Frans Verhaar: Secondaries zijn volwassen. Zijn beleggers dat ook?
Frans Verhaar: Secondaries zijn volwassen. Zijn beleggers dat ook?
Door Frans Verhaar, Managing Director, Head of Continental Europe bij bfinance
De stormachtige groei van secondaries in private markten is geen tijdelijke opleving. Wat ooit een niche was voor opportunistische kopers van tail-end portefeuilles, is uitgegroeid tot een volwassen ecosysteem waarin miljarden worden verhandeld, structuren steeds complexer worden en verwachtingen oplopen. Maar met groei komt ook het risico van gemakzucht. Juist nu is discipline cruciaal.
Van nooduitgang naar strategisch instrument
Waar secundaire transacties traditioneel werden gedreven door liquiditeitsnood of balansoptimalisatie, zien we nu een verschuiving naar strategische toepassingen. General partners gebruiken continuation funds om sterke assets langer vast te houden en limited partners heralloceren actief hun exposure of sturen hun portefeuille bij zonder te wachten op natuurlijke exits.
De secundaire markt fungeert daarmee steeds vaker als een instrument voor portefeuillesturing in plaats van als nooduitgang. Dat klinkt als een teken van volwassenheid. Toch is het beeld minder eenduidig.
Normalisatie dwingt tot scherpte
Na een periode van overvloedige liquiditeit en lage rentevoeten is het speelveld veranderd. Hogere kapitaalkosten en meer selectieve financiering maken prijsmechanismen weer bepalend. Secundaire kopers kunnen niet langer blind varen op historische rendementen of impliciete steun van goedkope leverage. Discount discipline maakt een comeback.
Tegelijkertijd verschuift de onderhandelingsmacht. In tijden van kapitaalovervloed dicteerden verkopers vaak de voorwaarden. Vandaag is de markt kritischer. Kopers kijken scherper naar assetkwaliteit, cashflowprofielen en exit-vooruitzichten. Niet elk continuation fund verdient meer automatisch het voordeel van de twijfel.
Drie aandachtspunten voor institutionele beleggers
Voor institutionele beleggers is dit een cruciaal moment. Secondaries worden vaak gepresenteerd als een manier om het J-curve-effect te mitigeren, sneller exposure op te bouwen en vintage-diversificatie te verbeteren. Dat zijn valide argumenten, maar ze mogen geen substituut worden voor grondige analyse.
Ten eerste is prijsdiscipline essentieel. In een competitieve markt is de verleiding groot om concessies te doen op discount of structuur om de allocatie veilig te stellen. Maar de instapprijs is bij secondaries een doorslaggevende rendementsfactor. Een paar procentpunt verschil kan outperformance van middelmaat onderscheiden.
Daarnaast vraagt de groei van GP-geleide transacties om extra aandacht voor alignment. Dezelfde partij die verkoopt, beheert vaak ook het nieuwe vehikel. Dat creëert potentiële belangenconflicten. Robuuste governance, onafhankelijke waarderingen en actieve betrokkenheid van LP’s zijn geen formaliteiten, maar noodzakelijke waarborgen.
Tot slot moeten secondaries passen binnen de bredere portefeuillecontext. Ze zijn geen geïsoleerde allocatiebeslissing. Liquiditeitsplanning, totale private marktexposure en risicobereidheid blijven leidend. In een omgeving waarin denominator-effecten snel kunnen terugkeren, is integraal inzicht essentieel.
De mythe van defensiviteit
Een veelgehoord narratief is dat secondaries per definitie defensiever of voorspelbaarder zijn dan primaire private equity. Hoewel de gemiddelde holdingperiode korter kan zijn en de cashflows zichtbaarder, blijft het onderliggende risico verbonden aan niet-beursgenoteerde assets met beperkte liquiditeit en modelmatige waardering. De complexiteit van structuren voegt daar nog een extra laag aan toe.
Secondaries zijn geen risicovrije shortcut, maar een andere manier om toegang te krijgen tot hetzelfde onderliggende risico.
Discipline als onderscheidend vermogen
De explosieve groei van private market secondaries is een logisch gevolg van de maturiteit van de private markten zelf. Met duizenden miljarden aan uitstaande commitments is een actieve doorverkoopmarkt onvermijdelijk. De vraag is niet of secondaries een blijvend onderdeel van institutionele portefeuilles worden. Dat zijn ze al.
De echte vraag is of beleggers de discipline kunnen opbrengen om in een populaire strategie tegen de stroom in te denken. In tijden van overvloed is toegang tot het meest schaarse doorslaggevend. In tijden van normalisatie is het oordeel van de belegger dat.
Discipline is zelden spectaculair. Maar in secondaries is het vaak het verschil tussen een goede transactie en een dure les.