Consolidatie, complexiteit en keuzes richting 2030 (ronde tafel ‘Fiduciair Management in 2030’ – deel 2)

Consolidatie, complexiteit en keuzes richting 2030 (ronde tafel ‘Fiduciair Management in 2030’ – deel 2)

Fiduciair Management Pensioenstelsel

In deel 2 van het rondetafelverslag over Fiduciair Management in 2030 bespreken de deelnemers hoe de Wtp, schaalvergroting en toenemende complexiteit de vraag naar fiduciair management veranderen. Ook komen innovatie, communicatie met deelnemers, alternatieve beleggingen en kosten aan bod als bepalende factoren voor de toekomst van de sector.

Door Hans Amesz

Dit is deel 2 van het verslag. Deel 1 lees je hier en deel 3 lees je hier.

VOORZITTER:

Jeroen van der Put, verschillende pensioenfondsen

 

DEELNEMERS:

Janwillem Engel, Montae & Partners

Jasper Haak, AF Advisors

Carl Kool, BlackRock

Marit Kosmeijer, Sprenkels

Daniël Rijs, DPS

Marcel Roberts, SPMS

Alfred Slager, Vrije Universiteit Amsterdam

 

Is de trend om steeds meer fiduciairs in te zetten?

Engel: ‘Ja, dat heeft te maken met het operating model onder de Wtp, waar je je processen veel strakker moet inrichten om tijdig en in control te blijven. Dat kan met name voor kleinere fondsen problemen opleveren als zij geen fiduciair manager hebben en een deel van het vermogensbeheerproces zelf uitvoeren. Zij moeten dan bijvoorbeeld opeens met strakke tijdslijnen specifieke databestanden kunnen ontvangen, inlezen, verwerken en weer andere databestanden terugsturen. Voor een klein bestuursbureau is dat uitdagend en leidt dit tot risico’s in de beheerste bedrijfsvoering.’

Kool: ‘De wereldwijde trend is onmiskenbaar dat outsourcing en fiduciair management enorm aan het toenemen zijn. Dat heeft vooral te maken met toenemende complexiteit. Er komt allerlei nieuwe regelgeving op ons af, we hebben te maken met zeer volatiele financiële markten, er is veel onzekerheid op geopolitiek gebied, enzovoort. Om daarbij support te krijgen en dat te helpen duiden, kan een fiduciair of outsourcingpartner een nuttige rol vervullen.’

Kosmeijer: ‘De afgelopen twintig jaar zijn veel relatief kleine pensioenfondsen opgenomen in een grotere partij of in een verzekeraar, waar het fiduciair management al sterk aanwezig was. Zo bezien is er een soort natuurlijke stroom van die fondsen richting fiduciair management.’

Hoe ziet de toekomst voor fiduciair management eruit?

Haak: ‘Ik denk dat er verschillende modellen naast elkaar gaan bestaan. In de kern zal er nog steeds sprake zijn van een fiduciair model, maar voor veel minder pensioenfondsen.’

Roberts: ‘We zien natuurlijk dat de PPI’s ermee stoppen. De beroepspensioenfondsen, die nu verschillende fiduciairs hebben, denken erover na of ze niet samen moeten gaan. Er blijven minder klanten over voor hetzelfde aantal fiduciairs.’

Kool: ‘Zowel aan de klantenkant als aan de kant van fiduciaire aanbieders is consolidatie opgetreden. Dat zijn gelijkmatige ontwikkelingen geweest. Maar om succesvol te kunnen blijven als fiduciair manager, moet je blijven innoveren en investeren. Er zijn allerlei nieuwe ontwikkelingen met betrekking tot het nieuwe pensioencontract, de toenemende vraag naar ESG-integratie, enzovoort. Om de noodzakelijke investeringen te kunnen doen, heb je voldoende schaal nodig. Dat is een belangrijke uitdaging voor de fiduciair managers.’

Kosmeijer: ‘Twee jaar geleden had ik een minder rooskleurig toekomstbeeld voor de kleinere fiduciaire managers in Nederland dan nu. Ik denk dat bepaalde trends zich meer zullen voortzetten. Dat bijvoorbeeld ESG iets wordt dat integraal in je fiduciaire advies zit.’

Roberts: ‘Het allerbelangrijkste is de relatie die de klant met de fiduciair manager heeft: of het klikt of niet. De spreekwoordelijke menselijke kant wordt, vind ik, enorm onderschat. Fiduciair management betekent vertrouwen, en dat heb je in mensen, niet in organisaties.’

Kool: ‘Een belangrijk onderscheidend element van fiduciair managers is dat ze toegang bieden tot de kapitaalmarkten. Dat kan een heleboel schelen, ook in bijvoorbeeld de fees die je kunt uitonderhandelen en de specifieke voorwaarden die je met partijen kunt afspreken.’

Engel: ‘Dat is inderdaad een factor waar wij gedurende selectietrajecten enig inzicht in proberen te verschaffen. We vragen de verschillende fiduciair managers wat hun inschatting is van de kostenbesparing die zij denken te kunnen realiseren wanneer zij het beheer van de bestaande portefeuille over zouden nemen. Dan zie je vaak echt wel verschillen in de inkoopkracht van de verschillende fiduciair managers.’

