Harry Geels: Hoe ontmantelen we de polarisatie-industrie?

Harry Geels: Hoe ontmantelen we de polarisatie-industrie?

Politiek

Door Harry Geels

Polarisatie wordt vaak gezien als een ideologisch probleem. Maar voor sommigen is het ook een businessmodel, dat gedijt bij een gebrek aan persoonlijke diepgang.

Recent toonaangevend onderzoek wijst uit dat polarisatie inmiddels geen randverschijnsel meer is, maar een structureel kenmerk van onze maatschappij. Een studie in Nature (2024) toont aan dat ‘affectieve polarisatie’ — het emotioneel wantrouwen en de afkeer tussen groepen — zich niet alleen uit langs ideologische lijnen, maar ingebed raakt in netwerken zelf: hoe groter de sociale afstand, hoe extremer de emoties waarmee mensen reageren op elkaar en op dezelfde informatie.

Polarisatie blijkt daarmee geen kwestie van inhoudelijk meningsverschil, maar van emotionele synchronisatie binnen groepen, versterkt door digitale media en algoritmes die verontwaardiging en betrokkenheid belonen. Tegelijkertijd laat onderzoek in PNAS Nexus zien dat mensen systematisch onderschatten hoe negatief hun eigen groep over ‘de ander’ denkt, een cognitieve vertekening die affectieve polarisatie verder aanjaagt en die moeilijk te corrigeren is met louter feiten of argumenten.

Polarisatie is een businessmodel

In ‘Little Fires Everywhere’ van Allianz Research wordt polarisatie benoemd als een economische risicofactor die vertrouwen in instituties ondermijnt, sociale onrust vergroot, en onzekerheid voor markten en investeringen verhoogt. Conflict en framing renderen op microniveau, maar zijn op macroniveau juist een kostenpost. Het WEF trekt deze lijn door in zijn Global Risks Report 2025: ‘Maatschappelijke polarisatie belemmert collectieve besluitvorming en samenwerking in een wereld die steeds complexer wordt.’

Kortom, in de ‘aandachtseconomie’ loont polarisatie. Niet omdat mensen per definitie slecht zijn, maar omdat sterke emoties nu eenmaal meer aandacht trekken dan nuance. Voor mediaplatforms betekent dat: meer clicks, meer kijktijd, hogere advertentiewaarde. Voor politieke en activistische bewegingen betekent het scherpere profilering, trouwe achterbannen, meer donaties. In ons ecosysteem is framing geen bijzaak, maar een structurele prikkel die ingebakken zit in algoritmes, financieringsmodellen en campagnelogica.

Hoe kan deze polarisatie worden tegengegaan? Hieronder een aanzet voor drie oplossingen.

Oplossing 1: Intellectuele oefeningen in grijstinten

De meeste maatschappelijke vraagstukken – van migratie tot marktregulering, van klimaat tot technologische innovatie – kennen onvermijdelijk grijstinten. Toch worden zij in het publieke debat vaak gereduceerd tot tegenstellingen op kampen (voor en tegen), omdat dat eenvoudiger communiceert en beter mobiliseert. Die vereenvoudiging is verleidelijk, maar intellectueel armoedig. In het klimaatdebat bijvoorbeeld houdt ongeveer tweederde van de mensen er een genuanceerde mening op na (zie Figuur 1).

Figuur 1: Politieke positie van de Amerikanen over de opwarming van de aarde

Bron: Think Again, Adam Grant

Adam Grant laat in zijn boek Think Again zien dat mensen die hun standpunten nuanceren en onzekerheid benoemen – denk aan formuleringen als ‘voor zover we nu weten’ of ‘onder deze aannames’ – door anderen als intelligenter, zorgvuldiger en betrouwbaarder worden gezien. En vice versa: mensen die polariserende termen gebruiken, worden (impliciet) als minder intelligent gezien. Activisten bereiken daarom vaak het tegendeel. Meer in grijstinten denken zou dus behulpzaam zijn.

