PFZW: Succesvolle overstap van ruim 3 miljoen deelnemers

PFZW: Succesvolle overstap van ruim 3 miljoen deelnemers

Pensioenstelsel Pensioenfondsen

PFZW is per januari 2026 overgestapt naar het nieuwe pensioenstelsel. In maart zijn we begonnen met het versturen van de tweede berekening-brief naar pensioengerechtigden, met daarin ook een overzicht van hun nieuwe pensioeninkomen.

(Gewezen) deelnemers ontvangen een tweede pensioenberekening in de vorm van een Transitie Uniform Pensioen Overzicht (TUPO) die in 2026 het uniform pensioenoverzicht vervangt.

We willen zo persoonlijk mogelijk duiding geven bij de ruim 3 miljoen pensioenberekeningen die we versturen. Daarom organiseren we bijvoorbeeld in deze periode op verschillenden plaatsen in het land bijeenkomsten. Pensioenexperts en bestuursleden beantwoorden daar vragen van deelnemers, pensioengerechtigden en werkgevers over de tweede berekening.

Joanne Kellermann, bestuursvoorzitter PFZW:

'PFZW is sinds 1 januari 2026 over naar het nieuwe pensioenstelsel. Ik kijk met trots terug op een succesvolle overstap van onze ruim 3 miljoen deelnemers, waarbij we de pensioeninkomens met 12,4% konden verhogen.

Er is nu een pensioen dat toekomstbestendiger is, beter past bij de moderne arbeidsmarkt, makkelijker kan groeien in goede tijden en toch nog steeds goed beschermd is in slechte tijden. Die goede bescherming van pensioenen is extra belangrijk in deze onrustige wereld. De oorlog in het Midden-Oosten is om vele redenen zorgelijk, maar zeker ook voor de economie, het rendement op de beleggingen en de hoogte van de pensioenen.

Toch hebben we voldoende maatregelen die ervoor zorgen dat we ook in een onrustige wereld onze beleggingen en het pensioen beschermen. Zo beleggen we het pensioengeld wereldwijd, verspreid over verschillende soorten beleggingen en met een lange horizon. Dit alles heeft geleid tot een bescheiden totaalrendement van 0,4% in het eerste kwartaal.'

Ontwikkeling van de beleggingen

Koersen op aandelenbeurzen liepen op in januari en februari. De snelle ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie droegen bij aan sterke winstgroei bij onder andere technologiebedrijven. Hierdoor stond de aandelenportefeuille eind februari ruim 3,5% in de plus. Het optimisme nam in maart echter af door de oplopende spanningen in het Midden-Oosten. Met name aandelen uit de energie-intensieve sectoren werden geraakt.

Door de stijgende energieprijzen namen ook de inflatieverwachtingen toe. Daardoor liepen korte tot middellange rentes op en groeide de verwachting dat de ECB de rente op korte termijn mogelijk verder zal verhogen. Veel zal daarbij afhangen van de geopolitieke ontwikkelingen. De waarde van de dollar steeg, doordat beleggers de munt als veilige haven zagen. Daardoor droeg de valuta-afdekking in het eerste kwartaal negatief bij aan het rendement.

Rendement in de nieuwe pensioenregeling

Het beleggingsresultaat wordt in het nieuwe pensioenstelsel toebedeeld naar twee typen rendement: beschermingsrendement en overrendement. Beschermingsrendement beschermt deelnemers (gedeeltelijk) tegen veranderingen in de rente. Hoe ouder iemand wordt, hoe meer beschermingsrendement aan diegene wordt toebedeeld. Aan uitkeringsgerechtigden wordt 100% beschermingsrendement toebedeeld, waardoor renteveranderingen geen impact hebben op het pensioeninkomen.

Beschermingsrendement draagt niet bij aan het verhogen van de pensioenuitkering. Daar is het overrendement voor bedoeld. Het overrendement is het deel van het behaalde totaalrendement dat resteert als het beschermingsrendement is toebedeeld. Hoe jonger iemand is, hoe meer overrendement diegene krijgt toebedeeld.

Voor het eerste kwartaal van 2026 betekent dit:

  • Totaalrendement: 0,4%
  • Beschermingsrendement: 1,7%
  • Overrendement: -1,3%

Situatie pensioengerechtigden

Het voor pensioengerechtigden behaalde overrendement leidt voor hen jaarlijks per 1 januari tot een aanpassing van het pensioeninkomen. Daarbij proberen we de pensioeninkomens stabiel te houden. Daartoe hebben we op drie manieren bescherming ingebouwd. Ten eerste beleggen we voor uitkeringsgerechtigden voorzichtig, met weinig risico. Daarnaast spreiden we het rendement uit over meerdere jaren. Ten derde is er een gezamenlijke reserve – de solidariteitsreserve - waarmee we proberen een daling van het pensioeninkomen te voorkomen. 

In november 2026 wordt pas bepaald wat de financiële situatie per 30 september betekent voor de pensioenen van 2027. Omdat de solidariteitsreserve voldoende gevuld is, zal ook bij een eventueel negatief overrendement een verlaging van de pensioenen in 2027 niet aan de orde zijn.

Situatie actieve en gewezen deelnemers

Hoeveel rendement een deelnemer krijgt toebedeeld, hangt af van de leeftijd. Voor een jonge deelnemer beleggen we meer risicovol, omdat dit naar verwachting meer rendement oplevert. Het pensioen van een jongere deelnemer kan daardoor meer schommelen, maar ook sterker groeien. Voor een deelnemer die richting pensioenleeftijd gaat, beleggen we minder risicovol om het pensioen stabiel te houden.

Dit betekent dat het negatieve overrendement in het eerste kwartaal voor de oudere deelnemers zorgt voor een kleinere daling van het pensioenvermogen dan voor de jongere deelnemers. Het positieve beschermingsrendement telt vooral mee voor de deelnemers die richting pensioenleeftijd gaan.