Harry Geels: De opmerkelijke steun voor de Franse protesten
Harry Geels: De opmerkelijke steun voor de Franse protesten
Door Harry Geels
Wie protesteert er eigenlijk in Frankrijk, waarom en waartegen? Het antwoord op die vragen is veel minder eenduidig dan sommige sympathisanten van de protesten ons willen doen geloven.
‘Laten we vieren dat zij de straat op gaan.’ Onder die niet mis te verstane titel verscheen onlangs in de Volkskrant een opiniestuk van Noël van Veen, campaigner bij Oxfam Novib, over de protesten in Frankrijk en elders in Europa. Verzet tegen de huidige wereld is volgens hem hard nodig en mag zelfs ‘wat ruiten kosten’. Dat is om drie redenen nogal een uitspraak. Ten eerste is nog niet zo duidelijk wie er protesteert, ten tweede kent de crisis diverse achtergronden, en ten derde wordt door een medewerker van een deels publiek gefinancierde ontwikkelingsorganisatie wel heel nadrukkelijk een politieke visie op de protesten uitgedragen.
Want wie protesteert er eigenlijk?
Als we de media mogen geloven, gaat het in Frankrijk vooral om ‘linkse’ groeperingen. Maar de praktijk is weerbarstiger. Scholieren en studenten protesteren tegen het gebrek aan toekomstperspectief en de slechte kwaliteit van en ongelijkheid in het onderwijs. Vakbonden keren zich tegen bezuinigingen en hervormingen. De gele hesjes zijn vooral in verzet tegen hogere (brandstof)lasten. Daarnaast zijn er pro-Palestijnse demonstranten en anarchistische en radicaal-linkse groepen. En ten slotte zijn er relschoppers en plunderaars. Wie spreekt over dé Franse demonstrant, maakt dus al snel een analytische fout.

Met het concept ‘kwadranten’ refereer ik aan mijn vierkwadrantenindeling van politieke stromingen: Stop het links-rechtsframe, deel 2.
De grote vraag is wie Van Veen eigenlijk steunt. Het gaat immers om een ratatouille aan protestgroepen. Hij lijkt vooral de eerste drie groepen te ondersteunen. Hij schrijft immers dat de demonstranten terecht boos zijn omdat ‘politici liever beknibbelen op sociale voorzieningen dan de vermogenden der aarde effectief te belasten, en dat ze de deur openzetten voor datacenters’. Terzijde, ik heb al vele malen gesteld dat het links-rechtsframe niet voldoet. Frankrijk is het bewijs. Er wordt nu niet voor één doel gedemonsteerd, maar vooral tégen de bestaande orde of het bestaande systeem.
De diagnose ligt kennelijk al klaar
Het opiniestuk van Van Veen verraadt een duidelijke politieke voorkeur. Hij verbindt de boosheid van jongeren vooral aan drie grotere thema's: kapitalisme én ongelijkheid, de klimaatproblematiek, en wat Oxfam Novib als Israëls genocide op de Palestijnen aanduidt. Die onderwerpen sluiten opvallend goed aan bij de bestaande campagnes van Oxfam Novib. Daar zit precies het probleem. Een heterogene protestbeweging dreigt zo niet te worden gebruikt om te onderzoeken wat er maatschappelijk aan de hand is, maar als bevestiging van een politieke diagnose die al bestond vóór het protest begon.
Mogelijk zijn de drie genoemde thema’s relevant. Maar wat te denken van het verlies aan vertrouwen in de overheid en politieke instituties? Misschien is niet alleen de omvang van de Franse verzorgingsstaat onderdeel van het debat, maar ook de vraag of die verzorgingsstaat zijn beloften waar kan maken. Frankrijk heeft ondertussen een begrotingsprobleem dat steeds moeilijker valt weg te demonstreren. Bovendien opereert Frankrijk binnen een eurostelsel waarin zeer verschillende economieën één munt en één monetair beleid delen. Voorheen diende een regelmatig depreciërende Franse franc als ventiel om concurrerend te blijven. Dat kan niet meer.
