Bas Jacobs: Ons belastingstelsel moet veel beter

Bas Jacobs: Ons belastingstelsel moet veel beter

Artificial Intelligence Politiek Arbeidsmarkt

Het Nederlandse belastingstelsel voldoet niet meer. Er is een wirwar aan toeslagen, arbeid levert te weinig op, en de belasting op vermogen is een puinhoop. Financial Investigator sprak met prof. dr. Bas Jacobs van de VU over hoe het beter kan. Tipje van de sluier: een universeel basisinkomen is niet de weg voorwaarts.

Door Harry Geels

Wat is de huidige staat van het Nederlandse belastingstelsel?

‘Onze inkomstenbelasting is – uitgaande van de gemiddelde belastingdruk – over het geheel genomen progressief, behalve voor een kleine groep rijken. Dan hebben we het over de 1% rijkste Nederlanders, die fiscaal het nodige kunnen optimaliseren en belastingheffing langdurig kunnen uit- en afstellen. Belastingontwijking door de allerrijksten is onwenselijk. Enerzijds tast het de bindingen in de samenleving aan, anderzijds levert het belastingderving op, die de overheid weer op andere groepen verhaalt.

De belastingheffing op inkomen uit vermogen is een puinhoop, met belastingen op werkelijke en verzonnen rendementen, subsidies op vermogensopbouw bij huizen en pensioenen, en een box-2 die lekt als een zeef. We zouden naar een nieuw fiscaal systeem moeten waarin opbrengsten uit vermogen – rente, huur, dividend en vermogenswinst – en uit sparen, beleggen, onderneming, onroerend goed en pensioen zo symmetrisch mogelijk worden belast. Zoveel mogelijk met een vlakke bevrijdende voorheffing met één tarief van circa 25-35%, zonder vrijstellingen. Idealiter behandelen we schuld en eigen vermogen ook gelijk, op zowel ondernemings- als privéniveau. Deze laatste stap is overigens internationaal gecompliceerd en zou internationaal moeten worden gecoördineerd.

Ik pleit uitdrukkelijk niet voor ‘limitarisme’. Het wegbelasten van inkomen of vermogen boven een bepaalde grens is onzinnig, omdat tarieven boven die grens naar 100% gaan en de inkomens, vermogens of hun eigenaren zullen verdwijnen. Dat is economisch funest en leidt juist tot minder, en niet meer, belastingopbrengsten, waardoor er uiteindelijk minder overblijft voor de staat of mensen die ondersteuning nodig hebben.’

Hoe zit het met de toeslagen?

‘De toeslagen en heffingskortingen zijn ook een probleem. Door slecht belastingontwerp hebben we onnodig grote armoedevallen. Overigens is de armoedeval zelf onvermijdelijk. Mensen met een laag inkomen krijgen veel ondersteuning, waardoor hun gemiddelde belastingdruk laag is. Maar als zij meer gaan werken, lopen ze onherroepelijk aan tegen hoge marginale tarieven – het tarief over de laatste euro inkomen. Hoge marginale tarieven kunnen daarom wenselijk zijn als je veel aan armoedebestrijding wilt doen. Maar het moet niet zo zijn dat effectieve tarieven cumuleren en naar 100% of hoger gaan. Nog problematischer, denk ik, is de enorme complexiteit. Niet alleen bij het bepalen welke toeslagen in welke situatie gelden, maar ook bij terugvordering in geval van fouten. Door de complexiteit en de terugvorderingsmachinerie wordt bovendien een substantieel deel van de toeslagen niet aangevraagd.’

Hoe zouden we de problemen bij de toeslagen kunnen oplossen?

‘Er zijn verschillende oplossingsrichtingen. We zouden de zaken waarvoor nu toeslagen worden gegeven – zorg, kinderopvang en huur – goedkoper kunnen maken. Dan zal echter wel het gebruik ervan toenemen, wat economisch inefficiënt is. Het is ook mogelijk om heffingskortingen en toeslagen te bundelen tot één uitkeerbare heffingskorting of toeslag, waarvan de hoogte wordt bepaald door het inkomen van beide partners, de huishoudsamenstelling, het vermogen, de huur en de leeftijd, en die uit te keren via de Belastingdienst als voorlopige teruggave. Bundeling van toeslagen en heffingskortingen in een maandelijks uitkeerbare heffingskorting komt neer op een negatieve inkomstenbelasting. Daarmee kunnen we grotendeels dezelfde herverdeling organiseren als nu, maar met veel minder knoppen in het belastingstelsel. Fouten zijn dan nog steeds niet uitgesloten, maar de complexiteit wordt enorm verminderd en mensen krijgen te maken met één infaserings- en uitfaseringstarief, zodat ze weten hoeveel belasting ze betalen.’

