De Wtp-transitie: De lessen van André van Werven (BPFL)

De Wtp-transitie: De lessen van André van Werven (BPFL)

Pensioenstelsel

André van Werven, Investment Manager, Bedrijfstakpensioenfonds Levensmiddelen (BPFL), maakte op 1 januari 2026 de overstap naar het nieuwe pensioenstelsel. Hij deelde zijn ervaringen met Financial Investigator.

Door Esther Waal

Hoe is de transitie verlopen?

‘Onze transitie kende een lange aanloop. Al in 2021 werden de eerste stappen gezet in de voorbereiding. Uitgangspunt daarbij was dat de transitie op een robuuste en evenwichtige wijze moest gaan plaatsvinden. Al in een vroeg stadium hebben we een externe projectleider aangetrokken die voor het fonds het projectmanagement en de benodigde actuariële berekeningen ging uitvoeren. Cruciaal in de aanloop naar de overgang was de constructieve samenwerking met alle betrokken stakeholders, zowel intern (de diverse fondsgremia) alsook extern (PUO, fiduciair, custodian, et cetera).’

Waarom is gekozen voor januari 2026 om de transitie te maken?

‘Bpf Levensmiddelen wilde destijds zo snel mogelijk over naar de nieuwe regeling. Aanvankelijk al in januari 2023, maar omdat op dat moment het wetgevingstraject nog niet was afgerond, stelden we de transitie uit. Eerst naar januari 2024 en vervolgens nogmaals naar januari 2025. Toen eind 2024 duidelijk werd dat de overgang per 1 januari 2025 operationeel niet haalbaar was, hebben we besloten om per 1 januari 2026 over te gaan.’

Waren er aanpassingen in de portefeuille nodig?

‘In de aanloop naar de transitie hebben we nauwkeurig in kaart gebracht welke aanpassingen aan de beleggingsportefeuille moesten worden doorgevoerd. Uitgangspunt daarbij was dat de portefeuille één-op-één zou aansluiten bij de door het fonds vastgestelde risicohouding. Al gauw werd duidelijk dat de zakelijke waarden-exposure op basis van de risicohouding een aanzienlijke hogere allocatie naar de rendementsportefeuille zou gaan betekenen. Tegelijkertijd moest de bestaande afdekking van de rentegevoeligheid voor een belangrijk deel worden afgebouwd, met name voor wat betreft de langere looptijden.’

 

De PUO, de fiduciair en de custodian spreken ieder hun eigen taal, maar zijn onder de Wtp meer dan ooit op elkaar aangewezen.

 

Wat zijn nu na de transitie de belangrijkste aandachtspunten?

‘Allereerst gaat uiteraard de aandacht uit naar het goed laten verlopen van alle operationele processen die te maken hebben met het pensioenbeheer. Het is van groot belang dat de komende maanden al deze primaire processen probleemloos verlopen. Ook het goed doorlopen van de vermogensbeheerketen op basis van de SIVI-stromen is daar onderdeel van. Daarbij zal, in tegenstelling tot het verleden, sprake zijn van een dynamische verhouding tussen matching- en returnportefeuille, en dus ook van meer interactie tussen de verschillende partijen in de vermogens­beheerketen.’

Wat is de belangrijkste les voor partijen die de transitie nog gaan maken?

‘Begin op tijd met het betrekken van alle bij het fonds betrokken uitvoeringsorganisaties. Stem gezamenlijk de nieuwe werkwijze af en communiceer onderling waar je tegenaan loopt. De PUO, de fiduciair en de custodian spreken ieder hun eigen taal, maar zijn onder de Wtp meer dan ooit op elkaar aangewezen. Stem daarom tijdig wederzijdse verwachtingen af en maak in een vroeg stadium afspraken over hoe de nieuwe vermogensbeheerketen eruit gaat zien. Ook is het van belang om al in een vroeg stadium na te denken over het moment waarop de transitie van de portefeuille moet gaan plaatsvinden. Wij hebben er bijvoorbeeld voor gekozen om de afdekking van de rentegevoeligheid al vóór de invaardatum te verlagen. Om toch op totaalniveau het risico van een rentedaling te blijven beheersen hebben we euro swaptions in de portefeuille opgenomen, waardoor het totaal af te dekken risico voor rentedaling niet veranderde.’

 

Lees hier de special in Financial Investigator magazine