Ronde tafel 'Emerging Market Debt'

Ronde tafel 'Emerging Market Debt'

EMD

Na jaren van onderweging in portefeuilles keert emerging market debt (EMD) terug op de radar van institutionele beleggers. Verbeterde fundamentals, aantrekkelijke waarderingen en structurele groeidrijvers versterken de aantrekkingskracht van de categorie, al blijven geopolitieke spanningen en marktvolatiliteit het vertrouwen van beleggers op de proef stellen.

Door Manno van den Berg

    

Voorzitter:

Sander van der Steeg, Mint Tower Capital Management

Deelnemers:

Benoit Anne, MFS Investment Management

Dustin Benson, Nuveen

Kristin Ceva, Payden & Rygel

Rob Drijkoningen, Neuberger

Mohammed Elmi, Federated Hermes

Rodica Glavan, BNY Investments

Yong Lin, Achmea Investment Management

Naki Nartey, PIMCO

Rickey Thevakarrunai, bfinance

   

De discussie rond emerging market debt is aan het verschuiven. Beleggers vragen zich niet langer af óf ze in EMD moeten beleggen, maar hóe: welke landen en segmenten de voorkeur genieten, hoe om te gaan met volatiliteit en marktschokken, en welke rol thema’s als AI en ESG in de portefeuilleconstructie zouden moeten spelen.

Deze en andere belangrijke vragen staan centraal in een rondetafelgesprek van Financial Investigator, waarin negen experts de investment case voor dit beleggingssegment bespreken. De deelnemers leggen bloot waar kansen liggen, maar ook waar aannames over EMD niet langer houdbaar zijn. Risico is een terugkerend thema in de discussie.

De hardnekkig hoge risicoperceptie blijft een van de grootste obstakels, concludeert gespreksleider Sander van der Steeg. ‘Dat sentiment zag je opnieuw oplaaien tijdens de crisis in het Midden-Oosten, terwijl de kwaliteit van de asset class juist duidelijk is verbeterd.

Welke rol speelt EMD op dit moment in de beleggingsportefeuilles van institutionele beleggers?

Benoit Anne: ‘Die rol is duidelijk veranderd. De categorie blijkt een uitstekend instrument voor wereldwijde diversificatie. Emerging markets waren het toonbeeld van een high-beta asset class, maar dat beeld klopt niet meer. De categorie is minder volatiel en speelt in steeds meer portefeuilles een strategische rol in de diversificatie- en lage-correlatiestrategie. Het narratief over opkomende markten is simpelweg minder negatief geworden. Er zijn inmiddels eerder zorgen over de houdbaarheid van de Amerikaanse staatsschuld en de politieke instabiliteit in Europa.’

Naki Nartey: ‘Particuliere beleggers zien opkomende markten vaak als een tactische positie, maar voor institutionele beleggers is het inmiddels een structurele langetermijnallocatie. Daarbij is markttiming binnen een tactische benadering ook bijzonder lastig. Beleggers die dat proberen, eindigen vaak met slechtere rendementen dan langetermijnbeleggers.’

Rickey Thevakarrunai: ‘De interesse in EMD is toegenomen. Een van de belangrijkste drijfveren is waardering. Als je naar de spreads kijkt, is schuld uit opkomende markten aantrekkelijker dan bijvoorbeeld bedrijfsobligaties in ontwikkelde markten. Er is ook een duidelijk diversificatievoordeel, aangezien opkomende landen minder synchroon lopen met de economische cyclus van ontwikkelde markten. Dat zorgt voor een betere diversificatie binnen obligatieportefeuilles.’

Rob Drijkoningen: ‘We zagen een duidelijke trend van hernieuwde instroom in EMD vóór het conflict in het Midden- Oosten. Nu hebben veel beleggers weer een meer afwachtende houding. Opkomende markten zijn een cyclische asset class – dat geldt vooral voor local currency – en zijn gevoelig voor wereldhandel, groei en inflatiedynamiek. Andere beleggers zien volatiliteit juist als kans.’

Rodica Glavan: ‘We zien toenemende interesse, vooralsnog vooral vanuit wereldwijde mandaten, maar geen zeer sterke instroom. We zien wel een verschuiving van tactische naar structurele allocaties.’

