a.s.r. vermogensbeheer: Kritisch kijken naar klimaatplannen

a.s.r. vermogensbeheer: Kritisch kijken naar klimaatplannen

Klimaatverandering

Ondanks alle inspanningen om broeikasgasemissies te reduceren, neemt de uitstoot nog steeds toe en wordt het doel van het Klimaatakkoord van Parijs om de opwarming van de aarde te beperken, liefst tot maximaal +1,5 graden Celsius, steeds uitdagender. In dat kader is het goed als bedrijven kritisch kijken of hun klimaatplannen voldoende ambitieus zijn.

Door Carlo Cuijpers, Responsible Investment Advisor, a.s.r. vermogensbeheer

Ondanks alle inspanningen neemt de wereldwijde CO2-uitstoot nog steeds toe. In 2025 nam de uitstoot opnieuw toe met 1,1% (Global Carbon Tracker, 2025). De opwekking van hernieuwbare energie groeit weliswaar snel, maar de totale energievraag wereldwijd neemt nog sterker toe (Global Carbon Tracker, 2025). Daardoor ligt de wereld niet op koers om de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs om klimaatverandering te beperken tot minder dan +2°C en te streven naar +1,5°C ten opzichte van preindustriële niveaus (UNFCCC, 2015) te realiseren. De temperatuur ligt nu al circa 1,2°C boven preindustrieel niveau (EEA, 2025). Zonder snelle reducties raakt het CO2-budget volgens huidige schattingen vóór 2030 uitgeput (Carbon Tracker, 2025).

Het verschil tussen +1,5°C en +2°C is groot

Door opwarming te beperken tot +1,5°C kunnen sommige catastrofale effecten worden voorkomen, voor mens en milieu, maar ook voor de economie. Ter illustratie: wanneer klimaatverandering wordt beperkt tot +1.5°C zal naar schatting 14% van de wereldbevolking eens in de vijf jaar extreme hittegolven ervaren, maar bij +2°C neemt dit toe tot 37% (UN IPCC, 2025). Ook de economische impact neemt volgens projecties toe, van circa 0,3% naar circa 0,5% wereldwijd bbp-verlies in 2100 (IPCC, 2025). Wereldwijde beleggingsrendementen op aandelen worden hier volgens verscheidene projecties (in reële termen) hard door geraakt.

Inconvenient truth

Deze ‘inconvenient truth’ sluit ook aan bij de praktijk onder beursgenoteerde bedrijven. Slechts een klein deel hiervan (12%) ligt op basis van de ‘temperature alignment’ op koers voor +1.5°C (MSCI, 2025). De doelen van de meeste andere blijven hier ver op achter: 26% van de bedrijven heeft doelen in lijn met het beperken van klimaatverandering tot maximaal +2°C, 36% tussen de +2°C en +3.2°C (36%), en de laatste 26% heeft praktisch geen doelen of beleid (in lijn met >3.2°C; MSCI, 2025).
 

De economische haalbaarheid van de klimaatdoelen is toegenomen. Dit komt met name doordat energie uit hernieuwbare bronnen afgelopen jaren snel goedkoper is geworden

 
Institutionele investeerders voeren al jaren de druk op richting bedrijven om doelen te formuleren die in lijn zijn met het +1,5°C‑scenario. Hierin lopen Nederlandse partijen voorop. Bovenstaande cijfers onderschrijven echter dat er meer actie nodig is.
 

SBTi

Beleggers zouden nog kritischer kunnen zijn over de klimaatdoelen van bedrijven door te kijken of deze in lijn zijn met op klimaatwetenschap gebaseerde normatieve emissiereductiepaden gericht op een maximale temperatuurstijging van +1.5°C. Onafhankelijke validatie door partijen als het Science Based Targets initiative (SBTi) helpt om het ambitieniveau van doelen goed te toetsen. Eind 2025 waren de klimaatdoelen van 19% van de bedrijven in de MSCI ACWI door het SBTi gevalideerd (MSCI, 2025; SBTi, 2026), waaronder ook bedrijven met doelen die in lijn zijn met +2°C en waarvan de doelen voor korte of middellange termijn zijn gevalideerd (‘near-term targets’).

Op basis van de ‘temperature alignment’- beoordelingen van bedrijven, zouden veel bedrijven hun doelen nog aan moeten scherpen om deze te kunnen laten valideren door het SBTi.

De positieve kant

Het goede nieuws is dat de economische haalbaarheid van zulke doelen is toegenomen. Dit komt met name doordat energie uit hernieuwbare bronnen in de afgelopen jaren snel goedkoper is geworden. Sinds 2010: wind op land -55%, zon -87%, en batterijopslag -93% (IRENA, 2026). Volgens het IRENA (2026) zijn energiesystemen met uitsluitend opwekking uit zon en wind gecombineerd met opslagcapaciteit in veel regio’s nu al zelfs kostenefficiënter dan systemen met een aandeel energieopwekking uit fossiele brandstoffen.
 

Voordat institutionele investeerders aan bestuurders vragen om kritisch te kijken naar hun klimaatdoelen, moeten zij ook zelf kritisch in de spiegel kijken

 
Ook voorzien steeds meer wetenschappers een scenario waarbij het mogelijk is dat klimaatverandering kort verder oploopt dan +1,5°C (‘limited overshoot’) en daarna door het grootschalig afvangen en opslaan van CO2 weer afneemt. Ondanks alles is het algemene sentiment rondom verduurzaming en de energietransitie momenteel negatief. Engagement kan helpen om bestuurders alsnog over de streep te trekken om deze stap te zetten.
 

 
 

Kritisch kijken

Voordat institutionele investeerders aan bestuurders vragen om kritisch te kijken naar hun klimaatdoelen, moeten zij ook zelf kritisch in de spiegel kijken. Ten opzichte van andere sectoren lopen financiële instellingen namelijk nog achter op het gebied van SBTi-validatie, terwijl zij voor het behalen van klimaatdoelen grofweg in de pas zouden moeten lopen met de voortgang van de transitie in de reële economie. Bovendien zouden zij, vanuit hun rol, door science-based doelen op basis van de SBTi-richtlijnen te implementeren – het meest expliciet door het stellen van ‘portfolio coverage’- doelstellingen – als hefboom kunnen fungeren en daarmee voor een verdere versnelling kunnen zorgen.
 

IN HET KORT

De wereld ligt niet op koers voor Parijs: de uitstoot en de energievraag blijven stijgen.

Het verschil tussen +1,5°C en +2°C is groot voor mens, economie en rendementen.

Slechts weinig beursgenoteerde bedrijven hebben doelen in lijn met +1,5°C.

SBTi-validatie helpt beleggers klimaatdoelen kritisch te toetsen.

Goedkopere hernieuwbare energie vergroot de haalbaarheid.

Ook financiële instellingen moeten hun eigen doelen aanscherpen.

  

Lees het artikel in de digitale editie van Financial Investigator magazine