De Wtp-transitie: De lessen van Marit Kosmeijer (Sprenkels)

De Wtp-transitie: De lessen van Marit Kosmeijer (Sprenkels)

Pensioenstelsel

Marit Kosmeijer, Director of Investments and Actuarial Services, Sprenkels, maakte op 1 januari 2026 de overstap naar het nieuwe pensioenstelsel. Zij deelde haar ervaringen met Financial Investigator.

Door Esther Waal

Hoe is de transitie verlopen voor de fondsen waarbij jij betrokken bent geweest?

‘We hebben Sprenkels-breed een soepele transitie gezien. Renteafdekkingen zijn, waar nodig, snel afgebouwd en eventuele beschermingsconstructies zijn afgelopen op de datum van het invaren. De gevreesde effecten op de rentemarkten door een golf aan swapverkopen bleven rond de jaarwisseling uit: hoge dekkingsgraden zorgden voor indexaties en hogere invaarkapitalen (en dus meer vraag naar afdekking). Er is voor- en nagesorteerd, en door de stijging van de rente gedurende het jaar hebben veel speculanten hun posities al gesloten.’

Waarom hebben fondsen gekozen voor januari 2026 om de transitie te maken?

‘De fondsen die voor 2026 kozen (of vanuit 2025 zijn doorgeschoven) hebben veelal de wens gehad om zo snel mogelijk in te varen. Deze keuze is vaak een aantal jaar geleden al gemaakt en dikwijls vanuit de wens van sociale partners en pensioenfonds om de nieuwe regeling zo snel mogelijk voor hun deelnemers te starten. Waarom januari vaak de gekozen maand is (en niet een andere maand) komt voort uit gewoonte: 31 december is de financiële afsluiting van het jaar, contracten lopen veelal af op 31 december en de administratie en audit is hierop geijkt.’

Waren er aanpassingen in de portefeuilles nodig?

‘Ja. De rentafdekking ging omlaag en de return omhoog. Wat betreft de renteafdekking was er wel vaak al gedeeltelijk voorgesorteerd. De keuze voor voorsorteren en de mate waarin hangt wel af van de financiële situatie van het fonds en de renteafdekking die benodigd is na het invaren.’

 

De pensioenfondsen die op 1 januari 2026 zijn ingevaren, deden dat onder fors andere economische omstandigheden dan aan het begin van 2025.

 

In hoeverre zullen portefeuilles gaan wijzigen in de nieuwe situatie?

‘Voor de fondsen die de indeling van de portefeuille vooralsnog niet hebben aangepast (lees: die alleen de return verhogen met dezelfde indeling) denk ik dat de meeste eerst druk zijn met de nieuwe regeling. Als dat wat is gaan liggen, ontstaat er ruimte om de beleggingsportefeuille te heroverwegen. Voor fondsen met fors hogere returnportefeuilles kan de transitie een reden zijn om naar nieuwe (illiquide) categorieën te kijken. De invulling hiervan moet echter wel bij de risicopreferentie van de deelnemers passen.’

Wat zijn nu na de transitie de belangrijkste aandachtspunten?

‘Het monitoren van de performance is in het nieuwe stelsel anders: er is geen dekkingsgraad meer. Dit zorgt ervoor dat fondsen opnieuw moeten beoordelen wanneer ze het ‘goed doen’ als pensioenfonds. De rebalancing wordt anders, de monitoring wijzigt, en het toedelen van maandelijkse rendementen wordt direct zichtbaar bij verschillende deelnemersgroepen. Vooral als het een volatiel jaar wordt, kunnen kleine verschillen in management of monitoring voor grote verschillen tussen pensioenfondsen zorgen. Dit vraagt ook, nog meer dan voorheen, om helder en uitlegbaar beleid en goede communicatie. Het is belangrijk dat fondsen vat krijgen op hun eigen performance in het nieuwe stelsel.’

Wat is de belangrijkste les voor partijen die de transitie nog gaan maken?

‘Bereid je voor op zoveel mogelijk realistische scenario’s. De pensioenfondsen die op 1 januari 2026 zijn ingevaren, deden dat onder fors andere economische omstandigheden dan aan het begin van 2025, met hogere rentes en aandelenrendementen. Beslissingen rondom evenwichtigheid en beleggingsbeleid moesten soms snel opnieuw worden gemaakt en nieuwe scenario’s moesten worden onderzocht. Tijdig signaleren dat economische omstandigheden verschuiven zorgt ervoor dat besluitvorming niet last-minute opnieuw hoeft te worden gedaan. De situatie op 1 januari 2027 kan fors anders zijn dan nu, waardoor wederom een soepele transitie niet gegarandeerd is.’

 

Lees hier de special in Financial Investigator magazine