Verandert het Wtp-kader hoe pensioenfondsen naar EMD kijken? Is het een reden voor grotere allocaties?

Yong Lin: ‘De rendementsmodule binnen het Wtp-kader is gericht op rendementsmaximalisatie binnen een bepaald risicobudget en EMD sluit daar goed op aan. EMD biedt hogere risicopremies dan ontwikkelde markten en heeft, vergeleken met high yield, historisch gezien een relatief gunstig default- en recoveryprofiel. Daarnaast zorgen de diversificatievoordelen voor een verbetering van de Sharpe-ratio op portefeuilleniveau. De uiteindelijke allocatie is afhankelijk van het risicobudget, lifecyclekeuzes en liquiditeitsvereisten.’

Kristin Ceva: ‘Veel institutionele beleggers hebben volop ruimte om hun allocatie te vergroten. Opkomende markten zijn goed voor bijna 50% van het wereldwijde bbp, terwijl EMD iets meer dan 20% van de wereldwijde vastrentende markt vertegenwoordigt. De instroom is vorig jaar verbeterd, maar dat volgde wel op een periode van forse uitstroom. De vooruitzichten blijven gunstig: sterke fundamentals, een verbeterde inflatiedynamiek, veerkrachtige groei en sterkere externe balansen.’

Hoe gaan jullie om met de hoge risicoperceptie van de asset class?

Mohammed Elmi: ‘Bij obligaties draait het in essentie om default risk. In 2024 en 2025 zagen we in EM sovereigns in hard currency geen enkele default, tegenover circa 2,5% in US high yield. Dat weerspiegelt sterkere fiscale posities, lagere schuldniveaus en verbeterde monetaire beleidskaders. Opkomende markten onderscheiden zich door veel sterkere balansposities. Volatiliteit blijft aanwezig, maar periodes van zwakte bieden vaak aankoopkansen.’

Glavan: ‘Bij bedrijfsobligaties zien we een vergelijkbaar beeld. Default rates piekten in 2022, gedreven door de Chinese vastgoedmarkt en de oorlog in Oekraïne, maar die zijn sindsdien gedaald tot onder het langetermijngemiddelde, en duidelijk onder dat van Europees high yield. Meer dan de helft van het EM corporateuniversum is nu in handen van lokale beleggers met een langere horizon. Dat zorgt voor meer stabiliteit en lagere volatiliteit.’

Dustin Benson: ‘De fundamentals zijn sterker dan ooit en EMD is veel meer gediversifieerd. Zowel het corporate- als het sovereign-universum is breder, met uiteenlopende exposures naar grondstoffen en economische groei. Liquiditeit wordt vaak als zwakte gezien, maar de markt is aanzienlijk dieper geworden. Er is een brede beleggersbasis met veel meer actieve lokale partijen. Zelfs tijdens recente geopolitieke spanningen bleef de liquiditeit behouden.’

Nartey: ‘We zien juist een convergentie waarbij balansen in ontwikkelde markten verslechteren en die in opkomende markten verbeteren. Daarnaast kun je je exposure naar EMD selectief invullen – via een actieve manager – en hoef je niet in het volledige universum te beleggen. De perceptie dat opkomende landen inherent zeer risicovol zijn, is onvoldoende onderbouwd.’
 

Particuliere beleggers zien opkomende markten vaak als een tactische positie, maar voor institutionele beleggers is het inmiddels een structurele langetermijnallocatie.

 
Drijkoningen: ‘Een belangrijk punt is de kracht van lokale hervormingsprogramma’s, die dit keer daadwerkelijk worden omarmd door nationale overheden. Landen zoals Oman en Azerbeidzjan verschuiven van high yield naar investment grade en er is een pijplijn van landen die kunnen volgen. Dat suggereert dat de onderliggende kredietkwaliteit van een aantal landen mogelijk al sterker is dan de ratings aangeven.’

Thevakarrunai: ‘De belangrijkste benchmark, de EMBI Global Diversified, bestaat uit ongeveer 50% investment grade en 50% high yield, maar biedt spreads die vergelijkbaar zijn met US high yield. Beleggers krijgen dus vergelijkbare spreads met een hogere gemiddelde krediet- kwaliteit.’

