Harry Geels: Een nieuw, eerlijk en simpel belastingstelsel
Door Harry Geels
Er worden tegenwoordig veel discussies gevoerd over het hervormen van het belastingstelsel. Enerzijds omdat het te complex is geworden, anderzijds omdat de overheid meer belasting wil innen. Ik stel een alternatief stelsel voor dat aanzienlijk beter scoort op de zogeheten ‘canons of taxation’, de klassieke principes van een goede belastingheffing.
Zo langzamerhand is vrijwel iedereen het erover eens dat ons belastingstelsel een gedrocht is geworden. Het is te complex, mede door de wirwar aan fiscale regelingen, subsidies en toeslagen. Veel belastingplichtigen hebben professionele hulp nodig om hun aangifte correct in te vullen. De verschillende tarieven en boxen leiden bovendien tot arbitrage en ontwijkgedrag. Een van de grootste problemen is de armoedeval: bij bepaalde inkomensniveaus loont het nauwelijks om extra te werken. Tot slot ervaren veel Nederlanders het huidige stelsel als onrechtvaardig, vooral vanwege de hoge belastingdruk op arbeid.
Als een systeem niet meer goed functioneert, moeten we soms terug naar de tekentafel. Ik stel daarom een fundamenteel eenvoudiger stelsel voor, gebaseerd op vier kernprincipes:
- Een vlaktaks op alle inkomsten uit de vier productiefactoren: arbeid, ondernemerschap, natuur en vermogen.
- Een negatieve inkomstenbelasting (NIB) onder een vastgesteld bestaansminimum.
- Afschaffing van boxen en toeslagen.
- Belastingen op consumptie en verbruik via btw en accijnzen, waarbij deze vooral worden ingezet om maatschappelijke kosten en baten (externaliteiten) beter te beprijzen.
Laten we deze vier principes eerst nader uitwerken, vervolgens enkele discussiepunten bespreken, en afsluiten met een vergelijking tussen het huidige en het voorgestelde systeem aan de hand van de bekende principes van goede belastingheffing.
1) Een vlaktaks op alle inkomstenbronnen
Een vlaktaks op inkomsten uit de vier productiefactoren heeft diverse voordelen. Zo’n systeem is eenvoudig, met één grondslag en één tarief. Het voorkomt arbitrage tussen boxen en zorgt ervoor dat uitsluitend inkomsten worden belast, niet de productiefactoren zelf.
Of iemand inkomen ontvangt uit arbeid, dividend, ondernemingswinst, pacht, huur of royalty's, maakt fiscaal niet langer uit. Alle inkomsten worden tegen hetzelfde tarief belast. Een tarief van bijvoorbeeld 25% kan daarbij als uitgangspunt dienen, afhankelijk van de gewenste omvang van de collectieve sector. Belangrijk is dat alleen inkomsten worden belast. Vermogen, ondernemingen, grond of andere productiefactoren hoeven niet te worden verkocht om belastingen te kunnen betalen. Dat bevordert rechtszekerheid en stimuleert ondernemerschap en investeringen.
2) Negatieve inkomstenbelasting (NIB)
Bij een negatieve inkomstenbelasting stelt de politiek een bestaansminimum vast dat voldoende is voor volwaardige deelname aan de samenleving. Wie daar door ziekte, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid of verminderde arbeidsparticipatie onder blijft, ontvangt via de Belastingdienst automatisch een aanvulling tot dat niveau. Over de voordelen van een NIB ten opzichte van een universeel basisinkomen (UBI) heb ik al eerder een column geschreven. Een van de grootste voordelen is dat veel bestaande toeslagen en uitvoeringsinstanties kunnen verdwijnen, wat leidt tot forse vereenvoudiging en lagere uitvoeringskosten.
3) Afschaffing van boxen en toeslagen
Wanneer we werken met een vlaktaks en een NIB, verliezen de huidige boxen grotendeels hun functie. Ze vormen hoogstens een simpele structuur bij de aangifte. Ook de toeslagen kunnen verdwijnen. Daardoor wordt de armoedeval aanzienlijk verminderd. Iedere volwassene weet welk bestaansminimum gegarandeerd is. Wie meer gaat werken, houdt vervolgens van iedere extra verdiende euro hetzelfde nettopercentage over. Werken wordt daarmee structureel aantrekkelijker.