Vindt u dat het Nederlandse belastingstelsel concurrerend is ten opzichte van andere landen?

‘Concurrentie op belastingen is doorgaans schadelijk als je naar alle landen tezamen kijkt. Kleinere landen, zoals Nederland, Ierland of Luxemburg, kunnen het belastingstelsel opportunistisch inzetten om bedrijven of werknemers aan te trekken en zo het eigenbelang te dienen. Maar daarmee creëren ze schade in de landen waaruit die bedrijven of mensen vertrekken. De opbrengsten voor ons zijn dan kleiner dan het verlies aan opbrengsten uit andere landen, anders zouden mensen of bedrijven niet vertrekken. Tussen EU-landen zou daarom belastingconcurrentie moeten worden voorkomen door meer coördinatie, omdat het nu vooral leidt tot een race naar de bodem. Het vestigingsklimaat moet vooral rusten op goede randvoorwaarden, zoals goede infrastructuur, goede opleidingen en wetenschappers, innovatiebevorderend beleid, diepe kapitaalmarkten en een goed mededingingsbeleid.’

Vormt AI een bedreiging voor inkomensgelijkheid en zou een universeel basisinkomen (UBI) een oplossing kunnen zijn?

‘Een UBI is onzinnig, want dan krijgt iedereen een toelage, ook allerlei mensen die dat helemaal niet nodig hebben en nu ook niet krijgen, zoals hoogleraren economie, mensen uit de Quote-500 of niet-werkende partners. Een UBI is het in het wilde weg rondstrooien van publiek geld. Als het sociaal minimum niet wordt verlaagd, vereist het UBI zeer hoge belastingen, waardoor er grote schade aan de economie ontstaat en veel vrouwen stoppen met werken. Als de belastingen niet stijgen, dan zullen de lage inkomens grandioos de dupe worden, omdat de beschikbare middelen worden gedeeld met allerlei mensen die nu niets krijgen.

 

Een universeel basisinkomen is het in het wilde weg rondstrooien van publiek geld.

 

Ik heb overigens nooit de koppeling tussen een UBI en maatschappelijke ontwikkelingen zoals AI begrepen. Er zijn in de geschiedenis steeds ontwikkelingen geweest – van stoommachines tot aan robots en AI – die volgens doemdenkers tot grote werkloosheid zouden leiden. Op de korte termijn zie je inderdaad fricties in de arbeidsmarkt, maar op de lange termijn neemt de werkloosheid juist niet toe. Nieuwe technologie leidt tot grotere koopkracht en meer werkgelegenheid in andere sectoren van de economie. De werkgelegenheid verschuift, maar neemt niet af. Karl Marx had ongelijk dat nieuwe technologieën zouden leiden tot de Verelendung van het proletariaat. Bij AI kan ik me bovendien goed voorstellen dat die hoger opgeleiden op korte termijn relatief meer gaat raken dan lager opgeleiden, omdat veel kantoorwerk kan worden geautomatiseerd.’

Wat vindt u van het idee om (negatieve en/of positieve) externaliteiten via het belastingstelsel te beprijzen?

‘Veel economen zijn hartstochtelijk voorstander van het beprijzen van CO₂-schade. Zo botst het private belang niet langer met het maatschappelijke belang en zal de markt zelf tot de meest efficiënte oplossing komen van het klimaatprobleem. Wel is er een risico op verplaatsingseffecten als we dit unilateraal doen. Die kun je op twee manieren oplossen: internationale coördinatie of fiscale grenscorrecties. Gelukkig is het op EU-niveau gelukt om CO₂ te beprijzen via het emissiehandelssysteem (EU ETS) en dit kun je uitbreiden. Maar ook als individueel land kun je klimaatschade beprijzen zonder verplaatsingseffecten, door exporten vrij te stellen en importen wel te belasten.

Politiek speelt hier ook dat beprijzing al snel wordt gezien als belastingverhoging en dat ligt gevoelig. Maar het gaat hier om het bereiken van de juiste prijs, niet om meer belasting te heffen. Alle opbrengsten moet je daarom teruggeven. Het doel is om gedrag te veranderen, niet om mensen armer maken. Correcte beprijzing werkt vrijwel altijd beter dan subsidies, want subsidies leiden typisch tot veel meer verspilling van publiek geld.’

Moet een belastingstelsel – vanuit filosofisch oogpunt – ongelijkheid aanpakken/oplossen? En in welke mate? Zou u niet liever primair de oorzaken van ongelijkheid aanpakken in plaats van belastingen te gebruiken?

