Invesco: Vooral Nederlandse bedrijven gebukt onder hoge financieringslasten

Invesco: Vooral Nederlandse bedrijven gebukt onder hoge financieringslasten

Rente Obligaties

Nederland heeft zijn totale schuld in verhouding tot de economie de afgelopen tien jaar meer afgebouwd dan vrijwel alle andere grote economieën. Maar ondanks de daling zijn de financieringslasten van Nederlandse bedrijven in vergelijking met bedrijven uit andere landen nog altijd hoog.

Dat blijkt uit een onderzoek van Invesco naar de schuldontwikkeling vanaf 1952. De vermogensbeheerder vergelijkt in het onderzoek 25 grote economieën en kijkt naar de overheidsschuld en de schulden van bedrijven en consumenten.

Invesco gaat daarmee veel verder terug dan de cijfers van de Bank for International Settlements (BIS). De analyse begint in 1952 met alleen cijfers over de Verenigde Staten. Daarna komen er geleidelijk meer landen bij en vanaf 2008 zijn alle 25 economieën opgenomen. De lange terugblik maakt het mogelijk grote veranderingen in de schuldenlast door de tijd heen te volgen. In 2020 bereikte de schuldquote van de onderzochte economieën 264,4%, het hoogste punt sinds 2008 toen alle 25 landen in de berekening zijn opgenomen. Daarna daalde die schuldenquote tot 239,2% in 2024, om in 2025 licht op te lopen tot 239,5%.

Nederland valt op

Nederland valt op in de vergelijking. De totale schuldquote daalde hier in de afgelopen tien jaar met 116,2 procentpunt. Alleen Ierland boekte met een afname van 244,5 procentpunt een grotere daling. In beide landen kwam die vooral doordat bedrijven hun schulden afbouwden.

Ook de financieringslasten van de Nederlandse private sector zijn afgenomen. Het aandeel van het beschikbare inkomen dat huishoudens en bedrijven kwijt zijn aan rente en aflossing van schulden, daalde de afgelopen vier jaar met 4,4 procentpunt tot 25,9%. Nederland is de enige van de 25 onderzochte economieën waar dit aandeel aanzienlijk is gedaald. Daarnaast nam de schuld van huishoudens en bedrijven samen met 61,6 procentpunt af tot 260% van het bbp. 

Ondanks deze schuldafbouw behoort Nederland nog altijd tot de landen met de hoogste totale schuld in verhouding tot het bbp. Japan voert de ranglijst aan, gevolgd door Frankrijk en Canada. Daarna volgen Nederland en China.

Uit een afzonderlijke analyse van bedrijven blijkt dat de rente- en aflossingslasten in Nederland ondanks de afbouw nog altijd hoog zijn. De rente- en aflossingslasten van Nederlandse niet-financiële ondernemingen komen uit op 49,5%. Alleen in Frankrijk en Canada ligt dat percentage hoger. 

Wereldwijd liep de schuld juist op. Volgens de cijfers van de BIS steeg de gezamenlijke schuld van overheden, bedrijven en huishoudens in alle rapporterende landen van 229,3% van het bbp in 2024 naar 232,7% in 2025. In de 25 grote economieën die Invesco voor het eigen onderzoek vergelijkt, was de stijging veel kleiner: van 239,2% naar 239,5%. De stijging deed zich vooral voor in opkomende economieën, vaak vanaf een relatief laag niveau. De hoogste schulden in verhouding tot het bbp zijn nog altijd vooral te vinden in ontwikkelde economieën.

In China gaat het er anders aan toe. De schuldquote steeg er in tien jaar met 72,5 procentpunt tot 300,1% van het bbp, de grootste stijging van alle 25 onderzochte economieën. Alleen al in 2025 kwam er $6800 miljard aan schuld bij, tegen $3800 miljard in de Verenigde Staten. Toch liepen de financieringslasten voor de Chinese private sector in tien jaar nauwelijks op. Invesco schrijft dat vooral toe aan de daling van de rente.

Japan blijft het land met de hoogste totale schuld ten opzichte van het bbp, ondanks een forse daling. De schuldquote kwam in 2025 uit op 353,9%, tegen 371,3% een jaar eerder en een piek van 411,1% in 2020. De daling in 2025 kwam vooral door een afname van de staatsschuld.

Over de afgelopen tien jaar is de wereldwijde schuld dus per saldo toegenomen. De schuldquote steeg met 11,9 procentpunt, gerekend op basis van koopkrachtpariteit. Die stijging kwam grotendeels voor rekening van overheden. De schuld van huishoudens nam slechts licht toe en die van bedrijven bleef vrijwel gelijk.

Volgens Invesco zegt de omvang van de schuld alleen niet genoeg over de risico's. Ook de rente- en aflossingslasten zijn van belang. Dat speelt vooral wanneer leningen die destijds tegen zeer gunstige voorwaarden zijn afgesloten, tegen (veel) hogere rentes moeten worden geherfinancierd. Daardoor kunnen de rentestijgingen van de afgelopen jaren nog geruime tijd doorwerken in de financieringslasten. Vooral bedrijven zijn daarvoor gevoelig.