Vanguard: Actief markt voorspellen levert niet méér op dan 60/40-verdeling
Vanguard: Actief markt voorspellen levert niet méér op dan 60/40-verdeling
Beleggers die hun portefeuille voortdurend aanpassen aan economische verwachtingen, zijn nauwelijks beter af. Berekeningen van Vanguard wijzen erop dat een vaste verdeling tussen aandelen en obligaties op de lange termijn vrijwel hetzelfde resultaat oplevert, met minder stress en afhankelijkheid van voorspellingen.
Voor beleggers klinkt het aantrekkelijk om meer aandelen te kopen bij betere economische vooruitzichten en meer obligaties wanneer er een terugval dreigt. Maar in de praktijk is het lastig om met zo’n tactische aanpak structureel beter te presteren. Beleggers moeten namelijk niet alleen de economische en marktontwikkelingen goed weten te voorspellen, maar ook het juiste moment van in- en uitstappen zien te bepalen. Bovendien moeten deze beslissingen dan ook nog eens keer op keer goed uitpakken.
Vooral wanneer markten sterk in beweging zijn, is de verleiding groot om de portefeuille ingrijpend aan te passen. De vraag is echter of dat echt iets oplevert. Vanguard onderzocht dit met een simulatie van een Amerikaanse portefeuille van EUR 1000. Ze vergeleken een vaste portefeuille van 60% Amerikaanse aandelen en 40% Amerikaanse obligaties met portefeuilles waarvan de verdeling werd aangepast aan verwachte economische verrassingen.
Wat bleek? Over een periode van 25 jaar haalde zelfs een belegger die alle economische verrassingen goed had voorspeld, op jaarbasis slechts 0,2 procentpunt meer rendement dan de belegger die vasthield aan de vaste 60/40-verdeling. Een belegger die in 75% van de gevallen goed zat, eindigde na 26 jaar met slechts EUR 252 meer dan de basisportefeuille. Wie in de helft van de gevallen gelijk had, bleef juist achter bij de vaste portefeuille.
Een eenvoudiger en beter alternatief
Voor Vanguard maakt dit duidelijk dat een vooraf vastgestelde spreiding over wereldwijde aandelen en obligaties voor veel langetermijnbeleggers een eenvoudiger en beter alternatief is. Het uitgangspunt is dat de verhouding tussen de verschillende beleggingscategorieën wordt afgestemd op het financiële doel, de beleggingshorizon en de bereidheid van de belegger om risico te nemen.
Zo kan een belegger met een lange horizon en een relatief hoge risicotolerantie bijvoorbeeld voor 80% in aandelen en voor 20% in obligaties beleggen. Bij een lagere risicotolerantie ligt een aandelenbelang van 60% of 40% meer voor de hand, waarbij het resterende deel uit wereldwijde obligaties bestaat. Dit is natuurlijk niet universeel: de passende verdeling hangt af van de persoonlijke situatie en de doelstellingen van de belegger.
De bredere boodschap is ook niet dat de samenstelling van een portefeuille nooit moet veranderen. Als financiële doelen, de beleggingshorizon of de persoonlijke risicobereidheid veranderen, kan een aanpassing juist nodig zijn. Het onderzoek onderstreept vooral hoe hoog de voorspellende lat ligt voor beleggers die op economische ontwikkelingen willen inspelen en dat dit waarschijnlijk niet de moeite loont. Een vaste, breed gespreide portefeuille houdt niet tegen dat de waarde tussentijds daalt, maar maakt het beleggingsresultaat wel minder afhankelijk van juiste marktbeslissingen.