Lin: ‘Een omgeving van geopolitieke fragmentatie, structureel hogere inflatie en aanhoudende beleidsonzekerheid zet druk op effecten in ontwikkelde markten, ook op zogeheten veilige assets. In die context oogt EMD aantrekkelijk. We verwachten in ons basisscenario dat deze categorie een gunstiger risicorendementsprofiel zal bieden dan zowel aandelen als high yield-obligaties in ontwikkelde markten. Geen EM-allocatie hebben is op zichzelf een risico.’

We hebben aanzienlijke volatiliteit gezien als gevolg van conflicten en verschuivingen in mondiale toeleveringsketens. Hoe beïnvloedt dit de aantrekkingskracht van EMD?

Drijkoningen: ‘Voor zover deze ontwikkelingen de verwachtingen voor wereldwijde groei beïnvloeden, raken ze ook de bereidheid om emerging markets te financieren. Bij schokken zijn beleggers geneigd te fixeren op de directe impact en kortzichtig te reageren. Maar zelfs bij grote gebeurtenissen, zoals de Russische aanval op Oekraïne, worden effecten doorgaans binnen enkele weken ingeprijsd, waarna risicopremies zich aanpassen en fundamentals en economische prikkels weer aan belang winnen.’

Ceva: ‘Ik ben het eens met die langetermijnvisie, maar op de korte termijn creëert elke schok duidelijke winnaars en verliezers. Markten reageerden rationeel op het conflict in het Midden-Oosten door onderscheid te maken tussen olie-importeurs en olieexporteurs. Tegelijk verschuiven de geopolitieke verhoudingen nu de VS een actievere rol speelt in het Midden-Oosten en Latijns-Amerika. Dat heeft directe impact op markten en onderstreept het belang om EM per land te benaderen, niet als één blok.’

Elmi: ‘Verlies het structurele verhaal niet uit het oog. Opkomende markten profiteren van een sterkere demografie, hogere groei en een groeiende middenklasse. We zien ook meer onderlinge handel, wat de veerkracht vergroot. Daarmee is EMD beter bestand tegen wereldwijde schokken.’

Anne: ‘Wij focussen op fundamentals en hanteren een high-quality bias. Zo navigeren we door volatiliteit. Tegelijkertijd profiteert de categorie van het huidige grondstoffenklimaat. Het gaat niet alleen om olie: ook landen met goud en andere metalen profiteren van een sterke handelsdynamiek.’

Nartey: ‘We zijn positief over een aantal landen die grondstoffen produceren, maar geloven niet dat alle importeurs negatief zullen worden getroffen. Sommige olieimporteurs, zoals Turkije, hebben juist een stevige positie, met sterk verbeterde reserves en steun vanuit hun goudexposure. Wie zien verder kansen in landen met steile yield curves die andere grondstoffen, zoals metalen, verkopen, zoals Zuid-Afrika en Brazilië.’
 

Als je naar de spreads kijkt, is EMD aantrekkelijker dan bijvoorbeeld bedrijfsobligaties in ontwikkelde markten.

 
Benson: ‘Markten zijn steeds meer nieuwsgedreven, terwijl onderliggende veranderingen, zoals de herconfiguratie van aanvoerketens of de impact van buitenlandse investeringen, jaren nodig hebben om door te werken. Dat creëert een kloof tussen perceptie en realiteit. Marktprijzen kunnen grillig zijn, maar het is zaak die onderliggende veranderingen in het oog te houden. Het onderscheid tussen zulke signalen en dagelijkse ruis wordt steeds belangrijker.’

Hoe moeten beleggers AI verwerken in hun EMD-beleggingsaanpak?

Drijkoningen: ‘Opkomende markten zijn relatief goed gepositioneerd om te profiteren van het grondstoffengedreven deel van de AI-groei. Op de middellange termijn zijn er echter uitdagingen: AI vereist een hoog niveau van onderwijs, infrastructuur en investeringscapaciteit, en de dynamiek zal waarschijnlijk een situatie van winner-takes-all zijn.’