‘Een vuistregel voor optimale herverdelingspolitiek is dat het vrijwel altijd beter is om het belasting- en uitkeringsstelsel te gebruiken om de ongelijkheid achteraf verkleinen en niet om de ongelijkheid vóór belastingen te verkleinen, bijvoorbeeld met minimumlonen, prijssteun of huurregulering. Dat levert bijna altijd meer economische schade op dan herverdeling via belastingen, toeslagen of uitkeringen, omdat het marktmechanisme helemaal wordt uitgeschakeld als de prijzen worden vastgezet.

Marktfalen kan de inkomensongelijkheid wel vergroten, zoals bij techbedrijven met veel marktmacht of financiële instellingen die te groot zijn om te falen, zoals we bij de financiële crisis zagen. Dat marktfalen leidt tot ‘onverdiend inkomen’: inkomen dat niet de beloning is voor economische inspanningen, maar voor het uitbuiten van marktmacht of van overheidsgaranties. Het is hier beter om dat marktfalen direct aan te pakken dan om belastingen progressiever te maken. Zo moet het mededingingsbeleid marktmacht aanpakken en kan het ‘too big to fail’-probleem van banken worden opgelost door veel hogere kapitaaleisen. Maar als we het systeem niet fundamenteel hervormen, is het wel wenselijk om onverdiend inkomen en windfalls weg te belasten via het belastingstelsel.’

Heeft u andere lessen geleerd in uw leven? Is uw mening over bepaalde onderwerpen veranderd door voortschrijdend inzicht?

‘Ik was tot 2008 een sterk neoklassiek georiënteerde econoom, maar met name de financiële crisis heeft me veel Keynesiaanser gemaakt. Meer in het algemeen denk ik dat ik meer oog heb gekregen voor de complexiteit van de economie.

Misschien wel het belangrijkste zijn de lessen in nederigheid die we als economen bij iedere grote crisis steeds weer opnieuw leren. Tijdens de kredietcrisis zagen we hoe verziekt en verweven delen van het bank- en ratingsysteem waren. Pas tijdens de eurocrisis kwamen we achter de systeemfouten in het eurogebied. Pas tijdens de covid-crisis kregen we pas echt goed door hoe sterk de productieketens wereldwijd met elkaar verweven zijn. En pas tijdens de Oekraïne-crisis drong het besef door hoe afhankelijk de wereld nog altijd is van fossiele brandstoffen en dat onze economieën nog lang niet duurzaam zijn. Een nieuwe grote crisis is nooit uit te sluiten. Die zou nu zomaar in het monetaire systeem kunnen ontstaan, bijvoorbeeld doordat de dollar zijn dominante positie moet opgeven door wanbeleid in de VS of doordat verborgen risico’s in de cryptowereld naar boven komen drijven.

Ik vind dat het economieonderwijs nu veel te veel draait om econometrische technieken en wiskundige modellen. Te veel economen studeren af zonder enige kennis van bijvoorbeeld de economische geschiedenis of hoe bepaalde instituties in de praktijk werken, zoals de arbeidsmarkt, het belastingstelsel, de financiële sector, de pensioenfondsen, enzovoorts.

Nevenfuncties heb ik altijd als een verrijking ervaren, net als gastlezingen en mediaoptredens. Enerzijds krijg je zo meer kennis van de praktijk, anderzijds voorkom je academische tunnelvisie.’

Wat zijn uw professionele en persoonlijke doelen voor de ‘tweede helft’ van uw leven?

‘Ik heb altijd al de ambitie gehad om te opereren op het snijvlak van wetenschap en beleid en zo invloed uit te oefenen op de economische politiek. Daarom ben ik ooit economie gaan studeren. En die ambitie heb ik nog steeds. Maar ik moet helaas constateren dat de politiek de afgelopen decennia steeds minder waarde is gaan hechten aan inhoudelijke, wetenschappelijke expertise. Kiezers belonen vooral de woorden en niet de daden van politici. De politieke strijd om de beeldvorming is werkelijk allesoverheersend geworden. Spindokters en focusgroepen zijn voor veel politici veel belangrijker dan wetenschappers met hun beleidsvoorstellen. En bij bijna alle politieke partijen – van links tot rechts – zien we nu een radicalisering van standpunten. De combinatie van minder inhoudelijkheid en meer radicalisering leidt uiteindelijk tot veel slechter economisch beleid en daar krijgen we allemaal last van.’

 

Prof. dr. Bas Jacobs

Prof. dr. Bas Jacobs is Hoogleraar Economie en Overheidsfinanciën aan de School of Business and Economics van de VU. Zijn onderzoek bevindt zich op het snijvlak van openbare financiën, belastingen, macro-economie en welvaartseconomie. Hij is columnist voor EW, waar hij ook een podcast heeft. Eerder werkte hij aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en was hij Consultant voor het IMF en de Wereldbank. Hij is regelmatig te zien en te horen op televisie en radio. 

 

Lees hier het interview in Financial Investigator magazine