Harry Geels: Bestaat het neoliberalisme überhaupt nog wel?
Harry Geels: Bestaat het neoliberalisme überhaupt nog wel?
Door Harry Geels
Veel criticasters van het huidige politiek-economische systeem schrijven de nare gevolgen toe aan het neoliberalisme. Dit ‘systeem’ bestaat echter niet, als het al heeft ooit bestaan. De criticasters maken zich schuldig aan een stroman-redenering.
Het neoliberalisme ontstond halverwege de twintigste eeuw, toen economen als Friedrich Hayek en later Milton Friedman reageerden op de dominantie van het Keynesianisme en de toename van staatsinterventie. Hun ideeën vonden een vroeg institutioneel podium in de Mont Pèlerin Society (1947), waar denkers de heruitvinding van het klassieke liberalisme vormgaven in een tijd die werd gekenmerkt door economische instabiliteit en totalitaire dreiging.
Toch bleef het neoliberalisme tientallen jaren vooral een intellectuele stroming, totdat het rond 1978–1980 een politieke doorbraak beleefde. Wereldleiders als Margaret Thatcher en Ronald Reagan grepen de ideeën aan om grootschalige hervormingen door te voeren: privatisering, deregulering, bezuinigingen en het terugdringen van vakbondsmacht. In diezelfde periode vond ook in China een marktwending plaats onder Deng Xiaoping, wat wereldwijd momentum creëerde.
De oude neoliberale fundamenten zijn vrijwel geheel ingestort
Het neoliberalisme heeft, toen het uiteindelijk algemeen werd omarmd, gezorgd voor nieuwe economische politiek. Het zorgde ervoor dat we de rampzalige periode van de jaren zeventig, met grote werkloosheid, torenhoge inflatie, rente en hoge belastingtarieven (het VK had zelfs een topmarginaal tarief van de inkomstenbelasting van 92%), achter ons konden laten. Er volgden twee decennia van hoge economische groei en toenemende welvaart. Maar begin van deze eeuw werden de kaarten anders gelegd.
Mede door zwakke anti-mededingingsregels en twee beurscrises verdween het neoliberalisme gestaag naar de achtergrond. Grofweg kent het neoliberalisme zes hoofdprincipes: 1) vrije markten en onderlinge concurrentie, 2) beperkte rol overheid en fiscale disciplinering, 3) privatisering, 4) vrijhandel, 5) flexibele arbeidsmarkten en 6) individuele verantwoordelijkheid. Een grote afwijking betreft het ontstaan van oligopolies, waardoor onderlinge concurrentie onder druk is komen te staan.
Vooral de overheid groeit en groeit
Overheden grepen de crises aan om macht naar zich toe te trekken. Er ontstond een klimaat waarin men meende dat iedereen – en vooral de grote bedrijven – bij iedere crisis gered moest worden. Fiscale overheidsdiscipline verdween. Vrijhandel is sinds 2014 onder druk komen te staan, vooral na Corona. Individuele verantwoordelijkheid is ook opgeofferd. Vrij naar professor Arnoud Boot hebben we een zonnebloemmaatschappij gekregen, waarbij iedereen – als een zonnebloem die naar het licht groeit – naar de overheid kijkt.
Hoe groot de verschillende overheden inmiddels zijn, uitgedrukt als overheidsuitgaven van het bbp, is te zien in Figuur 1. Bij diverse landen beslaat de overheid al meer dan de helft van het bbp. Dat kan je onmogelijk nog neoliberale landen noemen. Sommige libertariërs spreken bij een overheid die groter is dan 15% van het bbp al van een socialistisch systeem. Mark Rutte noemde Nederland ooit eens (terecht) een ‘diep socialistisch land’. De VS nadert overigens ook al rap de 40%-grens.
Figuur 1

Socialisten hanteren stroman-redenering
In het in 2019 gepubliceerde boek Bij het scheiden van de markt schrijft voormalig minister van defensie en fractievoorzitter van de VVD Frits Bolkestein dat er geen goede definitie van het neoliberalisme bestaat: ‘Het vervelende is alleen dat niemand mij kan vertellen wat het neoliberalisme precies is. Ik ken ook niemand die zich neoliberaal noemt.’ Volgens Bolkestein is neoliberalisme vooral een label dat de tegenstanders van het huidige beleid gebruiken om hun ongenoegen over bijvoorbeeld ongelijkheid te uiten.
Het is inderdaad een vaak toegepaste strategie, het creëren van een vijand om je eigen punt te maken. Socialisten en neocommunisten doen dat door zich af te zetten tegen het huidige systeem. Soms richten ze hun pijlen op het kapitalisme, soms spreken ze van neoliberalisme. Maar dit is de bekende stroman-redenering: er wordt een verzonnen, verouderde of sterk vervormde tegenstander (een stroman) gecreëerd, omdat die makkelijker te verslaan is dan de echte, huidige tegenstander.
De huidige tegenstander is echter niet het neoliberalisme of het kapitalisme, want die bestaan (beiden) niet meer. Het huidige systeem is een ongezonde mix van marktmacht en een te grote overheid. Ik zou dit zelf eerder socialistisch dan kapitalistisch noemen, ofwel Corporate Socialism. Kortom, het neoliberalisme bestaat vooral nog als politieke fictie, een stroman die nuttig is voor critici, maar weinig zegt over het werkelijke systeem waarin we leven.
Dit artikel bevat een persoonlijke opinie van Harry Geels