijk weer kansen voor specifieke investeerders. Zodra private credit-exposures op een bepaalde schaal daadwerkelijk non-performing worden, ontstaan er kansen voor partijen die deze voordelig opkopen en herstructureren. De crisis van 2008 heeft in haar nasleep in die zin talloze investeerders geholpen.