M&G: Waar stopt private credit met traden en begint het de transformatie?

M&G: Waar stopt private credit met traden en begint het de transformatie?

Private Debt

Private credit staat de afgelopen maanden volop in de schijnwerpers. Anna Skarborg, Managing Director & Director of Sustainability bij P Capital Partners (onderdeel van M&G Investments), benadrukt dat de beleggingscategorie de duurzame impuls kan geven die de Europese reële economie nu hard nodig heeft.

Door Michiel Pekelharing

 

Anna Skarborg

Anna Skarborg trad in april 2024 in dienst bij P Capital Partners. Als lid van het managementteam is zij verantwoordelijk voor de strategische integratie van duurzaamheid, AI en communicatie gericht op het werven van nieuwe projecten. Naast het feit dat zij zelf twee bedrijven heeft opgericht, heeft zij meer dan 15 jaar ervaring op het gebied van duurzame financiering. Voordat zij bij P Capital Partners in dienst trad, gaf zij leiding aan de afdeling duurzaam beleggen bij Northzone VC.

 

Private credit is de afgelopen jaren sterk gegroeid, maar staat inmiddels onder druk doordat sommige fondsen exitverzoeken moeilijk kunnen honoreren. Hoe kijkt u naar die ontwikkeling en welke risico’s ziet u momenteel in de markt?

‘We zien nu eigenlijk twee bewegingen tegelijk. Enerzijds zijn er enorme kapitaalinstromen geweest naar private credit als geheel. Anderzijds heeft de markt zich steeds verder opgesplitst. Aan de ene kant heb je de grote fondsen die met hun leningen private equity-transacties financieren. Aan de andere kant de meer gespecialiseerde spelers die rechtstreeks aan bedrijven lenen, zonder tussenkomst van zo’n private equitykoper. Verreweg het meeste kapitaal is naar de eerste categorie gestroomd. Dat heeft geleid tot felle concurrentie om dezelfde deals, waardoor de schuldratio’s blijven stijgen, de rentemarges krimpen en de voorwaarden die beleggers beschermen steeds magerder worden. Er jaagt simpelweg te veel kapitaal op dezelfde deals. Tegelijkertijd zijn de exitvensters voor private equityfondsen beperkt, waardoor we steeds meer fondsen zien die looptijden verlengen en kapitaal intern herplaatsen in plaats van teruggeven aan beleggers. Dat creëert een dubbele druk, en die komt precies op het moment dat de beschermingsstructuren het zwakst zijn. Dat is zorgelijk.’

Hoe verhoudt de situatie in dat segment zich tot uw eigen portefeuille?

‘In bepaalde delen van de markt zijn de schuldniveaus aanzienlijk gestegen, terwijl de rentevergoeding onder druk staat. Onze bedrijfsportefeuille handhaaft juist een conservatiever schuldprofiel in combinatie met sterke, voor risico gecorrigeerde rendementen. Dat is geen toeval, maar het directe gevolg van onze aanpak. Wij lenen rechtstreeks aan ondernemers en familiebedrijven en volgen geen overnamestrategie van een private equity-partij. Daardoor zijn we niet afhankelijk van die dealstroom en concurreren we niet met de tientallen fondsen die allemaal achter dezelfde transacties aanzitten. Zo blijven we in staat om een reële risicopremie te vragen en stevige voorwaarden te bedingen die ons als kredietverstrekker beschermen. Dat zijn geen kleine nuances, maar fundamenteel andere risicoprofielen.’

Waarom leent u vooral aan familiebedrijven en ondernemers?

‘In de eerste plaats ligt hier een grote kans. Familiebedrijven vormen ruim 50% van de Europese economie, maar deze ondernemingen hebben vaak moeite om kapitaal aan te trekken. Daarnaast hebben familiebedrijven dezelfde belangen als wij bij kredietverstrekking. Als wij geld lenen aan een familiebedrijf of een ondernemereigenaar, lenen we aan iemand voor wie dit bedrijf het belangrijkste bezit is. Hij of zij heeft er alle tijd, geld en reputatie in gestoken. De tijdshorizon is lang, de motivatie is intrinsiek. Er is geen financiële eigenaar die over vier jaar wil uitstappen en daarvoor soms beslissingen neemt die niet per se in het belang zijn van het bedrijf op langere termijn. Dat verschil in mindset vertaalt zich direct in de kwaliteit van onze gesprekken en in de wijze waarop we samen problemen oplossen als een bedrijf het even moeilijk heeft.’

Familiebedrijven zijn goed voor zo’n 70% van de Europese corporate sector en meer dan de helft van het Europese bbp. Toch bereikt slechts een fractie van de Europese direct lending-markt deze groep. Hoe verklaart u dat en waarom ziet u dit juist als kans?