Glavan: ‘Veel beleggers associëren AI met de VS, maar een groot deel van de fysieke ruggengraat bevindt zich in opkomende markten, via metalen, mijnbouw en de productie en assemblage van hardware. Tegelijk positioneren sommige landen zich als AI-hubs, zoals de Verenigde Arabische Emiraten, Saudi-Arabië en India. Emerging markets leveren niet meer alleen de ‘picks and shovels’ voor de goudkoorts rond AI, maar schuiven geleidelijk op in de waardeketen.’

Ceva: ‘We zien de impact van AI al terug in de handelsdynamiek van landen zoals China, Taiwan, Zuid-Korea en Maleisië, die profiteren van de export van semiconductors en hardware voor de bouw van datacenters in de VS. Aan de andere kant kunnen er negatieve effecten zijn voor landen waar AI servicegerichte exportmodellen verstoort.’
 

We verwachten dat EMD een gunstiger risico-rendementsprofiel zal bieden dan zowel aandelen als high yield-obligaties in ontwikkelde markten.

 
Thevakarrunai: ‘Er kunnen duidelijke winnaars en verliezers ontstaan, afhankelijk van uiteenlopende factoren. Sommige landen profiteren van de toegenomen vraag naar grondstoffen voor de bouw en het onderhoud van AIinfrastructuur, terwijl andere landen met meer dienstgerichte economieën juist negatief geraakt kunnen worden door nieuwe AI-technologie. Dit onderstreept het belang van actief beheer bij het identificeren van de winnaars. Naarmate de spreiding tussen landen toeneemt, wordt dat alleen maar belangrijker.’

Wat zijn de rendementsdrivers voor de komende periode en waar liggen de beleggingskansen in EMD?

Anne: ‘Een marktterugval, gedreven door geopolitieke spanningen, kan een tactische kans zijn om posities opnieuw op te bouwen, omdat instapniveaus aantrekkelijker worden. Tegelijk zijn spreads over het algemeen vrij krap. Niet alleen in EM, maar in de wereldwijde vastrentende markt. In zo’n omgeving wordt alpha belangrijker, wat een sterkere focus op selectie en fundamentele analyse vereist. Je selecteert sterke sovereign credits en vermijdt de zwakkere namen.’

Nartey: ‘Macro-positionering blijft belangrijk – we maken macro-calls – maar er zijn veel manieren om alpha te genereren via obligatieselectie. Marktvisies kun je bovendien op verschillende manieren invullen.’

Elmi: ‘Landenallocatie zal in brede zin benchmarkachtige rendementen opleveren, terwijl alpha eerder uit bottomup obligatieselectie komt. Het rendement zal dit jaar waarschijnlijk in belangrijke mate worden gedreven door het highincome segment. Met EMBI-yields rond de 7% is de carry-component significant, wat in combinatie met selectieve positionering, met name in frontiermarkten, kan leiden tot een aantrekkelijk totaalrendement.’

Hoe beoordelen jullie allocaties naar hard currency, local currency en mogelijk ook bedrijfsobligaties in het licht van de macroeconomische cyclus? Zijn er favorieten?

Lin: ‘Wij hanteren geen tactische allocatie, maar geven op de langere termijn de voorkeur aan hard currency, vanwege de hoge carry-premie en de gunstige diversificatieeigenschappen. Op de korte termijn bieden lokale valuta meerwaarde ten opzichte van hard currency. Dit hangt samen met de krappe spreads in hard currency en een macro-omgeving waarin een verzwakkende Amerikaanse dollar met name lokale valuta ondersteunt.’
 

De belangrijkste aanjager voor rendement blijft het maken van de juiste landenkeuzes. Kijk voorbij de benchmark en focus op waar fundamentals verbeteren.

 
Ceva: ‘Spreads zijn over de hele linie krap, dus binnen sovereign credit geven wij de voorkeur aan segmenten met hogere yields, waar meer spreadbuffer en idiosyncratisch opwaarts potentieel aanwezig zijn. Tegelijk bieden obligaties in lokale valuta aantrekkelijke diversificatie en cyclische tailwinds, met aantrekkelijke reële yields en steilere curves in landen zoals Mexico, Zuid-Afrika en Peru.’

Drijkoningen: ‘De relatieve performance van hard en local currency wordt gedreven door US Treasuries, de dollar en grondstoffen. Hoewel credit spreads krap zijn, zijn reële rentes historisch hoog, zowel in ontwikkelde als opkomende markten. Dat ondersteunt lokale valuta op de middellange termijn, gezien de hogere reële risicopremies en de relatieve onderwaardering van veel valuta.’

