Harry Geels: Duitsland sterk gepolariseerd over industriecrisis

Harry Geels: Duitsland sterk gepolariseerd over industriecrisis

Energietransitie Politiek Duitsland

Door Harry Geels

Dat de Duitse industrie een existentiële crisis doormaakt, begint steeds duidelijker te worden. Het Duitse volk is echter politiek verdeeld over hoe deze crisis opgelost moet worden, zo bleek uit de laatste verkiezingen in Baden-Württemberg.

Sinds 2019 zijn er in Duitsland 266.000 industriële banen verdwenen. Volgens een analyse van de Frankfurter Allgemeine kampt vooral de industrie met dalende omzetten en teruglopende exporten. Ondanks grote steunprogramma’s lukt het de overheid niet om de problemen te verlichten. Ondernemers noemen vooral de stijgende arbeidskosten en overregulering als rem op hun concurrentiekracht, terwijl de huidige subsidies vooral als ‘weiße Salbe’ worden gezien: cosmetisch, niet curatief.

Naast hoge arbeidskosten, een inflexibele arbeidsmarkt en overregulering worden er door economen en andere analisten meer oorzaken genoemd voor de crisis in de Duitse industrie. Zo is China na een snelle industrialisatie rechtstreeks met Duitse industriële bedrijven gaan concurreren. Een ander probleem betreft de hoge energiekosten. Die liggen in Duitsland minimaal tweemaal zo hoog als in de VS en driemaal zo hoog als in China. Industrie verbruikt veel energie, wat Duitse producten duur maakt.

Figuur 1

Bron: Frankfurter Allgemeine

Gepolariseerde verkiezingsuitslag

Nu de crisis zich steeds nadrukkelijker opdringt, is de vraag hoe deze op te lossen. In Duitsland is daarover politiek een opvallende tweespalt ontstaan, zo bleek ook uit de laatste verkiezingen in Baden-Württemberg, van oudsher een echte industriestaat waar onder andere Mercedes, Porsche, Bosch en SAP hun thuisbasis hebben. De Groenen – die voorstander zijn van een door de overheid geregisseerde klimaattransitie – blijven de grootste partij, terwijl de AfD – die voor meer marktwerking is – meer dan verdubbelde.

Figuur 2

De AfD heeft de proteststem gemobiliseerd. In Mannheim en Pforzheim, beide steden met industriële problematiek, behaalde de AfD bovengemiddelde scores. De stabiele uitslag van De Groenen kent meerdere achtergronden. De partij is vooral populair onder studenten en overheidsmedewerkers. De relatief hoog opgeleide bevolking van Baden-Württemberg ziet de klimaattransitie als de weg naar nieuwe groei. Wat De Groenen in deze bondsstaat helpt, is dat ze hier een pragmatisch programma en leider hebben.

Duitslands economische identiteitscrisis

Onder deze electorale tweedeling gaat iets diepers schuil: een strijd om de economische identiteit. Waar de Groenen de industrie onder leiding van de overheid graag naar groene groei transformeren, ziet de AfD diezelfde transitie juist als bedreiging. Volgens hen heeft de industrie meer vrijheid, minder regels en lagere energieprijzen nodig om weer te kunnen concurreren. De spanning tussen beide visies groeit nu de economische realiteit harder binnenkomt dan de politiek kan absorberen.

Die tegenstelling wordt versterkt doordat kiezers economische problemen verschillend interpreteren. Voor hoger opgeleiden in stedelijke regio’s — Stuttgart, Tübingen, Freiburg — is de industriecrisis een signaal dat het land te traag innoveert. Voor bewoners van industriële krimpregio’s — Mannheim, Pforzheim — is het eerder bewijs van verkeerd beleid, te veel klimaatlasten en een staat die zich bemoeit met zaken die zij niet begrijpt. Het resultaat: dezelfde cijfers, totaal verschillende conclusies.

De gemiste weg: minder micromanagement, meer marktwerking

Wat mij betreft ligt de oplossing niet in het puur mobiliseren van proteststemmen, noch in nóg meer subsidies, nóg meer regulering of nóg meer centrale coördinatie. Die hebben tot nu toe de neerwaartse spiraal niet gekeerd en zullen dat ook niet gaan doen. De industrie heeft vooral baat bij een herstel van marktprikkels en minder gedetailleerde regelgeving, zodat bedrijven sneller kunnen schakelen. En bij echte concurrentie op de energiemarkt, inclusief ruimte voor technologie‑neutrale productie.

Verder lagere lasten op arbeid en kapitaal, zodat Duitsland opnieuw aantrekkelijk wordt voor investeringen, en beleid dat investeerders vertrouwen geeft in plaats van onzekerheid over steeds wisselende interventies. De remedie is dus niet méér overheid, maar een krachtige marktmeester die de marktdynamiek laat werken én tegelijkertijd wél schadelijke praktijken laat inprijzen. Ondernemerschap moet weer een deugd worden en een gezonde verhouding bieden tussen winst en risico.

Dit artikel bevat een persoonlijke opinie van Harry Geels