Guido Veul: System-level engagement vraagt om scherpe keuzes
Door Guido Veul, Director bij AF Advisors
Engagement met ondernemingen is inmiddels een vast onderdeel van duurzaam en verantwoord beleggen. Maar systeemrisico’s als klimaatverandering en biodiversiteitsverlies laten zich niet alleen op ondernemingsniveau oplossen.
Regelgeving, marktstandaarden en overheidsbeleid bepalen mede hoe bedrijven handelen. Institutionele beleggers richten zich daarom steeds vaker ook op beleidsmakers, toezichthouders en andere marktpartijen. Deze bredere aanpak wordt aangeduid als system-level engagement of systemic engagement.
Corporate engagement en system-level engagement zijn daarbij complementair. Een onderneming kan investeren in CO₂-reductie, maar tegelijkertijd ervaren dat verdere stappen worden bemoeilijkt door het ontbreken van een gelijk speelveld of adequate CO₂-beprijzing. Zodoende kan corporate engagement zichtbaar maken dat aanpassing van wet- en regelgeving nodig is.
Deze aanpak wordt steeds meer geformaliseerd. Zo vraagt de nieuwe UK Stewardship Code 2026 institutionele beleggers expliciet aandacht te besteden aan marktbrede en systeemrisico’s. Engagement met beleidsmakers, toezichthouders en standard setters zoals de accounting-standaardorganisatie IASB wordt daarbij als mogelijk instrument genoemd.
De gedachte hierachter is goed te volgen. Grote institutionele beleggers hebben breed gespreide portefeuilles en kunnen systeemrisico’s maar beperkt wegdiversifiëren. Een belegger kan aandelen van CO₂-intensieve ondernemingen verkopen en daarmee de CO₂-voetafdruk van de portefeuille verlagen. Het klimaatrisico voor de rest van de portefeuille verdwijnt daarmee echter niet.
Als alles een systeemrisico is
Maar als beleggers systeemrisico’s actief willen beïnvloeden, ontstaat een fundamentele vraag: welke risico’s rechtvaardigen engagement beleid?
Een scherpe grens tussen financiële en politieke onderwerpen bestaat daarbij niet. Klassieke engagement onderwerpen zoals betere bescherming van minderheidsaandeelhouders en accountingstandaarden zullen zelden als politieke activiteit worden gezien. Bij klimaat ligt dat al gevoeliger en bij biodiversiteit, AI, gezondheid, arbeidsmarktbeleid of inkomensongelijkheid spelen maatschappelijke en politieke afwegingen nog nadrukkelijker een rol en kunnen zij zelfs onderling conflicterend zijn.
Voor vrijwel ieder groot maatschappelijk vraagstuk is uiteindelijk een relatie met economische groei en beleggingsrendementen te leggen. Als financiële materialiteit voldoende zou zijn om system-level engagement te rechtvaardigen, ontstaat daarmee een vrijwel onbegrensd stewardshipmandaat.
Waar trek je dan toch de grens?
In de markt wordt hier verschillend tegenaan gekeken. Norges Bank Investment Management (NBIM) heeft vorige maand een relatief nauwe afbakening gepubliceerd. NBIM erkent het belang van systeemrisico’s, maar stelt dat veel daarvan vragen om beleid voor de reële economie en daarmee primair tot het domein van overheden behoren. Voor beleggers ziet NBIM vooral een rol bij onderwerpen die direct raken aan goed functionerende financiële markten, zoals aandeelhoudersrechten en marktintegriteit.
Aan de andere kant kiezen verschillende Britse asset owners voor een bredere benadering, waarin ook klimaat, natuur, technologie en sociale vraagstukken onder system-level stewardship vallen. De financiële relevantie daarvan is meestal duidelijk. Minder goed onderbouwd is soms waarom juist deze risico’s prioriteit krijgen, waarom interventie door de belegger passend is, en hoeveel middelen daarvoor beschikbaar moeten zijn.
Die onderbouwing is essentieel. Naarmate system-level engagement breder wordt, moeten beleggers duidelijker kunnen uitleggen waarom zij bepaalde onderwerpen wel en andere niet adresseren. Dat is essentieel voor het draagvlak bij deelnemers en andere stakeholders en voor de inrichting van het stewardshipbeleid.
De Nederlandse markt hoeft de nauwe afbakening van NBIM niet te volgen. Nederlandse institutionele beleggers kennen een lange traditie van collectieve engagement en initiatieven gericht op beleidsmakers en marktstandaarden. Een bredere aanpak kan daar goed bij passen, zolang keuzes expliciet worden gemaakt en onderbouwd.
Financiële materialiteit is een logisch vertrekpunt, maar is niet voldoende. Ook moet duidelijk zijn waarom een onderwerp binnen het mandaat past en, waar relevant, waarom het aansluit bij de belangen en voorkeuren van deelnemers of andere stakeholders.
Daarnaast telt beïnvloedbaarheid. Omvang, expertise, lokale aanwezigheid en toegang tot beleidsmakers bepalen mede waar een belegger verschil kan maken. Samenwerking kan die invloed vergroten en expertise bundelen. Niet ieder materieel systeemrisico is daarmee automatisch een geschikt onderwerp voor iedere belegger.
Ambitie vraagt om middelen
Ten slotte zijn stewardshipcapaciteit en -budget beperkt. Een bredere ambitie vraagt daarom om expliciete keuzes over doelen, aanpak en inzet van middelen. Daarbij is ook de aansluiting op corporate engagement van belang: waar kunnen doelen via ondernemingen worden bereikt, waar is interventie op systeemniveau nodig, en waar versterken beide elkaar? Dit helpt system-level engagement succesvol in te richten en voorkomt dat naast corporate engagement een steeds bredere, afzonderlijke agenda ontstaat.
System-level engagement kan goed binnen het mandaat van een institutionele belegger passen, maar een bredere ambitie vraagt om scherpere keuzes en een goede onderbouwing daarvan. De kernvraag is waar een belegger zijn schaarse stewardshipcapaciteit het meest effectief kan inzetten binnen het brede spectrum aan systeemrisico’s.