Daarnaast blijken toeslagen, zowel aan de kant van de verstrekking als aan die van de ontvanger, gevoelig voor fouten, inefficiëntie, misbruik en fraude. Ook dat probleem wordt opgelost.
4) Btw en accijnzen
Btw en accijnzen blijven bestaan. Ze zijn relatief efficiënt te innen en kunnen worden ingezet om maatschappelijke kosten beter in prijzen te verwerken. Accijnzen kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt om negatieve externaliteiten, zoals vervuiling, gezondheidskosten of congestie, te beprijzen. Daarmee vervullen zij een andere functie dan de inkomstenbelasting. Hun doel is niet primair het genereren van belastinginkomsten, maar het verbeteren van economische prikkels.
Opbrengsten uit kansspelen en ontvangen erfenissen kunnen worden beschouwd als inkomen en daarom tegen hetzelfde vlakke tarief worden belast. Dat laatste is overigens een filosofische concessie: persoonlijk beschouw ik een nalatenschap eerder als reeds belast inkomen dan als nieuw inkomen en dat de erflater vrij zou moeten zijn te bepalen wat er met zijn vermogen gebeurt (wegschenken, uitgeven tijdens leven of nalaten).
Wat mitsen en maren
De vier beschreven principes lijken eenvoudig, maar uiteraard kent iedere belastinghervorming praktische uitdagingen. Een eerste uitdaging betreft vermogen dat geen directe inkomsten genereert, zoals grondstoffen, edelmetalen of cryptoactiva. Eventuele waardestijgingen zouden tegen hetzelfde vlakke tarief kunnen worden belast zodra deze worden gerealiseerd.
Een tweede aandachtspunt betreft bedrijven die winsten gebruiken om aandelen in te kopen in plaats van dividenden uit te keren. Dit probleem is op te lossen door aandeleninkoop fiscaal gelijk te stellen aan dividenduitkeringen. Een derde uitdaging is de bijzondere positie van de eigen woning. De overheid stimuleert eigenwoningbezit momenteel via de hypotheekrenteaftrek, terwijl het eigenwoningforfait slechts beperkt corrigeert voor het woongenot dat de woning oplevert.
Persoonlijk ben ik tegen de hypotheekrenteaftrek, uiteraard met respect voor bestaande rechten en overgangsregelingen. Een oplossing is de eigen woning tegen een vlaktaks te belasten op basis van een forfaitaire huurwaarde (‘imputed rent’), bijvoorbeeld van 5% van de WOZ-waarde (25%×5%×WOZ). Een alternatief is het afzonderlijk vlak te belasten van de economische opbrengst van de onderliggende grond. Politiek zijn dit gevoelige onderwerpen, maar economisch bezien zijn zij wel consistent met de uitgangspunten van het voorgestelde stelsel.
Een rating van het oude en nieuwe systeem
Belastingen zouden altijd moeten worden getoetst aan de maatstaven van een goed belastingstelsel. Adam Smith formuleerde ooit zijn beroemde canons of taxation, waarna economen deze hebben uitgebreid tot een bredere set van principes. Deze principes zijn samengevat in onderstaande figuur. Het huidige stelsel scoort op meerdere onderdelen matig. De uitvoeringskosten zijn hoog, de complexiteit groot en de economische verstoringen aanzienlijk.

Mijn voorstel scoort beter op vrijwel alle criteria: eenvoud, transparantie, neutraliteit, voorspelbaarheid en arbeidsparticipatie. Uiteraard kleeft aan deze beoordeling met scores een zekere mate van subjectiviteit. De slager keurt hier immers deels zijn eigen vlees. Toch denk ik dat een vlaktaks gecombineerd met een negatieve inkomstenbelasting een serieuze plaats verdient in het debat over de toekomst van het Nederlandse belastingstelsel.
Dit artikel bevat een persoonlijke opinie van Harry Geels