Harry Geels: Kan een bankier een degrowth-aanhanger zijn?

Harry Geels: Kan een bankier een degrowth-aanhanger zijn?

ESG Banken

Commerciële banken zijn voor hun winstgevendheid sterk afhankelijk van kredietverlening. Degrowth stelt daarentegen de noodzaak van voortdurende economische groei ter discussie. Kan de wereld van degrowth wel verenigd worden met het bankwezen?

Door Harry Geels

Een bankier die degrowth aanhangt. Op het eerste gezicht klinkt dat als een vegetarische slager, een tabaksdirecteur die campagne voert tegen roken, of een brouwer die mensen aanraadt minder bier te drinken. Toch kom ik steeds vaker mensen in de financiële sector tegen die sympathie hebben voor ideeën als ecologische grenzen of zelfs bezwaar hebben tegen het ‘groeimodel’. Dat roept de interessante vraag op of het concept van een commerciële bank wel verenigbaar is met dergelijke opvattingen. Om die vraag te beantwoorden, moeten we eerst begrijpen wat een typische bank eigenlijk doet.

Sinds jaar en dag beschrijven economieboeken banken als intermediairs. Spaarders storten geld en banken lenen dat geld vervolgens uit aan kredietnemers. De bank is intermediair. Dit beeld is echter onvolledig. In het moderne bankwezen creëren commerciële banken nieuw geld wanneer zij leningen verstrekken. Wanneer een bank een hypotheek van € 500.000 verstrekt, boekt zij tegelijkertijd een lening van € 500.000 aan de activazijde van de balans en een deposito van € 500.000 aan de passivazijde. De lening creëert het deposito, en zo creëert kredietverlening nieuw geld.

Dit lijkt misschien een boekhoudkundig detail, maar de implicaties zijn enorm. Neem de vastgoedmarkt. Door de hypotheek beschikt de koper ineens over koopkracht die daarvoor niet bestond. Wanneer het woningaanbod beperkt is, vertaalt meer krediet zich vaak in hogere vastgoedprijzen. Dit betekent niet dat banken alleen verantwoordelijk zijn voor alle activaprijsinflatie. Ook rente, demografie en bouwbeleid spelen een belangrijke rol. Maar banken zijn duidelijk geen passieve toeschouwers. Via hun kredietbeslissingen bepalen zij waar nieuw gecreëerde koopkracht in de economie terechtkomt.

Vier belangrijke inkomstenbronnen

Dat roept de vraag op hoe banken tegenwoordig eigenlijk geld verdienen. Het antwoord is minder mysterieus dan veel mensen denken. Een typische Europese retailbank haalt het grootste deel van haar inkomsten uit vier bronnen. De eerste, en veruit de belangrijkste, zijn de rente-inkomsten uit leningen. Hypotheken, bedrijfsleningen en consumentenkrediet vormen nog altijd de belangrijkste winstmotor van de meeste banken. Ten tweede zijn er rente-inkomsten uit effecten en reserves, zoals staatsobligaties en tegoeden bij de centrale bank.

Ten derde zijn er vergoedingen en commissies die worden verdiend met betalingsdiensten, beleggingsproducten, vermogensbeheer en betaalpakketten. De vierde bron betreft handelsinkomsten en overige inkomsten. Voor traditionele retailbanken vormt deze bron doorgaans de kleinste categorie. Het meeste geld wordt dus verdiend met rente op leningen. Recente cijfers van ING illustreren dit. ING probeert weliswaar meer te verdienen door beleggingsproducten en abonnementsdiensten te verkopen, maar de netto rente-inkomsten zijn nog altijd aanzienlijk groter.

Groene groei blijft groei

Hier ontstaat de spanning met degrowth. Als ongeveer 60% van de inkomsten van een bank afkomstig is uit haar kredietportefeuille, dan hangt de winstgevendheid van de bank nauw samen met de uitbreiding en instandhouding van dat krediet. Een degrowth-aanhanger zou kunnen tegenwerpen dat niet zozeer het volume van krediet telt, maar vooral de bestemming ervan. In plaats van grotere woningen, extra consumptie en koolstofintensieve activiteiten te financieren, zouden banken warmtepompen, isolatie, hernieuwbare energie en openbaar vervoer kunnen financieren.

Dat is begrijpelijk. Maar het blijft een groeiverhaal, niet zelden eufemistisch ‘groene groei’ genoemd. De bank verstrekt nog steeds meer leningen, de balans blijft groeien en er vinden nieuwe investeringen plaats. De kleur van het krediet verandert, maar krediet blijft centraal staan. En ook een bank die meer wil verdienen op beleggingsportefeuilles, profiteert nog steeds van meer beleggende klanten, stijgende koersen en meer investeringen, al krijgen die wellicht het label ESG, duurzaam of impact, net zoals producten in de supermarkten ook allerlei labeltjes krijgen.

Daarom vind ik het fenomeen van de ‘degrowth-bankier’ zo fascinerend. Er is waarschijnlijk weinig tegenstrijdigs aan een individuele bankier die vindt dat de samenleving minder zou moeten consumeren, minder zou moeten verspillen en planetaire grenzen zou moeten respecteren. De tegenstrijdigheid zit tussen een filosofie die de voortdurende drang naar expansie ter discussie stelt en een financieel systeem waarvan de winstgevendheid nog steeds sterk afhankelijk is van groeiende kredietverlening of stijgende vermogenswaarden, ofwel van harde groei, onder welke naam dan ook.

Conclusie

Dus kan een bankier een degrowth-aanhanger zijn? Dit kan volgens mij alleen als hij of zij bereid is een systeem te accepteren waarin banken alleen mogen uitlenen op basis van bestaande spaargelden, of waarin leverage aanzienlijk wordt beperkt. In zo'n systeem zou de geldcreatie door commerciële banken veel beperkter zijn, waardoor kredietexpansie minder centraal komt te staan in de economie. Een dergelijk model zou niet alleen de economische groei afremmen, maar ook het bankwezen stabieler en minder afhankelijk maken van overheidssteun tijdens financiële crises.

Daar staat dan tegenover dat banken voor aandeelhouders minder aantrekkelijk worden. Persoonlijk blijf ik een voorstander van economische groei. Groei kan de klimaattransitie vergemakkelijken en mensen mogelijkheden bieden om aan moeilijke omstandigheden te ontsnappen. Toch merk ik dat ik ook grote sympathie heb voor bepaalde argumenten zoals het beperken van leverage, het verminderen van de afhankelijkheid van steeds verder uitdijende kredietverlening en het uiteindelijk stabieler maken van het financiële systeem.

Misschien maakt dat mij, ondanks mijn geloof in economische groei, meer tot een degrowth-aanhanger dan ik zou willen toegeven.

Dit artikel bevat een persoonlijke opinie van Harry Geels