Benson: ‘We zijn positief over EM-staatsobligaties, met name in landen met verbeterende fundamentals zoals Argentinië. In sub- Sahara Afrika zien we kansen in landen met gunstige ‘terms of trade’ en veranderende inflatiekaders, die minder synchroon lopen met de bredere EM-cyclus. We zijn onderwogen in highquality namen zoals de Verenigde Arabische Emiraten en de Filipijnen, waar waarderingen beperkt opwaarts potentieel bieden.’

Elmi: ‘Wij zien sterke kansen in frontiermarkten die een combinatie bieden van hoge carry en koerspotentieel. Landen zoals Zambia springen eruit, dankzij structurele hervormingen, de grondstoffendynamiek en een verbeterende duurzaamheid. Landen als Pakistan en Sri Lanka liepen klappen op, maar kunnen aantrekkelijke instapmomenten bieden. High-quality oogt minder aantrekkelijk en delen van het mid-beta segment, zoals double-B-obligaties, zijn relatief duur.’

Glavan: ‘Wij prefereren Latijns-Amerika en delen van Afrika, en blijven onderwogen in Azië, met name in bedrijfsobligaties, waar de relatieve waarde beperkt is. Sectorgewijs richten we ons op metalen en mijnbouw, die profiteren van de grondstoffencyclus.’

Er is een toename in het gebruik van ETF’s. Heeft dat impact op beleggen in EM?

Nartey: ‘Als ETF’s meer beleggers naar het EMD-segment trekken, is dat positief. Passieve ETF’s kunnen bovendien kansen creëren voor actieve managers. Zo kan in een vroeg stadium meedoen aan een nieuwe uitgifte waarde opleveren voor actieve managers: zodra die obligatie later in de benchmark wordt opgenomen, kan de daaropvolgende vraag vanuit passieve beleggers de waardering ondersteunen wanneer de lening in de index wordt opgenomen.’
 

Emerging markets leveren niet meer alleen de ‘picks and shovels’ voor de goudkoorts rond AI, maar schuiven geleidelijk op in de waardeketen.

 
Benson: ‘ETF’s zijn in hun selectie vrij grofmazig, wat kansen kan opleveren. Ze kunnen vraag creëren naar credits die dat fundamenteel niet rechtvaardigen, of juist goede credits verkopen zonder dat daar een overtuigend onderliggend verhaal voor is. Dat leidt tot dislocaties die benut kunnen worden via landen- of effectenselectie.’

Ceva: ‘ETF’s hebben in EM niet bijzonder goed gepresteerd. Actieve managers zijn over het algemeen in staat geweest te outperformen, deels omdat de transactiekosten in EMD hoog zijn.’

Zijn er terechte zorgen over de liquiditeit in EMD?

Thevakarrunai: ‘In brede zin is de liquiditeit verbeterd doordat er meer emissies zijn in sovereign, corporate en local markets. Maar in high-yield frontiersegmenten kan de liquiditeit tijdens stressperiodes nog steeds snel verdampen. Egypte is een recent voorbeeld waar beleidswijzigingen een scherpe marktbeweging veroorzaakten en het voor beleggers moeilijk werd om posities af te bouwen. Kies daarom managers die zulke liquiditeitsrisico’s kunnen beheersen.’
 

Zelfs bij grote geopolitieke gebeurtenissen worden effecten doorgaans binnen enkele weken ingeprijsd.

 
Ceva: ‘Het minst liquide deel van de markt bestaat doorgaans uit kleinere, single-B corporate issues. Maar over het geheel genomen is de liquiditeit in EMD beter dan in veel alternatieve asset classes, zoals in private markets.’

Glavan: ‘Liquiditeit is relatief. Het EMuniversum is groter en kent vaak grotere emissies dan US high yield. Bij staatsobligaties zie je dat ETF’s de liquiditeit zelfs verbeteren, hoewel ze ook volatiliteit kunnen toevoegen. Dat is een van de redenen waarom staatsobligaties doorgaans meer liquide zijn: in bedrijfsobligaties zijn minder ETF’s actief.’

