Evergreen-fondsen doorstaan de test in onrustige private debt-markt

Evergreen-fondsen doorstaan de test in onrustige private debt-markt

Private Debt

De markt voor private debt is wereldwijd sterk gegroeid. Ook Nederlandse pensioenfondsen hebben hun exposure flink vergroot. Behoudt de asset class zijn aantrekkelijkheid onder de Wtp? En welke risico’s worden vaak nog onderschat? Tijdens een lunch webinar discussie van Financial Investigator onder leiding van Harry Geels bespreken drie experts waar pensioenfondsen op moeten letten als ze overwegen in private debt te beleggen.

Door Esther Waal

 

Voorzitter:

Markus Schaen, Brand New Day

Deelnemers:

Andreas Klein, Pictet Asset Management
 

Fabian Körzendörfer, StepStone Group
 

Rogier van Mazijk, BB Capital Investments

     

Markus Schaen constateert bij aanvang dat de timing van het webinar ideaal is. ‘Private debt is veel in het nieuws. We lezen over hoge aantallen terugkoopverzoeken, fondsen die gating toepassen, en de vrees voor defaults in bepaalde sectoren. Wat is er aan de hand?’

Volgens Andreas Klein is de onrust een ‘combinatie van gebeurtenissen’. ‘Het begon vorig jaar met de default van vastgoedbedrijf Signa en enkele andere bedrijven, zoals First Brands en Tricolor. Ook de onzekerheid rond de impact van AI speelt een rol, vooral waar het exposure naar software betreft. Daarna kwamen de herwaarderingen, waar we enkele grote BDC’s in de VS forse afwaar deringen zagen doorvoeren. Alles bij elkaar creëerde dat angst en sommige beleggers begonnen hun posities in BDC’s te verkopen, wat leidde tot onrust rond de liquiditeit. Angst voedt angst, waardoor dat gedrag werd versterkt. Maar de onderliggende krediet fundamentals zijn heel anders dan het beeld dat in de media wordt geschetst.’ 

Fabian Körzendörfer haakt hierop in: ‘Eens. De asset class blijft goed presteren. De defaultpercentages zijn nog steeds laag en ook de zogenoemde shadow default rate is recent gedaald. Dit heeft geleid tot méér belangstelling onder institutionele beleggers voor private credit in de afgelopen weken. Zij realiseren zich dat de huidige onrust aantrekkelijke kansen kan opleveren.’ 

Rogier van Mazijk reageert: ‘Wat voorheen werd gezien als een exclusief voordeel, wordt nu geframed als een systemisch risico. We horen nu een narratief van verborgen defaults, en dat risico’s zich buiten het zicht van toezichthouders zouden ophopen.’

‘In hoeverre is de huidige onrust cyclisch of structureel van aard?’ vraagt Schaen. Volgens Van Mazijk is het waarschijnlijk een combi natie. ‘Er zijn cyclische factoren – denk aan concurrentie, marges, en rentes – maar er is ook een structurele verschuiving gaande in de beleggersbasis. De opkomst van BDC’s en evergreen-structuren heeft niet-institutionele beleggers naar de markt gebracht. En daar speelt sentiment een grote rol.’

Körzendörfer nuanceert: ‘Het wealth management-segment is relatief klein in vergelijking met de totale omvang van de asset class. Bovendien is niet iedereen binnen dit segment bezig met het afbouwen van zijn positie. Terugkoopverzoeken liggen meestal tussen de 5 en 10%, wat hoger is dan gebrui kelijk, maar nog altijd beperkt in verhouding tot de omvang van de asset class. De media vergroten dit te veel uit. Maar het kan ook positief uitpakken. Minder instroom in evergreen-fondsen kan leiden tot betere voorwaarden in de markt.’ 

Klein voegt hieraan toe dat hij deze periode als een test ziet voor evergreen-structuren. ‘Anders dan de negatieve headlines doen vermoeden, zie ik dat de fondsen precies doen waar ze voor ontworpen zijn. De struc turen bieden ‘contractuele’ liquiditeit, maar blijven ook de belangen van achterblijvende beleggers beschermen, wat cruciaal is.’

Opkomst evergeens

Als Schaen wil weten hoe de markt voor evergreens zich heeft ontwikkeld, schetst Klein dat de private credit-markt na de financiële crisis in een ongekend hoog tempo is gegroeid. ‘Die vulde het liquiditeitsgat op dat banken achterlieten. Op een gegeven moment ontstond echter een mismatch tussen vraag en aanbod, en verwaterde de risico-rendementsverhouding. Daarnaast zorgden covid en het nieuwe renteregime ervoor dat de kapitaalstromen terug naar beleggers vertraagden, wat nieuwe fondsen werving heeft beperkt en GP’s ertoe heeft aangezet om naar alternatieven te kijken. Als gevolg daarvan zijn evergreen-structuren in opkomst gekomen, om meer toegang te krijgen tot het wealth management-segment.’

Körzendörfer vult daarop aan: ‘‘Subscription based’ evergreen-fondsen werken met een doorlopende instroom: ze accepteren nor maliter maandelijkse en soms zelfs wekelijkse stortingen. Het geld wordt al vanaf dag één belegd en ze bieden liquiditeit – meestal ongeveer 5% per kwartaal. Het grootste voordeel – voor elk type belegger – is dat je geld direct wordt belegd en dat je flexibel bent. Bij closed-end fondsen was de investe ringsperiode historisch drie tot vier jaar, met een maximaal beleggingsniveau van 70% tot 80%. Dat maximeert het absolute rendement. Semi-liquide fondsen lossen daarnaast een operationeel probleem op: capital calls verdwijnen.

