Invesco: In het nieuwe stelsel wordt pensioen veel persoonlijker
In het nieuwe pensioenstelsel speelt flexibiliteit een veel grotere rol en is het meer dan ooit zaak om deelnemers bij hun pensioenopbouw te betrekken. Georgina Taylor, Head of Client Investment Solutions for EMEA bij Invesco, bespreekt de belangrijkste lessen van de omslag van een DB-stelstel naar een DC-stelsel, die onder meer de Britse pensioensector al heeft gemaakt.
Door Michiel Pekelharing
|
Georgina Taylor Georgina Taylor is Head of Client Investment Solutions voor EMEA bij Invesco. Zij leidt een team dat asset allocatie-strategieën en maatwerk-portefeuilles ontwikkelt. Sinds 2013 werkt zij bij Invesco, na functies bij State Street, HSBC, Goldman Sachs en Legal & General. Ze studeerde Economie aan de University of Bath en heeft brede ervaring in aandelenstrategieën, asset allocatie en klantgerichte beleggingsoplossingen voor een brede waaier van investeerders. |
Wat verandert er door de Wet toekomst pensioenen (Wtp) voor pensioenfondsen en deelnemers in Nederland?
‘De overgang vraagt om een fundamentele verschuiving in mindset. In een defined benefit (DB)-stelsel gebeurt het pensioen ‘ergens op de achtergrond’. Het fonds regelt alles en voor de deelnemer voelt het relatief abstract. In een defined contribution (DC)-omgeving wordt pensioen veel persoonlijker. De focus verschuift van de ideale assetmix, naar een beeld van hoe het gewenste pensioen er straks uitziet en welke beleggingen in dat plaatje passen. Want het draait straks om het individuele vermogen dat iemand opbouwt.
Voor deelnemers kan dat betekenen dat ze zich meer betrokken voelen bij hun pensioenplanning. Het wordt tastbaarder, want je ziet een vermogen groeien en je denkt na over wat je daar uiteindelijk mee wilt bereiken. Voor pensioenfondsen ontstaat er tegelijkertijd meer ruimte om met een frisse blik naar het beleggingsproces te kijken. Je kunt bijvoorbeeld opnieuw nadenken over het vormgeven van de fase waarin je risico afbouwt richting pensioen. In een DB-stelsel weet je vrij precies welk totaalinkomen je moet matchen, waardoor de focus sterk op obligaties ligt. In een DC-stelsel is dat anders. De potjes verschillen daar per deelnemer en je wilt het vermogen juist zo groot mogelijk maken tegen de tijd dat iemand met pensioen gaat.’
Het Verenigd Koninkrijk heeft de overgang naar een DC-stelsel al achter de rug. Wat zijn de belangrijkste lessen voor Nederland?
‘Ik heb de afgelopen jaren uitgebreid onderzoek gedaan naar het DC-stelsel in het Verenigd Koninkrijk, maar met Invesco hebben we ook al jarenlange pensioenervaring in onder meer de Verenigde Staten en Australië. Die markten laten elk een ander stadium van volwassenheid zien, met hun eigen dynamiek en hun eigen uitdagingen. In de VS zie je bijvoorbeeld een zeer ontwikkelde markt met veel keuzevrijheid en een breed palet aan producten, terwijl Australië juist opvalt door de sterke integratie van private markets in DC-portefeuilles en een lange beleggingshorizon.
Wat wij daarvan leren, is dat er niet één ‘juiste’ manier is om DC vorm te geven. Het gaat erom dat je bouwstenen ontwikkelt die flexibel genoeg zijn om aan te sluiten bij verschillende doelstellingen en deelnemerstypes. De eerste les is dan ook dat een standaardaanpak vaak niet de beste oplossing is. In plaats daarvan proberen wij een raamwerk te bieden waarin pensioenfondsen hun eigen filosofie kunnen vertalen naar concrete beleggingskeuzes. Onze internationale ervaring helpt daarbij enorm, omdat je ziet wat werkt – maar ook wat níet werkt – in verschillende contexten.
Een tweede les is dat er in het nieuwe pensioenstelsel meer aandacht moet komen voor menselijk gedrag. In een DB-stelsel waren pensioenfondsen vooral aan het rekenen hoe ze moesten beleggen om in de toekomst een bepaald inkomen te kunnen uitkeren. In een DC-stelsel hebben de keuzes die deelnemers maken een grotere impact op het pensioeninkomen. Het is van belang om de deelnemers van pensioenregelingen bij het proces te betrekken, zodat zij erop kunnen vertrouwen dat hun pensioenregeling hen biedt wat zij nodig hebben om later van hun pensioen te genieten. Als deelnemers ontevreden zijn over de resultaten, zouden zij kunnen proberen om in de hele sector veranderingen in de regelgeving te bewerkstelligen.’
Kan je een voorbeeld geven van hoe menselijk gedrag kan doorwerken in de pensioenopbouw?