Spreads zijn historisch gezien vrij krap. In hoeverre is actief beheer dan nog daadwerkelijk gebaseerd op actieve creditselectie? Moet je je niet meer op beta richten?

Drijkoningen: ‘De vraag is hoe je beta definieert: als leveraged market exposure, of als resultaat van actieve landenselectie. Als een manager beta dynamisch kan inzetten, in opgaande en neergaande markten, kan dat bijdragen aan alphageneratie. Een hogere beta is daarbij te rechtvaardigen op basis van verbeterende fundamentals in veel higher-yielding landen.’

Anne: ‘In grote lijnen ben ik het daarmee eens, maar wij geven doorgaans de voorkeur aan high-quality en een lagere beta. Dat biedt nog steeds voldoende ruimte voor een actieve positionering.’
 

Markten zijn steeds meer nieuwsgedreven, terwijl onderliggende veranderingen jaren nodig hebben om door te werken. Dat creëert een kloof tussen perceptie en realiteit.

 
Nartey: ‘Ook wij hebben die kwaliteitsbias. Vergelijk je emittenten uit ontwikkelde en opkomende markten met dezelfde credit rating, dan zijn de default rates van AAA tot en met single-B grofweg vergelijkbaar. De verschillen treden op in de triple-C bucket en lager, waar in emerging markets defaults vaker voorkomen dan in ontwikkelde markten. Daarom zijn we in dit segment erg selectief. In benchmarkbewuste portefeuilles houden we de beta bovendien binnen een bandbreedte, doorgaans tussen 0,9 en 1,1.’

Ceva: ‘De belangrijkste aanjager voor rendement blijft het maken van de juiste landenkeuzes. Kijk voorbij de benchmark en focus op waar fundamentals verbeteren.’

Benson: ‘Wij zijn een bottom-up, fundamenteel gedreven partij. Je wilt uiteindelijk de obligaties bezitten die je ook echt wilt bezitten. Ons tradingteam, onze analisten en onze portfoliomanagers werken nauw samen om te bepalen of marktbewegingen worden gedreven door positionering, sentiment of structurele factoren. Het is zaak om snel te handelen wanneer kansen zich voordoen.’

Elmi: ‘Met een robuust risk budgeting framework kun je volatiliteit beheersen. Bij frontier of higher-yielding namen, waar vaak de alpha zit, zijn strikte controles nodig op positieomvang, stop losses en risicomaatstaven. In EM, waar handelsvolumes snel kunnen verschuiven, is die discipline essentieel.’

Glavan: ‘Een goed startpunt is het correct meten van risico, niet alleen via spreadduration graadmeters maar ook door te kijken naar de volatiliteit van specifieke obligatieleningen, sectoren en landen. Met limieten voor segmenten, regio’s en sectoren kun je overmatige concentratie vermijden. Diversificatie blijft je belangrijkste bescherming.’

Welke rol zou een local-currency EMD-portefeuille moeten spelen binnen een bredere beleggingsportefeuille?

Thevakarrunai: ‘Veel beleggers kiezen voor blended mandaten met flexibiliteit om zowel in hard currency als in local currency te beleggen. De vraag is of je altijd in lokale valuta moet zitten of alleen wanneer waarderingen aantrekkelijk zijn. Het segment kent veel volatiliteit en de periode na 2010 was uitdagend door de sterke dollar. Beleggen in lokale valuta betekent dat je die volatiliteit moet kunnen accepteren.’

Anne: ‘Local currency EMD is inderdaad een aparte categorie. Terwijl EMD als geheel een strategische allocatie rechtvaardigt, past bij local currency vaak een meer tactische benadering vanwege de invloed van de dollarcyclus. Wij zijn negatief over de Amerikaanse dollar, wat de vooruitzichten voor local debt ondersteunt, ondanks de huidige volatiliteit in het segment. Het is echter geen one-way asset class. Je moet de rentevisie scheiden van de valutavisie en idealiter wil je dat beide visies ondersteunend zijn. Op dit moment bieden delen van Latijns-Amerika die combinatie.’
 

Een marktterugval, gedreven door geopolitieke spanningen, kan een tactische kans zijn om posities opnieuw op te bouwen, omdat instapniveaus aantrekkelijker worden.