‘Dat heeft alles te maken met complexiteit. Familiebedrijven en ondernemersgeleide bedrijven zijn minder volwassen in het ophalen van financiering. Ze hebben geen groot private equity-huis achter zich dat het fundraising-proces begeleidt en de informatiememoranda opstelt. Als wij naar een dergelijke deal kijken, beginnen we vrijwel altijd vanaf nul. De bedrijven zijn solide genoeg, maar hebben om een bepaalde reden geen toegang tot reguliere bankfinanciering. Dat kan van alles zijn, zoals een complexere markt of een specifiek project dat buiten de modellen valt die banken hanteren. Wij nemen dus niet de rol van een bank over en ik wil vooral ook niet aangeven dat banken meer actief moeten worden op deze markt. We worden betaald voor het extra werk en het extra risico dat daarmee gepaard gaat, én we bedingen daarvoor ook echte bescherming. Die combinatie van een complexiteitspremie plus sterke covenantstructuur is voor ons de basis van aantrekkelijke voor risico gecorrigeerde rendementen.’

U spreekt wel van ‘vissen in de oceaan’ als u uw aanpak vergelijkt met de sponsor-backed markt. Wat bedoelt u daarmee?

‘Als je in de gesponsorde markt op zoek bent naar deals, sta je als het ware aan de rand van een rivier. Je wacht tot de vis voorbijkomt en er is een gestructureerd dealproces waaraan je kunt aanhaken. De partij die de beste aanbieding doet, vangt de vis. In de niet-gesponsorde markt vis je in een oceaan. Er is geen gestructureerd proces. Het draait volledig om relaties, ecosystemen en de reputatie die je als partner hebt opgebouwd. De bronnen van dealflows zijn ons eigen netwerk, aanbevelingen door andere partijen en bijeenkomsten als bestuursvergaderingen waar we kunnen aanschuiven. De andere bestuursleden zien onze werkwijze, welke rol we spelen en wie we zijn. Vervolgens adviseren zij bedrijven in hun eigen netwerk ook om naar ons type kapitaal te kijken. Zo bouwen we al meer dan twintig jaar aan een ecosysteem. Onze ervaring en ons netwerk vormen barrières voor nieuwkomers die denken dat niet-gesponsorde lending simpelweg een kwestie is van een aanpassing in de bestaande strategie.’

 

Als je in de gesponsorde markt op zoek bent naar deals, sta je als het ware aan de rand van een rivier. In de niet-gesponsorde markt vis je in een oceaan.

 

Europa heeft naar schatting zo’n € 800 miljard per jaar extra nodig om zijn concurrentiekloof te dichten en de energietransitie te versnellen. Welke sectoren en kansen ziet u daar als de meest kansrijke?

‘Onze transitiestrategie is specifiek gefocust op drie pijlers, namelijk decarbonisatie, resource-efficiëntie en veerkrachtige infrastructuur. En die laatste categorie is momenteel bijzonder interessant. Ik werk al vijftien jaar aan het sturen van kapitaal richting een duurzame transitie. Het is bijna ironisch dat geopolitieke spanning nu misschien wel de krachtigste katalysator blijkt.

Door de huidige Iran-crisis is de kans groot dat meer landen inzetten op energiezelfvoorziening en veerkrachtige infrastructuur. Dat doen ze niet zozeer vanuit ideologie, maar vanuit de behoefte aan nationale veiligheid. Voor ons betekent dit dat de projecten die wij financieren, variërend van windparken in Finland en plasticrecyclingfabrieken in Ierland tot biogasinstallaties in Duitsland, zijn uitgegroeid tot strategische investeringen voor pensioenfondsen en andere grote beleggers. Dat is een verschuiving die we de komende jaren verder zullen zien versnellen.’

U benadrukt het belang van primaire kapitaalverstrekking aan de reële economie. Wat onderscheidt dat van hoe het overgrote deel van het private credit-kapitaal momenteel wordt ingezet?