Oplossing 2: transcendentale ervaringen

De neiging tot polarisatie kan ook op een dieperliggend psychologisch probleem wijzen. Eeuwenlang waren er, religieus of seculier, praktijken die mensen hielpen zichzelf tijdelijk te relativeren: stilte, contemplatie, rituelen, natuurervaring, verwondering, dankbaarheid. Het ego staat dan niet centraal, het blikveld wordt verruimd. De laatste decennia heeft de maatschappij ingezet op zelfexpressie en identiteit en veel minder op het overstijgen daarvan. De mens wordt dan poreus en zoekt heil in uitersten.

Wetenschappelijk gezien zijn transcendentale ervaringen geen zweverige gedachten. Onderzoek naar dergelijke ervaringen laat zien dat ze emotionele reactiviteit verminderen, het wij/zij-denken verzachten en cognitieve flexibiliteit vergroten. Mensen reageren minder extreem, verdragen ambiguïteit beter en zijn minder geneigd tegenstanders te demoniseren. Ze denken vaker in grijstinten. Met andere woorden, polarisatie is dan geen denkprobleem, maar een ervaringsprobleem.

Oplossing 3: Respect voor anderen en instituties

Het bijzondere is dat zelf‑overstijgende ervaringen niet alleen dempend werken op polarisatie, maar ook opbouwend zijn voor sociaal en institutioneel vertrouwen. Ze vergroten het vermogen verschillen te verdragen zonder het onmiddellijk te hoeven beslechten. Wie zichzelf af en toe ervaart als onderdeel van een groter geheel, hoeft minder energie te steken in het verdedigen van het eigen gelijk en kan gemakkelijker luisteren zonder verlies van autonomie.

Dat vertaalt zich in respect: voor de ander als moreel actor en voor instituties als gezamenlijke constructies die imperfect zijn, maar dragend. In die zin zijn transcendentale ervaringen geen vlucht uit de wereld, maar een training in meervoudig perspectief, een innerlijke oefening die paradoxaal denken stimuleert en pluralisme leefbaar maakt. Ze leveren geen antwoorden, maar iets waardevollers: de innerlijke ruimte om met antwoorden van anderen te kunnen leven.

Tot slot: nuancering als ‘businessmodel’

Deze column is geen pleidooi tegen engagement of overtuiging. Morele helderheid heeft haar plaats. Ongelijkheid en onrecht vragen soms om scherpe taal. Maar zonder oefening in perspectief krijgen we al snel te maken met schadelijke polarisatie. In een wereld die leeft van framing, wordt nuance een daad van verzet. Nuance kan zelfs een businessmodel worden. Ik heb bijvoorbeeld zelf ervaren dat polarisatoren door nuance heel ongemakkelijk kunnen worden.

Als iemand stelt dat het kapitalisme de hoofdoorzaak is van alle crises (ongelijkheid, klimaat, et cetera) laat dan bijvoorbeeld zien dat er wel tien vormen van kapitalisme zijn, en dat de meeste, ook ons huidige systeem, die term niet eens verdienen. Of als iemand mensen met een andere politieke visie dan de zijne extreemrechts of fascist noemt, laat dan zien dat politiek geen links-rechtsframe is en dat partijen socialistisch én conservatief, of libertair én sociaal tegelijkertijd kunnen zijn.

Tot slot, Adam Grant haalt in Think Again een van de populairste presidenten van de VS aller tijden aan, Franklin Roosevelt. Hij was zó populair, dat hij driemaal werd herkozen en de Amerikaanse wet werd aangepast zodat een president maximaal tweemaal president mag zijn. Hij hanteerde publiekelijk expliciet en herhaaldelijk het leiderschapsprincipe van onzekerheid, experimenteren en bijstellen (Grant noemt ‘persistent experimentation’ tegenwoordig een ‘character skill’ die door veel succesvolle mensen wordt gebruikt).

‘The country needs and, unless I mistake its temper, the country demands bold, persistent experimentation. It is common sense to take a method and try it:
If it fails, admit it frankly and try another. But above all, try something.’

Franklin D. Roosevelt, 1932

 

Dit artikel bevat een persoonlijke opinie van Harry Geels