‘In het Verenigd Koninkrijk maakt een meerderheid van de mensen gebruik van de mogelijkheid om een kwart van hun pensioenpot zo snel mogelijk fiscaal vrij op te nemen. Vervolgens verdwijnt dat geld vaak op een spaarrekening die nauwelijks rendement oplevert. Mensen kijken echter niet naar het rendement dat ze mislopen, maar willen vooral iets dat voelt als het veiligstellen van hun eigen geld omdat ze bang zijn dat regels later veranderen. Dat soort gedrag laat zien hoe belangrijk communicatie en begeleiding zijn. Het gaat niet alleen om de optimale berekening, maar ook om hoe mensen daadwerkelijk beslissingen nemen.
Als je het zo bekijkt, wordt al snel duidelijk dat je moet stoppen met praten over asset classes. Het draait juist om de vraag welk pensioeninkomen je nodig hebt om comfortabel te kunnen leven. Vervolgens is het aan de pensioenuitvoerder en de asset manager om achter de schermen de juiste beleggingen te kiezen om dat doel te bereiken. Sommige mensen willen bijvoorbeeld vooral zekerheid en een stabiel inkomen. Anderen willen juist flexibiliteit en de mogelijkheid dat hun inkomen hoger ligt als de beleggingsresultaten goed zijn. Om die uitkomst bouw je het verhaal heen, in plaats van dat je praat over de technische details van de beleggingen.’
Hoe moeten beleggingsstrategieën veranderen wanneer een stelsel van DB naar DC verschuift?
‘Een belangrijk punt is dat veel DCstrategieën nog steeds te veel vanuit een DB-logica worden ontworpen. Dat zie je bijvoorbeeld in de glide paths waarin richting de pensioendatum risico wordt afgebouwd. Vaak bewegen die heel vroeg en heel sterk richting obligaties. In werkelijkheid wil je vaak langer exposure naar groei behouden. Dat betekent niet dat je alle risico’s blijft nemen, maar dat je het risico geleidelijk anders structureert. Wij zien bijvoorbeeld dat sommige fondsen hun periode van risicoafbouw verkorten. Het grote voordeel is dat deelnemers hierdoor langer in returnassets kunnen blijven beleggen.
Tegelijk kun je in de latere fase overstappen naar strategieën die nog wel groei bieden, maar met minder neerwaarts risico. Denk aan total return-achtige oplossingen. Een ander belangrijk concept is het scheiden van de groei- en inkomensportefeuilles. Door een deel van het vermogen langer te laten groeien, terwijl een ander deel het pensioeninkomen financiert, kun je het sequencing-risico verminderen en mogelijk een veel hoger pensioenresultaat behalen.’
Nederland heeft mogelijk meer ruimte voor illiquide beleggingen dan andere landen. Hoe kijkt u daarnaar?
‘Dat is inderdaad een interessant verschil. In landen waar deelnemers gemakkelijk van pensioenfonds kunnen wisselen, moeten fondsen veel liquiditeit aanhouden. In Nederland is dat minder een probleem, waardoor fondsen mogelijk meer in private markets kunnen beleggen. Dat lijkt in sommige opzichten op het Australische systeem, waar de allocatie naar private assets zeer hoog is. De belangrijkste vraag is echter niet óf je private markets gebruikt, maar waarom. Wat voegen ze precies toe? Is het extra rendement, diversificatie of een stabiele kasstroom? Als je die rol duidelijk definieert, kunnen ze een waardevolle bouwsteen zijn. Onze ervaring is bovendien dat een groot deel van een succesvolle DC-pensioenaanpak schuilt in een slimme opbouw met dit soort bouwstenen. Wij bieden pensioenfondsen de mogelijkheid om verschillende bouwstenen – van groeistrategieën tot inkomensstrategieën en eventueel ook externe oplossingen – te combineren op een wijze die past bij hun filosofie en hun deelnemers.’
Hoe belangrijk wordt communicatie met deelnemers in een DC-stelsel?
‘Communicatie is absoluut cruciaal. Juist omdat deelnemers meer betrokken raken bij hun pensioen, moet je ze ook beter begeleiden. De meest effectieve momenten voor communicatie liggen vaak in de periode waarin het risico wordt afgebouwd. Dan beginnen mensen echt na te denken over hun financiële toekomst. Digitale tools spelen een grote rol bij pensioencommunicatie. We denken samen met onze klanten na over behavioural nudges, oftewel kleine prikkels die mensen helpen om betere beslissingen te nemen. Personalisatie betekent daarbij niet per se dat iedereen persoonlijk advies krijgt. Het kan ook gaan om verschillende communicatiestijlen of informatieformats die passen bij hoe mensen informatie verwerken.’
Kan de Nederlandse pensioensector na de stelselwijziging even op adem komen, of wijzen de ervaringen in andere markten erop dat er nog meer veranderingen aankomen?
