Joeri de Wilde: Een groene revolutie is nog geen fossiele afbouw
Joeri de Wilde: Een groene revolutie is nog geen fossiele afbouw
Door Joeri de Wilde, Senior Econoom bij Triodos Investment Management
Het verlangen naar een optimistisch klimaatverhaal is groot. Maar wie de opmars van schone energie verwart met de afbouw van fossiel, rekent zich te vroeg rijk.
Zijn we te somber over klimaatverandering? Volgens de internationale denktank Ember wel. In hun recente publicatie The Age of Power schetsen de onderzoekers een groene energierevolutie: de combinatie van de informatierevolutie van ICT en AI en de onstuitbare opmars van duurzame energie zal fossiel binnenkort omverblazen, zo licht hoofdonderzoeker Daan Walter toe in de Volkskrant. De boodschap: we zitten midden in een omslag, maar hebben dit mede door ons klimaatdefaitisme onvoldoende door.
Wie wil daarin niet geloven? Toch ontbreekt een cruciaal voorbehoud: in ons op groei gebaseerde systeem moet je denken in termen van én-én, niet van óf-óf. Schone energie kan fossiel aanvullen, maar niet vervangen. Onderzoekers van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) publiceerden hierover afgelopen zomer een verhelderend rapport. Hierin zetten ze vraagtekens bij het idee dat technologische vooruitgang vanzelf tot minder fossiel verbruik leidt.
Een kleiner aandeel is nog geen afbouw
In ‘The Generalized Jevons Paradox and the Future of Energy’ stellen de onderzoekers het idee ter discussie dat nieuwe energiebronnen en materialen hun voorgangers vanzelf zullen verdringen. Een eenzijdige focus op marktaandelen kan die indruk wekken. Maar een dalend aandeel zegt weinig over het absolute verbruik als de totale vraag groeit. Zo kan het aandeel van olie in het wereldwijde energieverbruik dalen, terwijl de hoeveelheid verbruikte olie toeneemt. De relevante vraag is dus niet alleen hoeveel terrein schone energie wint, maar ook hoeveel fossiel daadwerkelijk verdwijnt.
De onderzoekers signaleren een breder patroon: over de door hen onderzochte periode nam de totale consumptie van álle onderzochte energie- en materiaalsoorten toe, met uitzondering van schapenwol, asbest en kwik. Dat gebeurde ondanks talloze technologische innovaties. Technologische vooruitgang betekent dus niet automatisch dat we afscheid nemen van bestaande energiebronnen en materialen. De onderzoekers wijzen daarbij op de onderlinge afhankelijkheden tussen die energiebronnen en materialen.
Waarom efficiëntie niet genoeg is
Neem de elektrische auto. Voor de productie zijn staal, aluminium, lithium, koper en plastics nodig. De winning en verwerking van die materialen zijn nog voor een belangrijk deel afhankelijk van fossiel. De groei van een schone technologie kan daardoor óók vraag naar fossiel opleveren. Dat maakt elektrische auto’s niet nutteloos, maar laat wel zien waarom elektrificatie niet meteen alle fossiele afhankelijkheden doorbreekt.
Die verwevenheid verbinden de onderzoekers met de klassieke Jevons paradox, genoemd naar de negentiende-eeuwse Britse econoom William Stanley Jevons. Efficiënter gebruik van energie en grondstoffen maakt productie goedkoper en kan zo extra vraag uitlokken. Een deel van de besparing kan daardoor verdwijnen, of zelfs volledig tenietgaan. De onderzoekers vinden inderdaad een sterke positieve correlatie tussen efficiëntie en totaal grondstofverbruik. In hun ‘Generalized Jevons Paradox’ combineren ze dit mechanisme met de afhankelijkheden tussen energiebronnen en materialen. Samen helpen die verklaren waarom fossiel verbruik zo hardnekkig kan blijven.
Bovendien zijn die afhankelijkheden niet alleen technisch. Volgens de IMF-onderzoekers spelen ook marktmacht, geo-economische verhoudingen, handelsafspraken en financiële overwegingen een rol. Denk aan de mondiale AI-race, het streven naar autonomie en de Amerikaanse importheffingen en volledige inzet op fossiele energie. Zulke prioriteiten sturen investeringsbeslissingen en kunnen fossiele brandstoffen verder verankeren in de mondiale productiestructuur. Niet alleen de beschikbaarheid van schone technologie, maar ook de (historische) keuzes over productie en investeringen bepalen dus hoe snel we fossiel kunnen afbouwen.
Kijk naar wat er verdwijnt
Meer schone energie betekent dus niet vanzelf minder fossiel. Dat voorbehoud hoort vooraan te staan in optimistische verhalen over de energietransitie, en niet in de kleine lettertjes. Optimisme kan de transitie vooruithelpen, maar de overtuiging dat fossiel vanzelf wordt weggeconcurreerd, kan ons juist in slaap sussen. We hebben meer bindende klimaatmaatregelen nodig, niet minder. De recente afzwakking van het Europese klimaatbeleid staat daar haaks op. De EU en nationale overheden moeten voorbij het optimisme durven kijken. Dit betekent niet alleen schone energie stimuleren, maar ook actief sturen op fossiele afbouw, met bindende doelen en termijnen voor het terugdringen van het gebruik van kolen, olie en gas.
Meer columns van Joeri de Wilde