‘Ongeveer 90% van het private creditkapitaal dat vandaag in Europa wordt ingezet, is sponsor-backed waarbij wordt gefinancierd dat een bedrijf binnen het bestaande systeem van de ene opkoper naar de andere gaat. Het volgt een private equitydeal en faciliteert wat die private equityspeler wil doen. In de meeste gevallen gaat het om bestaande activiteiten en bedrijven in plaats van om het ontgrendelen van nieuwe economische activiteit. Het kapitaal gaat niet naar een ondernemer die een nieuwe markt wil betreden, een fabriek wil uitbreiden of een technologie wil schalen. Wij geloven fundamenteel in iets anders, namelijk de andere 10%. Dit kapitaal ontgrendelt iets dat er zonder dit geld niet zou zijn. Neem Foodji, oftewel onze eerste investering vanuit onze groeistrategie. Dit is een bedrijf dat verse voedselverkoopautomaten installeert op grote industrieterreinen in Duitsland waar werknemers nauwelijks toegang hebben tot gezond voedsel. Geen AI-bedrijf, geen hyped-up groeiverhaal, maar een onderneming die een reëel maatschappelijk probleem oplost en gestaag groeit. Of neem Ovzon, een satellietbedrijf dat wij financierden toen niemand anders dat wilde doen. Dat is primair kapitaal dat iets ontgrendelt wat er anders niet zou zijn. Voor langetermijnbeleggers – en zeker voor family offices die zelf iets echts hebben gebouwd – is dat onderscheid van onschatbare waarde.’

Wat mogen beleggers verwachten qua rendement en risico van een asset-backed Europese transitieportefeuille, in vergelijking met traditionele sponsor-backed direct lending?

‘De vergelijking is structureel interessant. In de gesponsorde markt zien we nu, ondanks hogere leverage en minder covenantbescherming, gecomprimeerde spreads. Wij opereren met een lagere leverage, sterkere beschermingsstructuren én hogere rendementen voor beleggers. Vrijwel alles wat we doen is senior secured, en een grote meerderheid is asset-backed. Dat was twee jaar geleden onmodieus, maar nu, in een wereld waarin AI-bedrijven van de ene op de andere dag kunnen worden verstoord, blijkt dat een kracht. Schepen worden niet gebouwd door algoritmes. Biogasinstallaties verplaatsen zich niet naar de cloud. De reële economie met real assets vormt een fundament dat standhoudt. En als een bedrijf toch in de problemen raakt – wat slechts zelden voorkomt – hebben wij als senior secured kredietverstrekker meerdere instrumenten om bij te sturen. We hebben Better Energy, een zonneparkbedrijf, begin 2026 door een herstructurering begeleid door aanvullend kapitaal te verstrekken, en we verwachten het geïnvesteerde bedrag volledig terug te krijgen.’

U hanteert de zogenaamde ‘podiumtest’ bij investeringsbeslissingen. Wat houdt dat in en waarom vindt u het relevant voor uw doelgroep van langetermijnbeleggers?

‘Hoewel we een solide beleid voor verantwoord beleggen en ESG-kader hebben, geloof ik dat investeringsbeslissingen uiteindelijk profiteren van een eenvoudige, pragmatische test die echte verantwoordelijkheid afdwingt. Dat is het idee achter de ‘podiumtest’. Het stelt een eenvoudige vraag, namelijk: ‘Zou jij je op je gemak voelen om op een podium te staan en dit bedrijf publiekelijk financieel en vooral ook moreel te verdedigen? Kan je uitleggen waarom het over twintig jaar nog steeds verdient te bestaan?’ Als het antwoord nee is, dan moeten we ons serieus afvragen of we willen investeren. Wat idealistisch klinkt, is in feite een gedisciplineerde vorm van risicomanagement. Als je een bedrijf niet duidelijk en vol vertrouwen kunt verdedigen, betekent dat vaak dat er onderliggende risico’s of gevolgen zijn die je niet volledig begrijpt.

Voor langetermijnbeleggers zoals pensioenfondsen, verzekeraars en family offices is dat gebrek aan duidelijkheid cruciaal. Hun rendementen zijn afhankelijk van het feit dat bedrijven levensvatbaar, relevant en vertrouwd blijven gedurende decennia. Daarom is de podiumtest bijzonder relevant voor onze beleggersbasis. Het stemt kapitaalallocatie af op langetermijn maatschappelijke en economische duurzaamheid. Zo zijn onze rendementen niet alleen duurzaam, maar ook gebaseerd op daadwerkelijke waardecreatie. Nu onze beleggersbasis steeds globaler wordt, zien we een groeiende erkenning van deze aanpak. Langetermijnprestaties zijn onlosmakelijk verbonden met de langetermijnlegitimiteit van de bedrijven waarin je belegt.’

 

IN HET KORT

Private credit raakt steeds verder verdeeld tussen sponsor-backed en directe kredietverlening.

Familiebedrijven bieden kansen door hun langetermijnfocus en beperkte toegang tot kapitaal.

Energietransitie en infrastructuur zorgen voor nieuwe investeringsmogelijkheden.

Asset-backed leningen combineren sterke bescherming met aantrekkelijke rendementen.

De ‘podiumtest’ helpt investeringen te toetsen op duurzaamheid en maatschappelijke waarde.

 

Lees het interview in het digitale magazine