 
Drijkoningen: ‘Bekijk local currency niet alleen vanuit het dollarperspectief, maar breder. Vanuit een euro-perspectief is de volatiliteit aanzienlijk lager en de Sharperatio hoger. Obligaties in lokale valuta bieden belangrijke diversificatievoordelen. Met name het Chinese segment heeft op cruciale momenten beleggers een sterke diversificatie geboden.’

Lin: ‘Local currency vervult in feite drie rollen. Ten eerste als een rendementsbron dankzij aantrekkelijke reële rentes in markten als Brazilië en Indonesië. Ten tweede als een diversifier dankzij lokale rentecycli die structureel anders bewegen dan ontwikkelde markten. Ten derde zorgt local currency voor valutadiversificatie, met op de lange termijn potentieel voor appreciatie. Deze combinatie van rendement, risicospreiding en valuta‑exposure is niet eenvoudig te repliceren.’

Is er nog steeds veel belangstelling voor ESG of impact binnen EMD?

Lin: ‘ESG bepaalt niet hoeveel wij alloceren naar opkomende markten. Zodra EMD een onderdeel is van de portefeuille, verwachten we een vergaande ESGintegratie. Aan de impactkant richten wij ons onder meer op contributie en additionaliteit. Bij obligaties in publieke markten is dat effect doorgaans beperkt, bijvoorbeeld bij overtekende green bonds van overheden. De interesse in impact in EM is vaak nog beperkt, hoewel de potentiële impact per geïnvesteerde euro doorgaans hoger is dan in ontwikkelde markten.’

Thevakarrunai: ‘Een verstandige ESGbenadering is om rekening te houden met het ontwikkelingsstadium van een land. Armere landen hebben meer speelruimte nodig, terwijl ESG-eisen terecht strenger worden naarmate landen zich verder ontwikkelen.’
 

Zonder goede governance is het onwaarschijnlijk dat environmental en social outcomes verbeteren.

 
Glavan: ‘De belangstelling voor ESG en impact nam vorig jaar iets af, maar trekt nu weer aan, met name vanuit continentale Europese beleggers. Dat wordt deels gedreven door regulatoire ontwikkelingen. Tegelijk worden beleggers selectiever in wat kwalificeert als een echt duurzame of impactgerichte benadering.’

Elmi: ‘Een puur op uitsluiting gebaseerde benadering beperkt al snel het universum. Daarom prefereren wij een actiever ESGraamwerk, met governance als startpunt. Zonder goede governance is het onwaarschijnlijk dat environmental en social outcomes verbeteren. Als de G zich in de juiste richting ontwikkelt, kun je vervolgens op de E en S gaan beoordelen. Dat zorgt voor een eerlijkere benadering, met name voor landen met lagere inkomensniveaus.’
 

IN HET KORT

EMD wordt steeds meer een structurele bouwsteen in portefeuilles, gericht op rendement en diversificatie.

De discussie verschuift van óf je in EMD moet beleggen naar hóe je het beste in EMD kunt beleggen.

De risicoperceptie blijft hoog, terwijl de fundamentals en default rates juist zijn verbeterd.

Geopolitieke schokken zorgen voor volatiliteit, maar bieden ook instapkansen in EMD.

AI en geopolitiek vergroten de verschillen tussen landen en versterken het belang van actief beheer.

Rendement komt steeds meer uit selectie en carry, nu spreads historisch krap zijn.

Local currency biedt diversificatie en rendementspotentieel, maar vraagt wel acceptatie van de hogere volatiliteit.

Opkomende markten vragen om een andere, meer contextuele ESG-benadering.

   

Sander van der Steeg

Sander van der Steeg is sinds januari 2026 actief als Portfoliomanager bij Mint Tower Capital Management, waar hij verantwoordelijk is voor de beleggingen in emerging markets fixed income. Daarvoor was hij 10 jaar werkzaam bij Shell Asset Management Company. Daar bekleedde hij meest recentelijk de rol van hoofd van het intern beheerde EMD-mandaat. Van der Steeg begon zijn carrière bij APG Asset Management.

