Paneldiscussie 'Infrastructuur voor de Energietransitie'

Paneldiscussie 'Infrastructuur voor de Energietransitie'

Infrastructuur Energietransitie
23 juni 2026
Financial Investigator Paneldiscussie tijdens het Seminar bij ASR in Utrecht.
Archiefnummers CSF260094 en CSF260095

Door elektrificatie en netcongestie verschuift de aandacht binnen de energietransitie steeds meer naar flexibiliteit, opslag en interconnectiviteit. Welke kansen en risico’s brengt deze systeemverandering voor beleggers?

Door Hans Amesz

 

VOORZITTER

Luc Joosten, Managing Director, a.s.r. real assets investment partners

 

DEELNEMERS

Peter van Apeldoorn, Oprichter, Transformergy

Ronald Huisman, Hoogleraar Duurzame Energiefinanciering, Erasmus School of Economics

Lefteris Strakosias, Investment Director Energy Transition, Gresham House

 

Moet de energietransitie voortaan vooral worden aangestuurd door energiezekerheid en veerkracht, in plaats van door duurzaam­heidsdoelstellingen?

Peter van Apeldoorn: ‘Wat ik interessant vind, is dat energiezekerheid en duurzaamheid momenteel min of meer samenvallen. Energiesystemen en de energievoorziening worden steeds lokaler: je moet ervoor zorgen dat je energie uit de buurt komt. Nu we overschakelen van moleculen naar elektronen, wordt energievoorziening lokaal en dat betekent ook meer energieveerkracht. Je bent niet meer afhankelijk van olie, die van ver komt.’

Lefteris Strakosias: ‘Voor mij is het altijd al om energiezekerheid en veerkracht gegaan. De overgang in Europa naar hernieuwbare energie werd in de eerste plaats ingegeven door doelstellingen op het gebied van duurzaamheid en decarbonisatie, maar er speelde ook een agenda op het gebied van energiezekerheid mee. Dankzij beleidsondersteuning konden het investeringskader en ecosysteem worden gecreëerd die nodig zijn om hernieuwbare energie op grotere schaal in te zetten en de betaalbaarheid ervan te verbeteren. Nu gaan we de volgende fase van de transitie in, waarin de opwekking van hernieuwbare energie steeds meer moet worden aangevuld met flexibiliteit en opslag. Ik ben van mening dat een op hernieuwbare energie gebaseerd elektriciteitssysteem ondersteund door flexibiliteit een oplossing kan bieden voor het energietrilemma van betaalbaarheid, leveringszekerheid en duurzaamheid. Vanuit mijn perspectief gezien betreden we het tijdperk van elektriciteit, waarin ons systeem steeds verder wordt geëlektrificeerd en gedecarboniseerd. Ik denk dat dit het bepalende beleggingsthema voor het komende decennium aan het worden is.’

Moet de onderlinge verbondenheid van verschillende systemen, netwerken, apparaten of organisaties, oftewel de interconnectiviteit, in de eerste plaats worden gezien als een kans of als een risico?

Strakosias: ‘Dat hangt af van welke asset je bezit, welke plaats het inneemt binnen het energiesysteem, en in hoeverre het onderhevig is aan die onderlinge afhankelijkheden. Binnen energiesystemen hebben er altijd al onderlinge afhankelijkheden bestaan. De recente gebeurtenissen in Iran zijn een goed voorbeeld. Wanneer de olieen gasvoorziening wordt verstoord, heeft dat onmiddellijke gevolgen voor het gehele energiesysteem. De veerkracht van dat systeem hangt af van voldoende flexibiliteit en strategische reserves. In de olie- en gassector wordt die rol van oudsher vervuld door olie-opslagcapaciteit en strategische olie- en gasreserves. Het elektriciteitsnet is niet anders. Ook daar is flexibiliteit en reservecapaciteit nodig, maar die diensten worden steeds vaker geleverd door voorzieningen zoals batterijopslag.’

Van Apeldoorn: ‘Ik ben voorstander van interconnectiviteit en zie het ook als een investeringskans. Maar interconnecties zijn erg duur en duren lang. Als je veel lokale energiesystemen en oplossingen kunt vinden, heb je misschien niet al die interconnectiviteit nodig.’

 

Bedenk als vastgoedbelegger ook: zou mijn gebouw ook een soort minienergiesysteem kunnen zijn en een extra cashflow kunnen genereren?

 

Hoe zouden beleggers met groeiende interconnectiviteit moeten omgaan?

