Harry Geels: Wat verbindt de SP en FVD?

Harry Geels: Wat verbindt de SP en FVD?

Politiek

Door Harry Geels

Stemmingen over moties in de Tweede Kamer zeggen vaak meer over het politieke landschap dan honderd verkiezingsprogramma’s. Interessant was de recente stemming over een motie die rechtstreeks raakt aan de soevereiniteit van ons land.

Op 14 oktober stemde de Tweede Kamer over een motie van SP-Kamerlid Sarah Dobbe. De motie vroeg de regering niet in te stemmen met het inperken van het vetorecht van individuele EU-lidstaten. Op het eerste gezicht een nogal technische Europese kwestie. De uitslag was interessanter: FVD, PVV, Groep Markuszower, Mona Keijzer, SP, JA21, BBB, PvdD en SGP stemden vóór; aan de andere kant stonden VVD, D66, PRO, CDA, ChristenUnie, DENK, Volt en 50PLUS, die tegen de motie stemden en daarmee in dit geval de mogelijkheid van inperking van het vetorecht niet uitsloten.

Figuur 1: Stemming over motie over niet instemmen met inperking vetorecht

Wie politiek uitsluitend bekijkt door de traditionele links-rechtsbril, knippert hier even met de ogen. Wat doen SP, FVD, SGP en PVV aan dezelfde kant? En waarom waren VVD, D66 en PRO het hier met elkaar eens? Om dit te begrijpen, helpt het politieke assenstelsel dat ik een paar jaar geleden ontwierp. Niet met één as van links naar rechts, maar met twee dimensies die historisch gezien vaak als leidraad voor de indeling van ideologieën zijn gebruikt.

Politiek assenstelsel met vier kwadranten

Op de horizontale as staat de vraag hoeveel macht we de overheid willen geven. Van collectivistisch en communistisch met een grote rol voor de staat, tot liberaal, en nog verder naar rechts libertarisch, met een kleinere overheid en meer individuele vrijheid. Op de verticale as staat een andere vraag: waar moet die politieke macht eigenlijk liggen? Bij de nationale staat of steeds meer bij supranationale instituties? Die tweede as loopt daarom van nationale soevereiniteit (boven) naar supranationalisme (onder).

Figuur 2: Vier kwadranten van politieke stromingen

Met die twee dimensies ontstaan vier politieke kwadranten. Linksboven bevinden zich collectivistische maar nationaal georiënteerde politieke stromingen. Rechtsboven de conservatieve en nationaal-liberale stromingen. Linksonder de progressieve, socialistische en kosmopolitische stromingen. Rechtsonder de liberale kosmopolieten.

SP stemt net als PVV, FVD en JA21

In mijn kwadrantenindeling is het helemaal niet zo vreemd dat SP en FVD hetzelfde stemden. Ze verschillen enorm over de gewenste omvang en invulling van de overheid, maar vinden tegelijkertijd dat politieke soevereiniteit primair bij de nationale staat hoort te liggen. En het wordt ook begrijpelijker waarom VVD en D66 bij deze stemming aan dezelfde kant terechtkomen. Hun ideeën over de rol van de overheid verschillen, maar beide accepteren een grotere overdracht van besluitvorming naar het Europese niveau. Terzijde: de SP is ook altijd een eurokritische partij geweest.

Nu bewijst één Kamerstemming uiteraard geen politiek model. Interessanter wordt het wanneer hetzelfde patroon vaker zichtbaar wordt. Dat gebeurde bijvoorbeeld in december 2024 bij de motie-Eerdmans over behoud van het vetorecht. Daarin werd expliciet gesteld dat het vetorecht een cruciaal instrument is om de soevereiniteit en de belangen van individuele lidstaten te waarborgen. Opnieuw stonden partijen als PVV, SP, BBB, FVD, SGP en JA21 gezamenlijk aan de ene kant, terwijl onder andere VVD, D66, CDA en Volt aan de andere kant stonden. Dat begint een patroon te worden.

Soevereiniteit is een even fundamentele breuklijn als overheidsmacht

Nog duidelijker wordt de tegenstelling wanneer politici niet over een concrete Europese maatregel, maar rechtstreeks over soevereiniteit spreken. Aan de ene kant vinden we voorstellen om het nationale vetorecht te behouden of zelfs nationale bevoegdheden terug te halen. Aan de andere kant vinden we voorstellen om unanimiteit af te schaffen en met gekwalificeerde meerderheden Europese beslissingen te nemen. Het gaat steeds om dezelfde onderliggende vraag: wie heeft uiteindelijk het laatste woord? Dat is volgens mij een van de fundamentele politieke vragen van deze tijd.

