Janus Henderson: Aandelen balanceren tussen AI-euforie en inflatierisico’s

Janus Henderson: Aandelen balanceren tussen AI-euforie en inflatierisico’s

Inflatie Artificial Intelligence

Twee krachten geven dit jaar richting aan de aandelenmarkten. Aan de ene kant is er de aanhoudende en sterker dan verwachte uitbouw van AI-infrastructuur. Aan de andere kant is er het conflict in het Midden-Oosten, met hogere energieprijzen als gevolg.

Vooralsnog omarmen beleggers vooral het eerste thema, terwijl zij de economische impact van hogere energieprijzen mogelijk te licht inschatten, meent Marc Pinto van Janus Henderson in zijn Equities Outlook.

AI blijft de winstmotor

Eind 2025 hingen twee vragen boven het AI-thema. Was de investeringsgolf in infrastructuur te groot en te vroeg? En wanneer zouden de grote hyperscalers hun miljardeninvesteringen kunnen terugverdienen?

Zes maanden later zijn veel van die zorgen afgenomen. In vrijwel elke schakel van de AI-keten is de vraag groter dan het aanbod. Dat geldt voor de meest geavanceerde chips, maar ook voor eindgebruikers die toegang willen tot de nieuwste modellen van hyperscalers. De omzetgroei ligt daardoor boven de verwachtingen van veel analisten. Het resultaat is een van de sterkste cycli van winstverwachtingsverhogingen in decennia.

De groeiende mogelijkheden van AI blijken bovendien afhankelijk van meer technische bouwstenen dan eerder werd gedacht. Het gebruik van AI-modellen vraagt niet alleen om de krachtigste chips, maar ook om grote aantallen gewone processoren en geheugenchips. Juist daar ontstaan inmiddels knelpunten. Eerder bleek al hoe groot de druk is om voldoende energie voor datacenters veilig te stellen.

Naarmate AI-modellen complexer worden en dieper doordringen in de economie, zullen waarschijnlijk nieuwe bottlenecks ontstaan. Voor actieve beleggers kan dat kansen bieden: wie vroeg ziet waar schaarste ontstaat, kan portefeuilles daarop positioneren.

Tegelijk blijft AI ontwrichtend. De recente onrust in de softwaresector liet zien hoe snel markten kunnen reageren zodra een sector kwetsbaar lijkt voor automatisering. Vaak verkoopt de markt eerst en stelt zij daarna pas vragen. Dat kan leiden tot overdreven koersdalingen bij bedrijven waarvan het verdienmodel uiteindelijk veerkrachtiger blijkt dan gevreesd.

Energieprijs blijft risico

De andere kant van het marktsentiment is minder rooskleurig. Een broos staakt-het-vuren en een olieprijs die circa 20% onder de crisispiek ligt, hebben veel beleggers gerustgesteld. Toch is het risico groot dat energieprijzen en daarmee de wereldwijde inflatie langer verhoogd blijven.

De gevolgen kunnen verstrekkend zijn. Regio’s die sterk afhankelijk zijn van energie-import, zoals Europa en grote delen van Azië, zijn kwetsbaar. Hogere energieprijzen drukken op consumptie en bedrijfswinsten. Ook in de Verenigde Staten, waar de consumptie tot nu toe redelijk standhoudt, ontstaan spanningen aan de onderkant van de markt. Benzineprijzen boven $4 per gallon betekenen dat consumenten minder geld overhouden voor andere uitgaven.

De duur van hogere energieprijzen wordt daarmee bepalend voor het rentepad. Aan het begin van het jaar lagen veel centrale banken op koers om de rente te verlagen, ter ondersteuning van een economie laat in de cyclus. Inmiddels prijst de markt in dat de Bank of England en de Europese Centrale Bank dit jaar mogelijk respectievelijk twee en drie renteverhogingen moeten doorvoeren.

Voor de VS ligt een snelle renteverhoging minder voor de hand. Maar ook daar verdwijnt de gehoopte steun van lagere rentes. Dat raakt vooral kleinere bedrijven, die doorgaans meer afhankelijk zijn van financiering en dus gevoeliger zijn voor hoge leenkosten.

Europa: één stap vooruit, twee stappen terug

Europa verdient extra aandacht. Hogere rentes blijven een tegenwind, terwijl economische hervormingen trager verlopen dan verwacht. Vooral bank- en regelgevingshervormingen, bedoeld om Europa concurrerender te maken, schieten onvoldoende op. De defensiekant van de zogenoemde “banks and tanks”-agenda gaat wel door. Duitsland en andere grote Europese landen zijn bereid tekorten te laten oplopen om defensiecapaciteit en binnenlandse wapenproductie te versterken.

De waarderingskorting van Europese aandelen ten opzichte van Amerikaanse aandelen is bovendien duidelijk kleiner geworden. Daarmee is het argument dat Europa simpelweg goedkoop is minder overtuigend.

Dat betekent niet dat Europa oninteressant is. Een groot deel van de winst van Europese ondernemingen komt uit export of wereldwijde activiteiten van multinationals. Europese aandelen kunnen daardoor nog steeds toegang bieden tot aantrekkelijke mondiale thema’s. Maar beleggers moeten selectiever worden. De AI-belofte is groot, maar de macro-economische risico’s zijn dat ook.