Janus Henderson: Europese banken zijn sterker dan beleggers denken

Janus Henderson: Europese banken zijn sterker dan beleggers denken

Europa Banken

Europese banken hebben jarenlang hun balansen opgeschoond, kapitaalbuffers versterkt en kosten teruggedrongen. Toch lijkt de markt die structurele verbetering nog altijd onvoldoende te waarderen.

Portefeuillebeheerders Julian McManus en Chris O’Malley van Janus Henderson stellen dat de sterke koersontwikkeling van Europese banken de afgelopen jaren niet alleen voortkomt uit een herstel vanaf lage waarderingen. Volgens hen weerspiegelt die ook een duidelijke verbetering van de fundamenten, een ontwikkeling die door beleggers nog steeds wordt onderschat.

Loskomen uit een vijftienjarige schuldafbouw na de financiële crisis

Europese banken hebben meer dan tien jaar gewerkt aan het versterken van de omvang en kwaliteit van hun kapitaalbuffers. Dat blijkt uit de gestage stijging van de Common Equity Tier 1-kapitaalniveaus (CET1) en kapitaalratio’s. Die sterkere buffers hebben banken beter bestand gemaakt tegen externe schokken.

Daar stond wel iets tegenover. De nadruk op kapitaalopbouw beperkte de kredietverlening, wat leidde tot jaren van zwakke - en soms negatieve - kredietgroei. Omdat banken in Europa het grootste deel van de financiering aan bedrijven verschaffen, drukte dat ook op de economische groei in de regio.

De laatste tijd klinkt vaker de vraag of de slinger te ver is doorgeslagen richting regulering. Van echte deregulering is tot nu toe weinig sprake, maar er wordt wel gesproken over voorstellen om kapitaal vrij te maken, kredietverlening te ondersteunen en Europese banken concurrerender te maken.

CET1-bedrag en kapitaalratio’s

Tegelijk hebben de jaren van negatieve rente banken gedwongen scherper op risico’s en kosten te sturen. Dat heeft de operationele efficiëntie sterk verbeterd. Ook de kredietportefeuilles zijn minder risicovol geworden. Volgens recente ECB-data is het aandeel probleemleningen bij significante instellingen gedaald tot ongeveer 2%, tegen meer dan 7% tien jaar geleden.

Het resultaat: Europese banken komen uit een lange periode van schuldafbouw als gezondere en winstgevendere instellingen, met hogere rentes als extra steun in de rug.

Een gunstiger operationeel klimaat

De winstgevendheid van Europese banken ligt inmiddels op het hoogste niveau sinds de wereldwijde financiële crisis, gemeten aan het rendement op eigen vermogen. Na een dieptepunt na de pandemie, toen het rendement op eigen vermogen was teruggevallen tot circa 5% à 6%, hebben Europese banken de kloof met Amerikaanse sectorgenoten gedicht.

Waarderingen wijzen op ruimte voor verdere herwaardering

Ondanks de verbeterde fundamenten noteren Europese bankaandelen nog steeds met een duidelijke korting ten opzichte van Amerikaanse banken en de bredere Europese aandelenmarkt. De waarderingen zijn weliswaar hersteld van diep negatieve niveaus, maar pas recent teruggekeerd naar hun langjarig gemiddelde.

Op het moment van schrijven noteert de STOXX Europe 600 Banks Index op een forward koers-winstverhouding van 10,1. Dat ligt slechts iets boven het langjarig gemiddelde van 9,5 en nog altijd onder de pieken uit de jaren 2010, toen de sector fundamenteel juist zwakker was. Ter vergelijking: de KBW Bank Index, een graadmeter voor Amerikaanse bankaandelen, noteert op 12,8 keer de verwachte winst. De bredere STOXX Europe 600 staat op 15,0.

Europese banken geven bovendien in stevig tempo kapitaal terug aan aandeelhouders via dividenden en aandeleninkoop. Het dividendrendement van de STOXX Europe 600 Banks Index ligt boven 5%, ruim twee keer zo hoog als bij vergelijkbare Amerikaanse benchmarks.

Dat wijst volgens Janus Henderson op ruimte voor een verdere herwaardering van Europese bankaandelen. Een zekere korting ten opzichte van Amerikaanse banken is verdedigbaar, maar de hardnekkig brede waarderingskloof lijkt ook te wijzen op ‘anchoring bias’: beleggers blijven de sector beoordelen op basis van eerdere underperformance.

Structurele verschuivingen op langere termijn en mogelijke gevolgen

Naast de verbeterde winstontwikkeling en nog altijd aantrekkelijke waarderingen kunnen structurele trends de sector verder ondersteunen.

Europa richt zich sterker op binnenlandse groei, concurrentiekracht en weerbare toeleveringsketens. Banken kunnen daarbij een belangrijke rol spelen in de financiering van de reële economie, wat de kredietgroei kan ondersteunen.

Daarnaast kunnen banken profiteren van AI-gedreven efficiëntiewinst. Europa wordt vaak over het hoofd gezien in het AI-thema, maar banken zijn juist goed gepositioneerd om voordeel te halen uit automatisering en productiviteitsverbetering. Dat kan structureel lagere kosten opleveren.

Ook consolidatie kan een rol spelen. Fusies vonden historisch vooral binnen landsgrenzen plaats, maar er zijn eerste tekenen van meer aandacht voor grensoverschrijdende overnames. Als regelgevende barrières afnemen, kan dat fragmentatie verminderen en schaal, efficiëntie en concurrentiekracht vergroten.

Navigeren door een onzeker macroklimaat

Het macrobeeld blijft onzeker. Geopolitieke onrust versterkt de roep om hogere Europese defensie-uitgaven, wat kredietgroei kan ondersteunen. Tegelijk werpen het Iran-conflict en de energieschok een schaduw over de regio. Voor landen die per saldo afhankelijk zijn van energie-import, vormen hogere inflatie en mogelijke vraaguitval een duidelijk risico.

Voorlopig past de combinatie van iets hogere rentes en nog veerkrachtige, zij het minder sterke, groei bij een klimaat waarin banken doorgaans goed gedijen. Maar selectiviteit blijft cruciaal. Verdere herwaardering lijkt kansrijk, maar zal niet voor de hele sector gelijk zijn. Diepgaand fundamenteel onderzoek en bottom-up aandelenselectie blijven nodig om de banken te vinden met sterke kapitaalposities, gespreide inkomstenbronnen en blootstelling aan aantrekkelijke langetermijnmarkten.