  

Benoit Anne

Benoit Anne is Senior Managing Director en Head of Market Insights bij MFS Investment Management, waar hij het market insightsteam leidt en zich richt op fixed income-strategie. Hij trad in 2021 in dienst en is gevestigd in Londen. Eerder werkte hij bij Liberty Mutual, Société Générale en Merrill Lynch. Hij werkte als Econoom bij zowel het Institute of International Finance als het Internationaal Monetair Fonds.

  

Dustin Benson

Dustin Benson is Trader binnen het wereldwijde fixed income-team van Nuveen en sinds 2011 lid van het internationale EMD-team, waar hij verantwoordelijk is voor niet-Amerikaanse kredietmarkten, rente en valuta. Eerder werkte hij als Analist en Portefeuillemanager voor emerging markets en was hij actief bij Black River Asset Management. Hij handelt al sinds 2002 in opkomende markten.

  

Kristin Ceva

Kristin Ceva is Managing Director bij Payden & Rygel, lid van de Investment Policy Committee en Senior Portfolio Manager voor de opkomende markten obligatiestrategieën. Ze spreekt regelmatig op forums en in de media over internationaal beleggen. Ceva heeft een PhD in Politicologie van Stanford en was Fulbright Scholar in Mexico. Ze zit in verschillende nonprofitbesturen en heeft een BBA in Finance van Texas A&M.

  

Rob Drijkoningen

Rob Drijkoningen, Managing Director, trad in 2013 in dienst bij Neuberger. Hij is Head Fixed Income Europe en Co-Head van het EMD-team. Daarvoor werkte Drijkoningen bijna 18 jaar bij ING Investment Management, onder meer als Global Head EMD en Head Multi- Assets. Hij begon zijn carrière bij Nomura en Goldman Sachs en studeerde Macro- Economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

  

Mohammed Elmi

Mohammed Elmi is Senior Portfolio Manager en verantwoordelijk voor portefeuillebeheer en research binnen global fixed income. Hij is Co-Portfoliomanager van de EMDfranchise binnen Federated Hermes, waar hij sinds 2103 werkzaam is, en heeft 25 jaar beleggingservaring. Eerder bekleedde hij functies bij Société Générale, Credit Suisse, Mashreq Capital en Bloomberg. Elmi behaalde een bachelor- en masterdiploma aan de University of London.

  

Rodica Glavan

Rodica Glavan is Head of Corporate Fixed Income voor emerging markets bij Insight en Lead Portfolio Manager voor EM bedrijfsobligatiestrategieën. Sinds 2006 is zij werkzaam bij Insight, na eerdere rollen bij Schroders in Londen en New York. Ze heeft een BBA in Economie en Financiën (University of Alaska Anchorage) en een Investment Management Certificate (CFA UK). Ze spreekt vier talen.

  

Yong Lin

Yong Lin is Portfolio Manager bij Achmea Investment Management, waar hij sinds 2015 verantwoordelijk is voor de selectie en monitoring van externe vermogensbeheerders van vast- rentende waardenportefeuilles. Daarvoor werkte hij ruim vijf jaar bij FactSet Research Systems, waar hij zich specialiseerde in analytische en kwantitatieve producten voor de Benelux-regio. Lin behaalde zijn Master in Finance and Investments aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

  

Naki Nartey

Naki Nartey is Senior Vice President en Productstrategist voor emerging markets bij PIMCO. Ze werkte eerder op het gebied van institutional fixed income sales bij BBVA, waar ze de verkoop van Europese obligaties aan Noord-Amerikaanse accounts managede. Daarvoor was ze Emerging Markets Product Specialist bij JPMorgan Private Bank in New York en bekleedde ze functies in investment sales bij JPMorgan Private Bank, Genève en JP Morgan Investment Bank, Londen.

  

Rickey Thevakarrunai

Rickey Thevakarrunai trad in mei 2023 in dienst bij bfinance als Directeur binnen het public markets-team. Daarvoor werkte hij 10 jaar bij Aberdeen als Senior Investment Analyst, verantwoordelijk voor de selectie van managers voor vastrentende, aan- delen- en multi-asset fondsen. Eerder was hij Associate bij PIMCO, met een focus op portefeuille- en attributieanalyse. Thevakarrunai heeft een BSc Economie van de University of Nottingham.

 

Lees het volledige verslag in Financial Investigator magazine