Ronald Huisman: ‘Ik denk dat beleggers dit vanuit een pan-Europees perspectief moeten benaderen. De definitie van interconnectiviteit beperkt zich niet alleen tot landen, je kunt het ook op een veel lokaler niveau bekijken. Ik zie interconnectiviteit als een kans, omdat we kunnen profiteren van een overschot aan hernieuwbare energie, bijvoorbeeld uit een andere regio. We importeren hernieuwbare waterkracht uit Noorwegen. Dat vergroot dus onze blootstelling aan hernieuwbare energie. Maar er is ook een risico. Interconnectiviteit heeft bijvoorbeeld tot problemen geleid toen er een paar jaar geleden een stroomstoring was in Frankrijk. Het besmettingseffect daarvan hebben we ook hier gevoeld. En dat zal niet alleen op grotere schaal gebeuren, maar ook op kleinere. Het betekent dat je in je lokale systeem altijd de flexibiliteit moet hebben om met die besmettingseffecten om te gaan. Maar aan de andere kant biedt interconnectiviteit je kansen om te profiteren van flexibiliteit en van hernieuwbare energie die op een andere locatie beschikbaar is. Ik denk dat je daar vanuit beleggingsperspectief op kunt inspelen door gebruik te maken van de flexibiliteit die in andere systemen beschikbaar is. Maar tegelijkertijd moet je in gedachten houden dat je de besmettingseffecten tot een minimum wilt beperken, zodat als er iets gebeurt in dat systeem, dat geen invloed heeft op jouw systeem.’

Zien jullie voorbeelden waarbij investeerders dit daadwerkelijk kunnen doorgronden en ze hier meer vanuit een systeemniveau naar kijken, misschien ook in termen van connectiviteit?

Strakosias: ‘Ik zou een onderscheid willen maken tussen interconnectie en interconnectiviteit. Interconnectiviteit heeft te maken met het feit dat assets binnen een ecosysteem fundamenteel met elkaar verbonden zijn, wat betekent dat het succes van de ene asset in toenemende mate afhangt van het succes van de andere. Zo zorgt de opwekking van hernieuwbare energie bijvoorbeeld voor schommelingen, wat op zijn beurt weer leidt tot een vraag naar flexibele oplossingen, zoals energieopslag in batterijen. Evenzo hangt energieopslag via batterijen af van de toenemende penetratie van hernieuwbare energiebronnen en de groeiende behoefte aan flexibiliteit binnen het systeem. De inzet van het ene versterkt de waarde van het andere. Voor een offshore-windpark kan een extra aansluiting op de markt congestie en vermogensbeperking verminderen door toegang te bieden tot een grotere markt. Wat energieopslag in batterijen betreft, kan een grotere interconnectie bepaalde bronnen van waarde verminderen, terwijl er elders nieuwe kansen ontstaan. De gevolgen hangen af van hoe het elektriciteitssysteem in bredere zin zich ontwikkelt, maar ook van de locatie van je installaties binnen het netwerk, hun verzorgingsgebied en de dynamiek van het lokale net. Daarom is inzicht in de kenmerken van het elektriciteitsnet een essentieel onderdeel van elke investeringsbeoordeling. Dit geldt in toenemende mate niet alleen voor energieopslag in batterijen, maar voor vrijwel alle infrastructuurvoorzieningen naarmate we verder het ‘tijdperk van de elektriciteit’ binnentreden.’

 

We betreden het tijdperk van elektriciteit, waarin ons systeem steeds verder wordt geëlektrificeerd en gedecarboniseerd.

 

Van Apeldoorn: ‘Ik denk dat de vraag wat betreft lokale interconnectiviteit ook is: welke kansen biedt dit voor beleggers? Die zijn enorm. Om maar één voorbeeld te noemen: ik heb onlangs gesproken met de managers van een bedrijventerrein in het oosten van Nederland. Zij wilden een oplaad- en tankstation ontwikkelen. De totale investering ligt tussen de tien en twintig miljoen euro voor een groot aantal vrachtwagens, maar ze willen ook zorgen dat ze via batterijen toegang hebben tot een zonnepark en energievoorziening. Ze realiseerden zich dat ze zich op een locatie bevinden waar men ook batterijcapaciteit wil inzetten als buffer om het netwerk in evenwicht te houden. Ze kunnen binnen dit project ook batterijen toevoegen – een totale investering tussen de vijftig en tachtig miljoen euro – en daarvoor een vergoeding krijgen van de huurders. Met deze investering creëer je in feite ‘energy as a service’, energiebestendigheid en energiezekerheid, en verdien je er ook nog geld mee. Ik denk dat er vanuit financieringsperspectief ingestapt kan worden, zowel aan de equity- als aan de schuldkant, en dat biedt veel kansen. Je ziet dat dit creativiteit en een nieuwe manier van systeemdenken stimuleert. Iedereen denkt: ik heb een elektriciteitsaansluiting en daar komt de stroom vandaan. Of: ik heb stroom en die moet ik kwijt, dus ga ik naar het net. De behoefte aan energie in het oosten van Nederland was zo groot, dat een aantal mensen vanwege de netcongestie de koppen bij elkaar stak en dacht: laten we dan onze eigen oplossing bedenken. Dat is, denk ik, wat iedereen nodig heeft. Als je een vastgoedbelegger bent en je hebt één groot vastgoedproject, denk dan niet alleen aan het verhuren ervan, maar bedenk ook: zou mijn gebouw ook een soort mini-energie systeem kunnen zijn en een extra cashflow kunnen genereren?’

