Carmignac: Het risico van de ECB is asymmetrisch
Carmignac: Het risico van de ECB is asymmetrisch
Door Kevin Thozet, lid van het beleggingscomité van Carmignac
De inflatie loopt op, terwijl de groei vertraagt. Europa kampt nog altijd met te hoge inflatie, maar heeft minder economische ruimte om iets aan die inflatie te doen.
Nu de markt nauwelijks een rentewijziging voor de ECB-vergadering van oktober inprijst, ligt een handhaving van de rente op 2,50 procent voor de hand. De totale inflatie blijft te hoog, maar de groei vertraagt. De inkoopmanagersindices wijzen weliswaar op enige veerkracht, maar de industriële productie is zwak en in Frankrijk zijn nieuwe neerwaartse risico's ontstaan.
Het probleem van de ECB is bovendien niet langer alleen inflatie; ook de renteverschillen tussen staatsobligaties spelen een rol. Hogere lange rentes verkrappen de financiële omstandigheden al. Daar komt de druk op de markten voor staatsobligaties, vooral in Frankrijk, bovenop. Lagarde heeft erkend dat die krappere omstandigheden de groei moeten drukken en dat stijgende energieprijzen minder sterk zullen doorwerken dan eerder verwacht.
Dat pleit voor afwachten tot de decembervergadering. Dan beschikt de ECB over nieuwe prognoses en kan ze beter beoordelen hoe de spanningen op de markt voor staatsobligaties in de eurozone zich ontwikkelen.
De risico's zijn asymmetrisch en niet gelijk verdeeld. Energieprijzen en lonen geven nog altijd reden om waakzaam te blijven voor inflatie. Tegelijk is de afweging tussen groei en inflatie aanzienlijk moeilijker dan in 2022 en ook moeilijker dan in de Verenigde Staten.
Voor de langere termijn rekenen de markten nog altijd op ongeveer drie renteverhogingen tegen eind volgend jaar, gevolgd door een lange periode van stabiele rente. Daar kan een verschil ontstaan tussen marktverwachtingen en het uiteindelijke ECB-beleid: mogelijk hoeft de ECB minder vaak te verhogen en de rente minder lang op een restrictief niveau te houden dan nu is ingeprijsd.
Onze voorkeur gaat uit naar nominale en reële obligaties met middellange looptijden in de eurozone. Tegelijk blijven we terughoudend met posities die gevoelig zijn voor oplopende renteverschillen tussen staatsobligaties. De belangrijkste vraag is in hoeverre de markten de Europese vertraging al hebben ingeprijsd.