Slager: ‘Ik denk dat fiduciair management een steeds moeilijkere markt wordt, omdat pensioenfondsen de taken overnemen. Het aantal fondsen neemt af, ze nemen toe in schaal, en daarmee groeien vervolgens de bestuursbureaus. Deze nemen steeds meer beleidsvoorbereidende taken over en ze worden ook actiever in selectie en sturing van de portefeuille. Ergens is er dan een laag te veel in de governance.’

Wat valt er te zeggen over de toekomstige communicatie?

Haak: ‘Ik merk dat een aantal pensioenfondsen gaat nadenken over hoe ver ze moeten gaan in het bedienen van de deelnemers, ook gezien het nieuwe stelsel. Er zal niet opeens een explosie zijn van mensen die opeens wel geïnteresseerd zijn in pensioen, hoe jammer dat eigenlijk ook is. Er moet nog heel veel op het gebied van deelnemerscommunicatie gaan veranderen en dat is ook mogelijk.’

Slager: ‘Ik zie hier ruimte voor innovatie. De meeste fondsen stellen communicatie en deelnemers centraal, en dat is vervolgens moeizaam in te passen in het beleggingsproces, of in de rol van de fiduciaire manager. Fondsen die deelnemers en communicatie centraal stellen, komen vast tot een andere inrichting van beleggingskeuzes en proces, en zijn zo herkenbaar en aansprekend. Maar er wordt veel aan het bekende beleggingsproces vastgehouden. Een innovatieve fiduciair zou hier toch iets mee moeten kunnen?’

Zullen alternatieve beleggingen zoals private equity, infrastructuur en vastgoed een grotere rol gaan spelen in pensioenbeleggingen?

Engel: ‘In het nieuwe stelsel, waar toezichtregels met betrekking tot het vereiste eigen vermogen worden verruimd, ontstaat meer ruimte voor complexere en illiquide producten, die in het huidige stelsel veelal een hoog solvabiliteitsbeslag kennen. Tegelijkertijd zijn er ook fondsen die afscheid nemen van complexe producten omdat ze het niet kunnen uitleggen aan hun deelnemers. Daar is sprake van een spagaat. Op het moment dat het misgaat, moet je wel uitleggen waarom je in moeilijk te begrijpen beleggingen zit met vaak een vrij hoge kostenstructuur.’

Roberts: ‘Wij hebben ooit een adviseur gehad die zei: je moet de beleggingen zo simpel mogelijk maken en zo complex als nodig. Dat was gericht aan bestuursleden die misschien niet van alle ins en outs op de hoogte waren.’

Kool: ‘De kwaliteit en de professionaliteit van pensioenfondsbesturen is de afgelopen tien jaar enorm toegenomen. Wat betreft de complexiteit van beleggingsproducten: die moet je ook balanceren tegen de potentiële pluspunten. De reden waarom er steeds complexere producten in de portefeuille komen, is namelijk dat er grote voordelen aan zitten in termen van rendement en de diversificatie die je ermee kunt aanbrengen, alsmede in het realiseren van je ESG-doelstellingen. Een belangrijke trend zijn impactinvesteringen, en impact zit met name aan de private kant. Het gaat er ook om actiever en dynamischer in te kunnen spelen op volatiele marktontwikkelingen. Maar alles moet natuurlijk wel passen bij de beleggingsbeginselen.’

Kosmeijer: ‘Ik denk dat je nooit een portefeuille moet aanhouden die je zelf niet kan uitleggen. Maar dat betekent niet dat je geen complexe portefeuille kan samenstellen die past bij de beleggingsbeginselen en de deelnemers. Het doel van veel complexe producten is immers in de kern niet zo moeilijk uit te leggen.’

Haak: ‘Alle beleggingscategorieën zijn in zekere zin complex en moeilijk uitlegbaar. Daarom zijn een goede fiduciair manager en goede pensioenfondsbestuurders belangrijk om dingen te kunnen uitleggen.’

Rijs: ‘Ik denk wel dat er een verschil is onder de Wtp. Deelnemers hebben onder de nieuwe regeling weinig handelingsperspectief. Ze kunnen daar niet op acteren, anders dan met een privévermogen. Het is natuurlijk wel zo dat resultaten veel directer in hun pensioen terug gaan komen. Ik kan me wel voorstellen dat er vaker dan vroeger vragen komen over waar hun pensioengeld effectief in belegd is. Transparantie en begrip over waarin belegd wordt, is en blijft van groot belang. Het pensioenfondsbestuur moet uiteindelijk wel de hoofdrisico’s en de return drivers kennen van de producten waarin belegd is en dat kunnen uitleggen aan de deelnemers.’

Slager: ‘Alternatieve beleggingen is waar fiduciair managers mijns inziens waarde kunnen bieden, door gespecialiseerde platformen in te richten om zowel expertise als keuze te bundelen. Als het de moeite waard is om de doelen te halen voor de deelnemers en het spreekt ze aan, dan mag een bestuur zich best uitdagen om verder te kijken dan het stickertje ‘complex’. Daar kan een fiduciair bij helpen.’