Daarmee blijkt soevereiniteit, naast de omvang van de overheidsmacht, een zelfstandige politieke breuklijn te zijn. Het opmerkelijke is dat twee mensen het er volkomen over eens kunnen zijn dat de overheid een bepaalde taak moet uitvoeren, maar fundamenteel van mening kunnen verschillen over de vraag welke overheid dat moet zijn. Den Haag, Brussel of uiteindelijk zelfs een nog verdergaande supranationale bestuursvorm? Daarom schiet het eendimensionale links-rechtsframe tekort. Wie alleen vraagt of iemand economisch links of rechts is, mist een steeds belangrijker wordende breuklijn in de politiek.

En toen kwam 50PLUS

Toch leverde de stemming over de motie-Dobbe ook een probleem op voor mijn assenstelsel: 50PLUS. De partij stemde tegen en zou daarmee op deze dimensie relatief supranationaal moeten worden geplaatst. Maar probeer 50PLUS eens overtuigend in een van de vier ideologische kwadranten te plaatsen. Dat wordt lastig. Dat roept de vraag op of het assenstelsel hier tekortschiet, of dat we van politieke partijen ten onrechte verwachten dat zij altijd een samenhangende politieke stroming moeten vertegenwoordigen. Het assenstelsel ordent namelijk in de eerste plaats politieke stromingen, niet politieke partijen.

Liberalisme, socialisme, conservatisme en nationalisme zijn politieke filosofieën met een min of meer samenhangend mens- en maatschappijbeeld. Individuele partijen kunnen daarvan afwijken, bijvoorbeeld doordat zij nauwelijks vanuit zo'n overkoepelende ideologie opereren, maar primair vanuit specifieke belangen. 50PLUS is daar een goed voorbeeld van. De partij is in belangrijke mate ontstaan vanuit de belangen van een specifieke bevolkingsgroep. Pensioenen, AOW, koopkracht, zorg en de positie van ouderen vormden de raison d'être. Dat zijn legitieme politieke belangen, maar ze leveren niet automatisch een samenhangende visie op overheidsmacht en soevereiniteit op.

De Partij voor de Dieren vormt een ander interessant grensgeval. Die begon nadrukkelijk rondom dierenwelzijn, maar ontwikkelde in de loop der jaren een veel bredere visie op economie, klimaat, consumptie en economische groei. Daar is wel degelijk een achterliggende maatschappijvisie ontstaan. Alleen ligt haar primaire ordeningsprincipe niet langs mijn twee assen. Dat zie je zelfs terug bij het vetorecht. Bij verschillende stemmingen over vergelijkbare soevereiniteitsvraagstukken belandde de PvdD namelijk niet altijd aan dezelfde kant. Kennelijk kunnen ecologische of andere inhoudelijke overwegingen zwaarder wegen dan een vaste voorkeur voor nationale of supranationale besluitvorming.

Tot besluit

Een politiek model moet niet proberen iedere partij koste wat kost in een vakje te stoppen. Wanneer een partij er niet goed in past, kan dat ook iets over die partij vertellen. Bijvoorbeeld omdat een partij nauwelijks een overkoepelende ideologie vertegenwoordigt, zoals 50PLUS, of omdat een ander ordeningsprincipe zwaarder kan wegen en daardoor tot wisselend stemgedrag kan leiden, zoals bij de PvdD.

Het kan ook zijn dat een politieke partij of politicus meerdere politieke stromingen vertegenwoordigt. Eerder heb ik Trumps ideologie een mengeling van nationaal-extremisme, conservatieve christendemocratie en autoritair-nationalisme genoemd.

De stemming over het Europese vetorecht laat in ieder geval één ding zien: wie de politiek uitsluitend langs links en rechts ordent, probeert een werkelijkheid die uit minimaal twee dimensies bestaat op één lijn te tekenen. Geen wonder dat politieke tegenstanders dan soms verrassend dicht bij elkaar blijken te staan.

Dit artikel bevat een persoonlijke opinie van Harry Geels

 

Meer columns van Harry Geels