Pim Rank: Strenge regels voor kredietkopers en kredietservicers
Pim Rank: Strenge regels voor kredietkopers en kredietservicers
Op 18 juli 2025 is de Implementatiewet richtlijn kredietservicers en kredietkopers in werking getreden. Deze wet voorziet in een regelgevend kader voor de overdracht en het beheer van (rechten uit) door banken verstrekte nietrenderende leningen.
Door Prof. Mr. Pim Rank, Advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam en Hoogleraar Financieel Recht aan de Universiteit Leiden.
Van een niet-renderende lening is sprake wanneer zich met betrekking tot het krediet een betalingsachterstand van meer dan 90 dagen voordoet of wanneer het, ongeacht het bestaan van een betalingsachterstand, onwaarschijnlijk is dat de kredietnemer zijn verplichtingen zal nakomen zonder uitwinning van zekerheden. Niet-renderende leningen drukken zwaar op de bankbalans en nopen de banken tot het aanhouden van extra kapitaal. De Richtlijn kredietservicers en kredietkopers (Richtlijn (EU) 2021/2167) strekt ertoe om het volume van niet-renderende leningen op bankbalansen te verkleinen en een toekomstige opeenhoping van dergelijke leningen te voorkomen. Volgens de EU-wetgever is dit essentieel voor de versterking van de bankenunie, om de concurrentie in de banksector te waarborgen, de financiële stabiliteit te behouden en kredietverlening te stimuleren.
De nieuwe regels moeten de overdracht van niet-renderende leningen door banken aan kredietkopers faciliteren en het beheer van dergelijke leningen vergemakkelijken door de inzet van kredietservicers. Een kredietkoper wordt in dit verband gedefinieerd als een partij die, niet zijnde een Nederlandse of Europese bank, in de uitoefening van een beroep of bedrijf (de rechten uit) een nietrenderende kredietovereenkomst koopt. Een kredietservicer is een partij die zich in opdracht van een kredietkoper bezighoudt met het beheer van door de kredietkoper van een bank gekochte niet-renderende kredietovereenkomsten. Tot dit beheer behoort onder meer het in ontvangst nemen van betalingen, het versturen van aanmaningen en het treffen van betalingsregelingen.
Kredietservicers zijn vergunningplichtig en vallen onder het gedragstoezicht. Kredietkopers zijn niet vergunningplichtig, maar moeten wel aan allerlei gedragsregels, en met name aan rapportage- en meldingsverplichtingen, voldoen. Kredietservicers en kredietkopers dienen een overeenkomst te sluiten over het servicen van niet-renderende leningen. Kredietservicers moeten de gelden die zij van kredietnemers ontvangen ten behoeve van een kredietkoper aanhouden op een uitsluitend daarvoor bestemde rekening die van het vermogen van de kredietservicer is afgescheiden. Kredietkopers met zetel in Nederland zijn verplicht om ten aanzien van niet-renderende kredietovereenkomsten met een consument als kredietnemer altijd een kredietservicer of een bank aan te wijzen om het krediet te servicen.
Als gezegd moeten de nieuwe regels de overdracht van niet-renderende leningen door banken aan kredietkopers faciliteren en het beheer van dergelijke leningen vergemakkelijken door de inzet van kredietservicers. Daarmee is mijns inziens moeilijk te rijmen dat kredietservicers – die in Nederland tot de invoering van het nieuwe regime ongereguleerd waren – thans moeten beschikken over een vergunning en onder het gedragstoezicht vallen. Dat kredietkopers onder de nieuwe regels aan allerlei gedragsregels moeten voldoen, helpt ook niet echt mee. Bovendien houden de regels in verregaande mate rekening met de belangen van kredietnemers. De Richtlijn bepaalt in dit verband zelfs dat als algemene regel moet worden gewaarborgd dat kredietnemers na de overdracht van hun kredietovereenkomst van een bank naar een kredietkoper niet slechter af mogen zijn.
Ofschoon ik begrip heb voor de bedoeling van de (Europese) wetgever om met een evenwichtige regeling te komen, denk ik dat de verhandeling van niet-renderende bankleningen meer gediend zou zijn met een regime waarin kredietkopers en kredietservicers niet aan beperkende regels zijn onderworpen en waarin het aan het civiele recht wordt overgelaten om invulling te geven aan de verplichtingen van partijen. Eerder heeft de Hoge Raad in de Promontoriaarresten van 10 juli 2020 al voor een dergelijke lijn gekozen.
Lees het volledige artikel in Financial Investigator magazine