Joeri de Wilde: Europa heeft geen Silicon Valley nodig

Joeri de Wilde: Europa heeft geen Silicon Valley nodig

Europa Technologie

De Europese obsessie met Amerikaanse productiviteitscijfers zet ons op het verkeerde spoor. Europa moet niet proberen de VS te imiteren, maar leren zijn eigen kracht beter te benutten.

Door Joeri de Wilde, Senior Econoom bij Triodos Investment Management

Wanneer een discussie tussen twee vooraanstaande economen de Volkskrant bereikt, weet je dat het onderwerp breed leeft. Toegegeven, beide economen zijn Nobelprijswinnaars, maar de discussie tussen Paul Krugman en Philippe Aghion over de productiviteitskloof tussen Europa en de VS is behoorlijk technisch. In essentie gaat het om de vraag of Europa steeds verder achteropraakt.

Volgens veel economen is dat inderdaad het geval. Deze veronderstelling vormt ook de kern van de gezaghebbende Draghi- en Wennink-rapporten, die waarschuwen voor het afbrokkelende Europese concurrentievermogen. Volgens deze analyses zit er maar één ding op: de productiviteitsgroei verhogen door onze technologische achterstand in te lopen.

Maar Krugman plaatst daar een kanttekening bij. Volgens hem is Europa helemaal niet achteropgeraakt ten opzichte van de VS. Als je corrigeert voor koopkrachtverschillen tussen beide economieën in plaats van voor binnenlandse inflatie (de gebruikelijke methode), zijn Europeanen niet minder welvarend geworden dan Amerikanen.

Verschillende meetmethoden leiden dus tot verschillende uitkomsten. Krugmans benadering voelt intuïtief dichter bij de werkelijkheid. Parijs voelt voor zowel inwoners als bezoekers immers nog altijd aanzienlijk welvarender dan Alabama, terwijl de methode van Draghi, Wennink en Aghion impliceert dat Frankrijk inmiddels alleen nog kan wedijveren met de armste Amerikaanse staten.

Europa heeft meer opgebouwd

Dat neemt niet weg dat er werk aan de winkel is voor Europa. Zelfs als we niet structureel achteropraken in productiviteit, blijft afhankelijkheid een risico. Wanneer de VS en China de digitale infrastructuur en AI domineren, zijn wij kwetsbaar. De vraag is of analyses als die van Draghi en Aghion ons in de juiste richting sturen.

Wie uitsluitend naar productiviteitscijfers kijkt, zal al snel geneigd zijn het model van de koploper te kopiëren. Maar daarmee verdwijnen de fundamentele verschillen tussen Europa en de VS uit beeld.

De Europese welvaart berust namelijk meer dan die van de VS op de waarde van economisch, maatschappelijk en institutioneel kapitaal dat over lange tijd is opgebouwd. Dat zijn tastbare bezittingen, zoals historische steden, een solide industriële basis en hoogwaardige infrastructuur, maar ook minder tastbare vormen van kapitaal: robuuste publieke instellingen, betrouwbare wet- en regelgeving en toezicht, gemeenschappelijke normen en een zorgvuldig opgebouwde internationale reputatie.

De Amerikaanse economie is daarentegen sterker gericht op voortdurende creatieve destructie, waarbij economische waarde relatief vaker ontstaat uit nieuwe bedrijven, nieuwe technologieën en nieuwe markten, zoals nu op het gebied van AI.

Silicon Valley-model past niet bij Europa

Dat is een cruciaal verschil. Bij een economie die draait op zorgvuldig opgebouwd kapitaal, en bij een samenleving die waarde hecht aan stabiliteit en verankering, past geen Silicon Valley-model van veel kortetermijngericht durfkapitaal en voortdurende disruptie. Bovendien zien we dat het Amerikaanse model leidt tot grotere machtsconcentratie en meer ongelijkheid, wat op zijn beurt de maatschappelijke en politieke stabiliteit onder druk zet. Dat is niet iets wat wij als Europeanen moeten ambiëren.

Wat Europa nodig heeft, is een innovatiemodel dat voortbouwt op zijn eigen economische structuur, in plaats van er tegenin te werken. Innovatie dus die niet losstaat van bestaande bedrijven en instellingen, maar er juist uit voort kan komen.

In dat licht doet academicus en sociaal-economisch onderzoeker Sami Mahroum enkele interessante suggesties. Gevestigde bedrijven zouden vaker nieuwe ondernemingen kunnen voortbrengen via corporate spin-offs. Ook zouden nationale kampioenen hun kennis en technologische capaciteiten meer kunnen bundelen. En familievermogens en stichtingen zouden start-ups tijdens hun groeifase van geduldig kapitaal kunnen voorzien. Zo wordt innovatie ingebed in de bestaande economische structuur, in plaats van volledig afhankelijk te zijn van golven van durfkapitaal.

De productiviteitsuitdaging voor Europa is daarom niet om de VS te kopiëren, maar om zijn eigen economische kracht beter te benutten. Als Europa erin slaagt de enorme voorraad economisch, maatschappelijk en institutioneel kapitaal die het continent heeft opgebouwd om te zetten in de volgende generatie Europese bedrijven, innoveren we op onze eigen manier. Dan wordt de vraag of we achteropraken een stuk minder relevant.


Meer columns van Joeri de Wilde