Tegelijkertijd moet Europa aanzienlijk meer geld aan defensie besteden. Het IMF noemt hogere uitgaven door defensie, vergrijzing én de digitale en groene transities expliciet als structurele druk op de Franse overheidsfinanciën. Een bureaucratische overheid, een knellende euro en hoge defensie-uitgaven leveren een veel moeilijker politiek verhaal op dan: de ongelijkheid is hoog dus belast de rijken, jongeren zijn bezorgd over klimaat dus versnel de transitie, mensen protesteren dus vier dat protest. De Franse malaise voornamelijk verbinden aan ongelijkheid, klimaat en Israël doet totaal geen recht aan de veel bredere problematiek.
‘Links’, ‘rechts’ of gewoon boos?
In Frankrijk zien we een merkwaardige tegenstelling. Volgens partijen uit conservatieve of liberale hoek is Frankrijk te socialistisch. Volgens progressieve en centralistische partijen is het te kapitalistisch. De een protesteert omdat de overheid te veel doet, de ander omdat zij te weinig doet. En opmerkelijk genoeg kunnen ze uiteindelijk in dezelfde straat terechtkomen. Dat betekent niet dat hun protest betekenisloos is. Integendeel. Als het protest uit verschillende hoeken van de samenleving komt, is dat misschien juist een krachtiger alarmsignaal dan wanneer iedereen voor hetzelfde programma demonstreert.
Oxfam Novib heeft natuurlijk alle recht om politieke standpunten in te nemen. Klimaat, armoede en ontwikkelingssamenwerking zijn niet los te zien van politiek. Maar er ontstaat wel een interessante grensvraag wanneer een organisatie zich steeds nadrukkelijker mengt in discussies over belastingen, vermogensverdeling, klimaatbeleid en het Midden-Oosten, en een van haar medewerkers openlijk een Europese protestbeweging toejuicht. Publieke financiering verplicht een maatschappelijke organisatie niet tot politieke neutraliteit, maar zij legitimeert wél de vraag waar ontwikkelingswerk en belangenbehartiging ophouden en bredere politieke actie begint.
Frankrijk als voorland?
Ondertussen is de politieke patstelling in Frankrijk zo groot, dat zelfs wordt gesproken over de houdbaarheid van de Vijfde Republiek. Tegen die achtergrond kan de politieke onrust ook het RN van Le Pen verder in de kaart spelen. Maar of dat een oplossing voor de problemen is, valt te betwijfelen, omdat deze partij, net als de Duitse AfD, verschillende economische stromingen in zich heeft. Zo staan twee economen binnen het RN, Saint-Étienne en Tanguy, diametraal tegenover elkaar in het pensioendebat, de rol van de EU en de euro.
De Franse protesten zijn geen voorbode van een linkse revolutie, maar van iets veel groters: een samenleving die niet meer weet hoe zij haar tegenstrijdige verlangens binnen hetzelfde politieke en financiële systeem moet verenigen. We moeten de Franse protesten daarom helemaal niet vieren, maar ernaar luisteren.
Want uiteindelijk gaat het niet alleen om Frankrijk. Heel Europa wil tegelijkertijd een royale verzorgingsstaat behouden, vergroenen, de vergrijzing financieren, de defensie-uitgaven fors verhogen én economisch en technologisch concurreren met de VS en China. Dat alles moet uit dezelfde economische basis worden betaald. Daarmee worden de Franse straten een spiegel voor Europa.
Politiek draait uiteindelijk niet om het vieren van wensen, maar om het maken van keuzes wanneer niet alle wensen tegelijk betaalbaar zijn. Frankrijk lijkt momenteel nauwelijks meer in staat die keuzes te maken. Hulp van buitenaf (ECB, Troika?) lijkt nodig.
Dit artikel bevat een persoonlijke opinie van Harry Geels