MFS: Private credit is nuttig, maar alloceer beperkt
MFS: Private credit is nuttig, maar alloceer beperkt
De verhouding tussen verhandelbare obligaties en private credit vormt een terugkerend thema in discussies over portefeuillesamenstelling. Beide categorieën vervullen een rol binnen de strategische vermogensverdeling, waarbij vooral de omvang van de allocatie onderwerp van debat is. Wat Benoit Anne, obligatiestrateeg bij MFS, betreft hoeft de allocatie "niet zo heel groot" te zijn.
Volgens Anne kan private credit aantrekkelijk zijn voor beleggers met een lange beleggingshorizon en een hogere risicobereidheid. “Maar de druk in dit segment neem wel toe", stelt hij. "Dat werd pijnlijk duidelijk toen beleggers in een Amerikaans private creditfonds te horen kregen dat ze permanent de mogelijkheid werd ontzegd hun kapitaal op te nemen. Dit soort berichtgeving legt de risico’s bloot die zich binnen dit deel van de markt kunnen ophopen.”
Tegenover die ontwikkelingen staat een verbeterd risicoprofiel van beursgenoteerde high yield-obligaties. “De kwaliteit van de Amerikaanse high yield-markt is de afgelopen jaren zienderogen verbeterd. Het percentage obligaties met een BB-rating is nog nooit zo groot geweest. Dat hangt samen met het feit dat veel bedrijven met een lage kredietbeoordeling naar de markt voor private leningen zijn vertrokken.”
Recente wanbetalingscijfers zouden dit beeld ondersteunen. Volgens Moody’s bedroeg het wanbetalingspercentage voor Amerikaanse high yield-obligaties in januari 3,4%, tegenover 5,5% voor leveraged loans. “Voor private credit zijn geen cijfers beschikbaar, maar het ligt voor de hand dat de wanbetalingen daar hoger liggen", aldus Anne.
Ondanks de sterke groei vormt private credit volgens de obligatiestrateef momenteel geen systeemrisico voor het financiële stelsel. “Wel wordt het onderscheid tussen beursgenoteerde obligaties en private credit steeds belangrijker,” aldus Anne.