Joeri de Wilde: Verwacht geen klimaatactie vanuit universeel eigenaarschap

Joeri de Wilde: Verwacht geen klimaatactie vanuit universeel eigenaarschap

ESG

Door Joeri de Wilde, Senior Econoom bij Triodos Investment Management

Nu het klimaatbeleid vanuit de overheid tekortschiet, zou je hopen dat de private sector zich extra inzet. Maar zelfs partijen wier belangen zogenaamd samenvallen met de wereldeconomie doen vrijwel niets.

Zo rond de eeuwwisseling kwam een hoopvolle economische theorie opzetten: die van universeel eigenaarschap. Volgens deze theorie zouden financiële instellingen die effectief een groot deel van de wereldeconomie bezitten, als vanzelf meer in lijn met het publieke belang gaan handelen.

Omdat deze instellingen in vrijwel ieder beursgenoteerd bedrijf een belang zouden hebben, zouden ze zichzelf steeds meer als ‘makers’ van de economie gaan beschouwen, in plaats van ‘ontvangers’. Dat zelfbewustzijn zouden ze vervolgens aanwendden om bedrijven aan te sporen te verduurzamen. Hun brede blootstelling aan de wereldeconomie zou immers betekenen dat ze een financiële prikkel hebben om economische schade door klimaatverandering zo veel mogelijk te beperken.

Deze theorie klonk lange tijd plausibel. Maar het volledige gebrek aan klimaatactie van ’s werelds grootste vermogensbeheerders zet inmiddels een belangrijke aanname onder druk: hoe universeel is hun eigenaarschap eigenlijk?

Grote beursgenoteerde bedrijven zijn westers

Twee recente onderzoeken laten zien waar de theorie schuurt met de praktijk. Allereerst blijken de portefeuilles van de grootste vermogensbeheerders ter wereld helemaal niet zo mondiaal gespreid als de term universeel eigenaarschap doet vermoeden. Bij zowel BlackRock als Vanguard is meer dan 90% van het beheerde vermogen geïnvesteerd in bedrijven die gevestigd zijn in rijke landen. Dat is niet verrassend: deze partijen volgen voornamelijk marktkapitalisatiegewogen indices, waarin bedrijven met een grotere beurswaarde een groter gewicht krijgen.

Kijken we naar de dertig grootste ETF’s van BlackRock, dan blijkt 85% van het vermogen belegd in bedrijven die zijn gevestigd in Noord-Amerika en Europa.

De belangrijkste belangen van deze vermogensgiganten liggen dus bij grote westerse bedrijven. Daarmee is hun financiële prikkel om mondiale klimaatschade te beperken minder sterk dan de theorie van universeel eigenaarschap suggereert. Juist de economieën die het zwaarst door klimaatverandering worden geraakt, bevinden zich voor een groot deel in het mondiale Zuiden. Die economieën zijn echter nauwelijks vertegenwoordigd in de portefeuilles van de grootste vermogensbeheerders.

Deel van de toeleveringsketen valt buiten de portefeuille

Ook binnen afzonderlijke productieketens blijkt van universeel eigenaarschap weinig sprake. Een goed voorbeeld is de palmolieketen. De grote vermogensbeheerders zijn nauwelijks geïnvesteerd in het upstream-gedeelte van de keten: de kleinere, goedkopere plantagebedrijven die direct betrokken zijn bij ontbossing. Hun beleggingen bevinden zich vooral downstream, bij de grote bedrijven in de consumptiegoederensector, zoals Nestlé en Unilever.

Juist de bedrijven die direct betrokken zijn bij ontbossing, worden het sterkst blootgesteld aan de ecologische schade die daaruit voortkomt. Omdat de grote vermogensbeheerders nauwelijks in deze plantagebedrijven zijn geïnvesteerd, worden zij via hun portefeuilles dus maar beperkt financieel geraakt door de schade die in dit deel van de keten wordt veroorzaakt. De onderzoekers concluderen dan ook dat de portefeuilles van de grote vermogensbeheerders niet significant zijn blootgesteld aan de klimaatschade die samenhangt met ontbossing.

Universeel eigenaarschap bestaat niet

Net zoals de mythe dat ‘de markt alles oplost’ al geruime tijd is ontkracht, doen we er goed aan niet te vertrouwen op de financiële prikkel die uit universeel eigenaarschap zou voortvloeien. De grootste vermogensbeheerders bezitten weliswaar belangen in duizenden bedrijven, maar hun portefeuilles zijn geografisch gezien en binnen productieketens sterk geconcentreerd. Daardoor vallen juist delen van de economie die het hardst getroffen worden door ecologische schade buiten hun directe financiële blootstelling.

Overheidssturing blijft daarom cruciaal. Dat is misschien een vervelende conclusie in een tijd waarin overheden traag handelen of klimaatbeleid actief tegenwerken. Juist in zo’n situatie is de verleiding groot om erop te hopen dat grote vermogensbeheerders het gebrek aan overheidsbeleid kunnen opvangen. Maar van hen moeten we niet te veel verwachten: hun financiële prikkel om mondiale klimaatschade te beperken blijkt in de praktijk veel minder groot dan de theorie veronderstelt.

 

Meer columns van Joeri de Wilde