Spelen kosten een belangrijke rol?

Haak: ‘Je moet goed nadenken over welke kosten je het hebt. Als kosten geen aparte dimensie zijn – zoals bijvoorbeeld bonussen, waar soms ophef over ontstaat – maar onderdeel van het rendement, dan vormen ze niet echt een probleem.’

Kool: ‘Daar ben ik het mee eens, want uiteindelijk gaat het om nettorendement. Je kunt om diversificatie- of andere redenen gaan beleggen in private equity of hedge funds. Dat zijn relatief dure beleggingscategorieën, maar daar staat een naar verwachting hoger rendement tegenover. Veel pensioenfondsen, die al jaren in private equity of hedgefunds zitten, zijn daar dan ook tevreden over. Een en ander moet natuurlijk wel passen bij de beleggingsbeginselen.’

Kosmeijer: ‘Beleggingsprofessionals begrijpen dit, maar mensen die weinig van de beleggingswereld weten, zullen een naar gevoel krijgen als zij geconfronteerd worden met de hoge kosten van bepaalde beleggingscategorieën. Dat moet wel gezegd worden.’

 

Jeroen van der Put

Jeroen van der Put is bestuurder bij verschillende pensioenfondsen, waaronder Centraal Beheer APF. Daarnaast is hij bestuursvoorzitter van de VBDO, adviseur van beleggingscommissies en adviseur van de Monitoringcommissie Code Pensioenfondsen. Eerder vervulde hij diverse directie- en toezichtrollen bij pensioenfondsen, zorginstellingen en beleggingsorganisaties, en was hij voorzitter van commissie risicomanagement van de Pensioenfederatie.

 

Janwillem Engel

Janwillem Engel is sinds 2016 als Lead Investment Consultant bij Montae & Partners onder meer verantwoordelijk voor het begeleiden van pensioenfondsen bij de selectie en evaluatie van fiduciair managers, het bijhouden van ontwikkelingen in de fiduciaire markt, en het onderhouden van contacten met aanbieders van deze dienstverlening. Engel is gediplomeerd bedrijfswiskundige en werkte eerder 15 jaar als Strategisch Adviseur bij Cardano.

 

Jasper Haak

Jasper Haak is Managing Partner bij AF Advisors. Na managementfuncties te hebben bekleed bij Robeco, adviseert hij reeds sinds 2008 senior management in de financiële sector. Hij combineert strategisch inzicht met een diepgaande kennis van financiële markten. Haak heeft een MBA van London Business School, is CAIA-charterholder en gecertificeerd Financial Risk Manager.

 

Carl Kool

Carl Kool is Hoofd Fiduciair Medededanagement Nederland bij BlackRock, waar hij sinds 2011 werkzaam is. Daarvoor was hij Hoofd Strategy & Research bij Doctors Pension Funds Services (DPFS). Eerder werkte hij onder meer bij ING en Robeco/IRIS. Kool is afgestudeerd in Economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en is CFA-charterholder.

 

Marit Kosmeijer

Marit Kosmeijer is Director Investments en Actuariaat bij Sprenkels. Ze ging in 2018 voor het eerst bij Sprenkels van start en is daar, na tussentijds een aantal jaar in de Private Equity-sector te hebben gewerkt, in 2023 teruggekeerd. Kosmeijer is adviserend actuaris, beleggingsadviseur en adviseur in de pensioentransitie. Ze is Actuaris AG (AAG) en heeft Financiële Econometrie gestudeerd aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

 

Daniël Rijs

Daniël Rijs is Senior Investment Manager bij pensioenuitvoerder DPS. Hij is sinds 2012 medeverantwoordelijk voor de strategische beleidsadvisering voor het beleggingsbeleid. Hij heeft bijna 30 jaar ervaring in institutioneel portefeuillebeheer en fiduciair management. Rijs heeft Econometrie gestudeerd in Tilburg en is in 1997 bij DPS begonnen als Portfoliomanager Vastrentende Waarden en ALM-adviseur.

 

Marcel Roberts

Marcel Roberts is een ervaren Chief Investment Officer met meer dan 25 jaar ervaring in institutioneel vermogensbeheer. Hij vervult en vervulde diverse rollen als CIO, voorzitter en lid van beleggings- en visitatiecommissies bij pensioenfondsen. Zijn expertise ligt in strategisch beleggingsbeleid, asset allocatie, risicomanagement en governance binnen complexe pensioenorganisaties.

 

Alfred Slager

Alfred Slager is Hoogleraar Institutionele Beleggingen aan de Vrije Universiteit Amsterdam, en niet-uitvoerend bestuurder bij pensioenfonds ABP. Hij is verder lid van verschillende beleggings(advies) commissies. In eerdere rollen was hij bestuurder, beleggingsstrateeg en vermogensbeheerder. Hij publiceert onder meer over investment governance, langetermijnbeleggen en duurzaamheid.

 

Lees het verslag in Financial Investigator magazine

 

Bijlagen