Schroders: Passief beleggen in bedrijfsobligaties verliest aan populariteit

Schroders: Passief beleggen in bedrijfsobligaties verliest aan populariteit

Fixed Income Active & Passive Investing

De geldstromen naar actief beheerde fondsen in wereldwijde bedrijfsobligaties groeien momenteel aanzienlijk sneller dan naar passieve producten. Dat wijst erop dat beleggers kritischer worden op de beperkingen van index-volgende strategieën.

Karen Wright, Associate Investment Director Global Unconstrained, en Elizabeth Murphy, Investment Director Credit bij Schroders benoemen drie belangrijke redenen waarom beleggers twijfels hebben over een passieve beleggingsaanpak in wereldwijde bedrijfsobligaties.

1) Indextrackers geven de grootste weging aan de meest schuldbeladen bedrijven

In tegenstelling tot aandelenindices, die worden gewogen op basis van marktkapitalisatie, zijn bedrijfsobligatie-indices gewogen naar de omvang van de uitstaande schuld van de uitgevende ondernemingen. Hoe meer schuld een bedrijf uitgeeft, hoe groter het gewicht in de index en dus ook in het fonds.

Een hoge schulduitgifte betekent overigens niet automatisch dat de kredietwaardigheid zwak is. Grote ondernemingen kunnen veel schuld uit hebben staan en tegelijk beschikken over een solide balans en sterke fundamentele bedrijfsfactoren. Het punt dat Wright en Murphy vooral willen maken is dat wie een index blind volgt, geen onderscheid maakt tussen veerkrachtige bedrijven en ondernemingen waarvan de kredietkwaliteit verslechtert.

Daar komt ook nog eens bij dat indexvolgende strategieën niet kijken naar de waardering van individuele obligaties. Soms is het aantrekkelijk om een lager gewaardeerde emittent aan te houden vanwege de extra kredietpremie, maar soms juist niet.

Na recessies neemt het aandeel BBB-obligaties (de laagste investment-gradecategorie) in investment-grade-indices vaak toe. Dat wijst doorgaans op een bredere verslechtering van de kredietkwaliteit in de markt. Juist in zulke fases ontstaan vaak meer spreiding over emittenten en kansen om obligaties op te pikken die relatief goedkoop zijn ten opzichte van hun ‘werkelijke’ waarde. Daarvoor is wel een beleggingsproces nodig dat kan onderscheiden welke emittenten onterecht zijn afgestraft en welke obligaties terecht goedkoop zijn.