‘Een belangrijke les die wij geleerd hebben, is dat de overgang naar DC geen eindpunt is, maar eerder het begin van een langdurig ontwikkelproces. In het Verenigd Koninkrijk zijn we inmiddels jaren verder sinds de grote hervormingen, zoals auto-enrollment, maar de regelgeving blijft zich voortdurend ontwikkelen. Dat geldt net zo goed voor de Verenigde Staten en Australië. Wat je ziet, is dat beleidsmakers gaandeweg nieuwe vragen proberen te beantwoorden. Hoe meet je bijvoorbeeld dat deelnemers waar voor hun geld krijgen? Welke rol mogen of moeten illiquide beleggingen spelen? Hoe voorkom je dat regelgeving onbedoeld kuddegedrag stimuleert?
In het Verenigd Koninkrijk wordt daar momenteel actief aan gewerkt, met nieuwe kaders en consultaties die pas richting het einde van dit decennium volledig worden ingevoerd. Zelfs een relatief volwassen DC-markt is dus nog volop in beweging. Voor Nederland betekent dit dat het belangrijk is om flexibiliteit in te bouwen. Dat geldt niet alleen voor beleggingsstrategieën, maar ook voor de manier waarop het stelsel wordt gereguleerd. Je wilt voorkomen dat regels te snel verstarren of bepaalde beleggingskeuzes afdwingen. Tegelijkertijd is het cruciaal om ruimte te laten voor innovatie en differentiatie tussen fondsen. De ervaring uit andere landen leert dus dat je niet moet streven naar een ‘perfect eindmodel’, maar naar een systeem dat zich kan blijven aanpassen. Juist die voortdurende verfijning – soms jaren na de initiële transitie – is uiteindelijk bepalend voor het succes van een DC-stelsel.’
Wanneer is de pensioentransitie uiteindelijk geslaagd?
‘Succes draait uiteindelijk om twee dingen. Het is uiteraard van groot belang dat pensioenfondsen daadwerkelijk voldoende pensioeninkomen leveren voor deelnemers. Maar daarnaast is er een tweede factor, namelijk vertrouwen en betrokkenheid. Als deelnemers begrijpen wat er gebeurt en geloven dat het systeem voor hen werkt, heb je een sterke basis. Ik denk ook dat het belangrijk is dat er ruimte blijft voor innovatie en differentiatie tussen pensioenfondsen. Als alles volledig uniform wordt, verdwijnt de prikkel om het systeem verder te verbeteren. Juist die combinatie van stabiliteit en innovatie zal bepalen hoe succesvol de overgang uiteindelijk wordt. Het wordt in ieder geval een heel interessante tocht, waarin we met onze ruime ervaringen in DC-markten meer dan graag een klankbord zijn voor pensioenfondsen voor alle veranderingen die eraan komen.’
|
IN HET KORT In het nieuwe pensioenstelsel bouwen deelnemers eigen vermogen op, raken ze meer betrokken en wordt pensioen concreter, persoonlijker en inzichtelijker. De belangrijkste lessen uit het buitenland zijn dat gedrag en communicatie cruciaal zijn. Focus daarom op de gewenste pensioenuitkomst in plaats van op technische beleggingen en abstracte asset allocatie. Pensioenfondsen moeten nadenken over welke bouwstenen ze langer kunnen inzetten op groei, hoe ze slimmer risico kunnen afbouwen en hoe groei- en inkomensportefeuilles hogere pensioenresultaten en meer stabiliteit kunnen creëren. |
|
Beleggingsrisico’s De waarde van beleggingen en de daaruit voortvloeiende inkomsten kunnen fluctueren (dit kan onder meer het gevolg zijn van wisselkoersschommelingen), en beleggers kunnen minder terugkrijgen dan het oorspronkelijk geïnvesteerde bedrag. Belangrijke informatie Deze marketinguiting is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de Nederlandse professionele pers. Deze is niet bestemd voor, en mag niet worden verspreid onder, het algemene publiek. Alle gegevens zijn per 31032026, tenzij anders vermeld. Dit document is marketingmateriaal en vormt geen financieel advies. Het is niet bedoeld als een aanbeveling om een bepaalde activaklasse, effect of strategie te kopen of te verkopen. Wettelijke vereisten met betrekking tot de onpartijdigheid van beleggingsaanbevelingen of strategieën zijn niet van toepassing. Evenmin gelden er beperkingen ten aanzien van transacties voorafgaand aan publicatie. Standpunten en meningen zijn gebaseerd op de huidige marktomstandigheden en kunnen aan verandering onderhevig zijn. Uitgegeven door: Invesco Management S.A., President Building, 37A Avenue JF Kennedy, L1855 Luxemburg, gereguleerd door de Commission de Surveillance du Secteur Financier (CSSF), Luxemburg. EMEA5353458 |
Lees het volledige interview in Financial Investigator magazine