Huisman: ‘Als we nadenken over het bestaande elektriciteitsnet en hoe dat in de toekomst kan worden benut, kunnen gedecentraliseerde locaties in een gedecentraliseerd energiesysteem zeer relevant en belangrijk zijn.’

Brengt het tempo van technologische innovatie meer risico’s met zich mee dan kansen?

Huisman: ‘Het brengt wel risico’s met zich mee, maar biedt ook veel kansen en nodigt veel innovators uit om de markt te betreden. De risico’s kunnen deels ontstaan doordat we niet weten hoe we ze in het systeem moeten integreren of wat de impact op het systeem zal zijn. Een deel van het risico komt ook voort uit juridische kwesties, omdat ons rechtssysteem bijvoorbeeld niet flexibel genoeg is om met die nieuwe kansen om te gaan. Al met al sta ik positief tegenover de technologische innovatie en denk ik dat het vooral meer kansen zal bieden.’

 

De sleutel tot succes is de bereidheid om het systeem te begrijpen. En vervolgens vaststellen waar je impact wilt maken en hoe je dat kunt doen.

 

Van Apeldoorn: ‘Ik vind het interessant om technologische innovatie te koppelen aan de energietransitie. Er zijn vele honderden miljarden in Europa per jaar nodig voor de energietransitie. Dat geld moet deels vanuit institutionele investeerders gefaciliteerd worden. Als je voor laag risico wilt gaan, kun je investeren in grotere netwerken, dat is dan ‘core’. Als je in ‘core plus’ wilt zitten, ben je waarschijnlijk meer gericht op offshore wind, windenergie en zonne-energie met batterijen. Als je in ‘value added’ wilt zitten, kun je overal terecht, van bijna aandelenrisico tot zeer hoog aandelenrisico, in recycling, in de verwerking van ‘black mass’, in getijdenenergie, in geothermie, in wat dan ook. Er zijn enorm veel kansen en als institutionele investeerder kun je zelf kiezen welk risico-rendementsprofiel je wilt nastreven binnen de energietransitie.’

Wat is de cruciale succesfactor voor een belegger in energieinfrastructuur in het komende decennium?

Strakosias: ‘Beleggers moeten zich houden aan thematisch beleggen en bepalen hoe ze hun portefeuilles willen afstemmen op de belangrijkste structurele trends die de energietransitie vormgeven. Ze moeten ook inzicht hebben in de onderlinge afhankelijkheden tussen assets en de resterende portefeuillerisico’s beheren door middel van diversificatie. Het is heel moeilijk om te voorspellen welke individuele technologie de komende twintig jaar dominant zal zijn. In plaats daarvan zouden beleggers zich moeten richten op assets die duurzame diensten leveren aan het energiesysteem en die diensten voortdurend opnieuw moeten beoordelen naarmate het energiesysteem zich verder ontwikkelt. Technologieën, bedrijfsmodellen en marktstructuren zullen zich verder ontwikkelen, maar de behoefte aan betrouwbare, betaalbare en veerkrachtige elektriciteit zal blijven bestaan. Daarom draait succesvol beleggen voor mij om het begrijpen van blijvende systeembehoeften in plaats van te proberen individuele winnaars te selecteren.’

Van Apeldoorn: ‘Het aannemen van een Chief Energy Officer, dus iemand die alles weet van energie, kan een cruciale succesfactor zijn. Energie is bepalend voor de exploitatiekosten van je bedrijf en/of de extra cashflow die je genereert. In de logistieke sector, en ik denk ook in vastgoed, kun je veel waarde creëren door je energiekosten heel efficiënt te beheren. Ik zie nu in de logistiek verschillen van vijf tot tien cent per kilowattuur tegenover zeventig tot tachtig cent per kilowattuur. Dat betekent dat één logistiek bedrijf zeven, acht of tien keer hogere operationele kosten heeft dan het bedrijf dat de energietransitie slim heeft aangepakt. Neem dus gewoon iemand in dienst, bijvoorbeeld een man of een vrouw die als technicus een masteropleiding in Delft heeft gevolgd. Zet die persoon achter Excel, stel een team samen en beheer je energie.’

Huisman: ‘Ik zou niet alleen een ingenieur aannemen. Ingenieurs zijn niet creatief genoeg, ze kunnen niet economisch denken. Het moet een combinatie zijn. Ik denk dat de sleutel tot succes de bereidheid is om het systeem te begrijpen. En vervolgens vaststellen waar je impact wilt maken en hoe je dat kunt doen. Als je als investeerder in de energiesector actief bent, is dat cruciale kennis om succesvol te zijn.’

 

IN HET KORT

Nu energiesystemen en de energievoorziening steeds lokaler worden, is het cruciaal dat je energie uit de buurt komt.

Interconnectiviteit is zowel een kans als een risico: het biedt flexibiliteit, maar brengt ook besmettingseffecten met zich mee.

Elektrificatie en decarbonisatie worden het bepalende beleggingsthema voor het komende decennium.

Succesvol beleggen draait om het begrijpen van blijvende systeembehoeften in plaats van te proberen individuele winnaars te selecteren.

 

Lees het volledige verslag in het digitale magazine