Schroders: Vraag naar energietransitie-infrastructuur blijft groeien

Schroders: Vraag naar energietransitie-infrastructuur blijft groeien

Infrastructuur Energietransitie

De energietransitie vraagt de komende decennia om enorme investeringen in elektriciteitsnetten, opslag, hernieuwbare energie en nieuwe brandstoffen. Tegelijkertijd groeit de stroomvraag door elektrificatie en kunstmatige intelligentie.

Volgens Duncan Hale van Schroders wijken de risico’s en inkomstenbronnen van deze infrastructuur duidelijk af van die van traditionele aandelen, obligaties en brede infrastructuur. Dat maakt de categorie vooral interessant vanuit het oogpunt van spreiding.

De markt voor infrastructuurbeleggingen is de afgelopen jaren sterk veranderd. Een lange periode van lage rente en goedkoop geld dreef de waarderingen tot 2021 op. De daaropvolgende rentestijging drukte de activiteit en leidde tot lagere waarderingen in private markten.

Tegelijkertijd is het belang van energie-infrastructuur toegenomen. Energiezekerheid staat door geopolitieke spanningen hoger op de politieke agenda, terwijl elektrificatie, digitalisering en kunstmatige intelligentie de vraag naar elektriciteit verhogen. Hale stelt daarom dat het weinig zin heeft om alle infrastructuurbeleggingen als één categorie te behandelen.

Tientallen biljoenen aan investeringen

In 2024 werd wereldwijd ongeveer €2.000 mrd geïnvesteerd in de energietransitie. Op basis van het toenmalige overheidsbeleid zou in de daaropvolgende drie decennia nog circa $28.000 mrd nodig zijn. Voor een scenario waarin de wereld netto nul uitstoot bereikt, ligt de benodigde investering volgens BloombergNEF ruim twee keer zo hoog.

Het gaat daarbij allang niet meer alleen om wind- en zonneparken. De elektrificatie van vervoer, verwarming en zware industrie vraagt ook om extra productiecapaciteit, opslag en sterkere elektriciteitsnetten. De opkomst van AI voegt daar een nieuwe bron van stroomvraag aan toe.

Ook het belegbare universum wordt breder. Naast wind en zon gaat het om batterijen, warmtenetten, biomethaan en groene waterstof. Hernieuwbare energie behoort in veel markten bovendien tot de goedkopere vormen van nieuwe elektriciteitsopwekking en kan de afhankelijkheid van geïmporteerde energie verkleinen.

Andere bronnen van rendement

De inkomsten uit energie-infrastructuur kunnen uit verschillende bronnen komen. Denk aan langlopende contracten, soms gekoppeld aan inflatie, maar ook aan elektriciteitsprijzen en verbeteringen in de bedrijfsvoering.

Een voordeel van wind- en zonneparken is dat zon en wind geen brandstofkosten kennen. Daar staan specifieke risico’s tegenover, zoals weersomstandigheden, technologische veranderingen en veranderend overheidsbeleid.

Juist die afwijkende risico’s kunnen voor spreiding zorgen. Analyses van Schroders laten een relatief lage samenhang zien tussen het rendement van energie-infrastructuur en andere beleggingscategorieën. In sommige gevallen is de correlatie met aandelen en obligaties zelfs negatief.

Grote verschillen binnen de categorie

Binnen energie-infrastructuur lopen risico en rendement sterk uiteen. Bestaande wind- en zonneparken kunnen dankzij subsidies en langlopende stroomcontracten relatief voorspelbare kasstromen bieden. Nieuwere technologieën en groeiende infrastructuurplatforms brengen doorgaans meer risico mee, maar kunnen ook meer opwaarts potentieel bieden.

Schroders stelt op basis van eigen simulaties dat private infrastructuur in combinatie met aandelen en obligaties de beweeglijkheid van een portefeuille kan verlagen. Een positie in energie-infrastructuur kwam in die analyse uit op een vergelijkbaar rendement als bredere infrastructuur, maar met iets minder risico.

Andere reactie in moeilijke markten

Volgens dezelfde simulaties gedroeg energie-infrastructuur zich in zwakke beurskwartalen anders dan aandelen en obligaties. In de tien slechtste kwartalen voor wereldwijde aandelen tussen maart 2014 en maart 2024 verloren aandelen gemiddeld 7,66% en obligaties 2,93%. Brede infrastructuur leverde gemiddeld 1,43% op en energie-infrastructuur 3,48%.

Hale concludeert daaruit dat energie-infrastructuur niet simpelweg kan worden gezien als een groenere variant van traditionele infrastructuur. De combinatie van contractuele inkomsten, fysieke activa, blootstelling aan elektriciteitsprijzen en structurele groei zorgt voor een ander risico- en rendementsprofiel. Voor beleggers is vooral de vraag welke rol zo’n profiel kan spelen naast bestaande beleggingen.