Schaen zoomt vervolgens in op de keerzijde en vraagt naar de nadelen. Van Mazijk noemt als eerste het liquiditeitsaspect. ‘Je hebt altijd een deel van de portefeuille in liquide middelen, en daar betalen beleggers voor. Hoe meer liquiditeit, hoe groter de cash drag, en dus hoe lager het rendement.’ ‘En evergreen-structuren zijn meestal niet de meest aanpasbare structuren’, vult Körzendörfer aan. ‘Het is een one-size-fits all-product. Voor grote institutionele beleg gers met zeer specifieke wensen is een gemengd evergreen-fonds misschien niet de juiste oplossing.’ 

Klein voegt daar nog een aandachtspunt aan toe: ‘Omdat je vanaf dag één volledig belegd bent, moet de GP ervoor zorgen dat er niet te veel stortingen worden geaccepteerd. Dat kan druk zetten op de underwriting- discipline, aangezien je gedwongen kunt worden om snel te investeren. Een ander nadeel is het risico op gecorreleerd beleggers gedrag als de beleggersbasis niet goed gediversifieerd is.’

Wanneer Schaen vraagt naar de verschillen tussen closed-end en evergreen-structuren, ziet Körzendörfer als belangrijkste verschil de liquiditeitsbuffer. ‘Maar’, zo stelt hij, ‘uit onderzoek blijkt dat het IRR-verschil tussen evergreen en closed-end direct lending klein is, aangezien een evergreen-fonds vanaf dag één volledig belegd is. In absolute rendements - termen kan evergreen dus zelfs beter uitpak ken.’ ‘Zeker voor niet-institutionele beleggers,’ voegt Van Mazijk daaraan toe. ‘Voor hen is het bijna een no-brainer.’

Schaen brengt het gesprek op manager selectie: ‘Waar moet je op letten als je een evergreen-fonds selecteert?’ Van Mazijk heeft ervaring. ‘Aan de oppervlakte lijkt alles op elkaar. Dus moet je dieper graven en kijken naar governance en liquiditeitsmanagement. 

Wat zit er precies in de liquiditeitsbuffer? Is het alleen cash, of ook liquide leningen? Hoe wordt liquiditeit vrijgemaakt als dat nodig is?’ Körzendörfer noemt selectiviteit, diversificatie en flexibiliteit. ‘Diversificatie is cruciaal en ook fees zijn belangrijk. Het verschil tussen een goed evergreen-fonds en een closed-end fonds zou niet extreem groot moeten zijn, ondanks dat het managen van een evergreen duurder is.’

Kansen voor alpha in lower midmarket

Dan is het tijd om dieper de direct lending markt in te gaan. ‘Hoe ziet die eruit?’ vraagt Schaen. Körzendörfer legt uit: ‘Simpel gezegd kun je direct lending opdelen langs twee assen. Wij definiëren bedrijven met minder dan 25 miljoen EBITDA als lower-mid- market, 25 tot 75 miljoen als mid-market en 75 tot ongeveer 200 miljoen als upper-mid market. Daarnaast is er de eigendoms- structuur: sponsored versus non-sponsored. Dus bedrijven in handen van private equity versus bedrijven in handen van families of ondernemers.’ 

Klein ziet momenteel in het lower mid- market en non-sponsored segment de meeste kansen, mede door de enorme consolidatie slag. ‘In 2024 en 2025 ging ongeveer 90% van het fundraising-volume naar zo’n tien GPs. Daardoor ontstond een barbell-effect: aan de ene kant heel grote GPs met fondsen van 10 miljard of meer die de mid- en upper mid-market bedienen, en aan de andere kant kleinere niche-spelers die zich richten op de lower mid-market of specifieke sectoren. Als je echte diversificatie en alpha wilt, moet je naar nichemanagers kijken: sector specialisten, geografische specialisten, en vooral non-sponsored lending is interessant. Het risico-rendementsprofiel is daar vaak beter, met lagere leverage, betere covenant bescherming en hogere yields. In de lower mid-market zie ik dus veel kansen voor a l pha.’

Klein wijst wel op aandachtspunten, zoals consumentgerichte sectoren, geopolitieke risico’s, de olieprijs, de rente. ‘Als de spannin gen verder oplopen, zullen we ons defensie ver positioneren. Maar op dit moment zijn de fundamentals sterk en zijn we positief over de asset class.’

De andere panelleden sluiten zich daarbij aan. Körzendörfer: ‘Er zijn altijd risico’s, maar de recente onrust kan juist kansen creëren.’ 

 

IN HET KORT

De onrust in private debt is het gevolg van defaults, herwaarderingen en sentiment, maar de fundamentals blijven sterk.

Ondanks hogere terugkoop verzoeken bieden evergreen- structuren liquiditeit en beschermen ze blijvende beleggers.

Evergreen-fondsen bieden f lexibiliteit en directe inzet, maar kennen liquiditeitskosten en beperkingen in maatwerk.

De verschillen met closed end fondsen zijn beperkt, maar de rendementen zijn vergelijkbaar.

Kansen liggen vooral in nichemarkten, vooral in de lower mid-market en non-sponsored lending.

 

 

Lees het volledige verslag in Financial Investigator magazine