Han Dieperink: Baanloze groei
Han Dieperink: Baanloze groei
We staan aan de vooravond van een nieuw economisch tijdperk. Waar in de jaren tachtig fabrieken sloten doordat bedrijven vertrokken naar lagelonenlanden, verdwijnen er nu banen terwijl bedrijfswinsten records breken.
Door Han Dieperink, geschreven op persoonlijke titel
De technologiesector laat deze ontwikkeling het duidelijkst zien. Grote techbedrijven boeken recordwinsten, maar tegelijkertijd kondigen ze massaontslagen aan. Amazon schrapt 30.000 banen, Meta en Salesforce volgen met vergelijkbare aantallen. Het bijzondere is dat deze ontslagen niet komen door tegenvallende resultaten, maar juist plaatsvinden te midden van uitzonderlijke winstgroei. De boosdoener heeft twee letters: AI.
Dit is geen tijdelijk verschijnsel. Sinds 2022 krimpt de werkgelegenheid in de techsector, terwijl de winsten blijven stijgen. Waar bedrijven vroeger mensen aannamen om te kunnen groeien, kunnen ze nu met minder werknemers meer produceren. De productiviteit per werknemer is sinds 2020 explosief gestegen: twee keer zo snel als in het vorige decennium. Een ontwikkeling die zich niet beperkt tot Silicon Valley, maar zich als een olievlek over de hele economie verspreidt.
Maar waarom leidt dit niet tot massawerkloosheid? Het antwoord is even simpel als verontrustend: er zijn ook minder mensen die werk zoeken. De arbeidsparticipatie is sinds de coronapandemie nooit meer hersteld. Babyboomers gingen massaal met pensioen, en recent zijn ook strengere immigratieregels van kracht. In de Verenigde Staten alleen al kan dit leiden tot een krimp van 1,5 miljoen werknemers. Het resultaat is een krimpende beroepsbevolking die toevallig in balans is met het krimpende aantal banen.
Voor beleggers en bedrijven is dit goed nieuws. Hogere productiviteit betekent meer winst tegen lagere kosten. De aandelenmarkten vieren feest en er is geen sprake van een zeepbel zoals in de jaren negentig: de winsten zijn echt. Maar voor werknemers is het verhaal anders. Waar vroeger economische groei automatisch meer banen betekende, is die koppeling nu verbroken. Een bloeiende economie garandeert niet langer werkzekerheid.
Deze ontwikkeling heeft ook gevolgen voor de inflatie. Als bedrijven met minder mensen meer kunnen produceren, drukt dat de prijzen. Loonkosten vormen immers een groot deel van de productiekosten. De centrale banken zullen hun beleid moeten aanpassen aan deze nieuwe realiteit. Lagere rentes leiden niet langer automatisch tot meer werkgelegenheid als AI de taken overneemt. De oude economische modellen werken niet meer.
We moeten ons afvragen wat dit betekent voor onze samenleving. In de jaren tachtig leidde het verdwijnen van fabriekswerk tot sociale onrust en hele regio’s die hun economische basis verloren. Nu dreigt iets vergelijkbaars, maar dan voor kantoorwerkers, programmeurs en andere kenniswerkers die altijd dachten veilig te zijn. Geen enkel beroep lijkt meer immuun voor de opmars van kunstmatige intelligentie.
De uitdaging voor de komende jaren is hoe we de vruchten van deze productiviteitsgroei eerlijk gaan verdelen. Als alleen aandeelhouders profiteren terwijl werknemers hun baan verliezen, ontstaat een ongelijke samenleving die op termijn onhoudbaar is. We hebben nieuwe ideeën nodig over werk, inkomen en de verdeling van welvaart in een tijdperk waarin machines steeds meer menselijk werk overnemen. Misschien is het tijd voor een basisinkomen, of nieuwe vormen van werkdeling.
Baanloze groei is geen toekomstmuziek meer, het is onze nieuwe realiteit. De vraag is niet of we dit kunnen tegenhouden, maar hoe we ermee omgaan. De geschiedenis leert dat technologische revoluties uiteindelijk tot vooruitgang leiden, maar de overgang kan pijnlijk zijn. Het is aan ons om die pijn te verzachten en ervoor te zorgen dat iedereen meedeelt in de welvaart van morgen.