Danny Dieleman: Eén lening, twee verschillende kapitaalseisen

Danny Dieleman: Eén lening, twee verschillende kapitaalseisen

Wet- en regelgeving Verzekeraars Banken

Door Danny Dieleman, Wholesale Banking Director Capital Treasury, ING

Private credit groeit snel en banken krijgen daarnaast steeds vaker concurrentie van verzekeraars en alternatieve kredietverstrekkers. Opvallend is dat banken en verzekeraars een andere kapitaalseis hebben voor dezelfde lening. Dat roept de vraag op hoe dit mogelijk is. Is dit een weeffout, of is het juist slim ontworpen?

Banken en verzekeraars zijn beide spelers in het financiële systeem, maar hun kernactiviteiten zijn totaal anders.

Banken halen geld op bij spaarders en lenen dat uit aan bedrijven en huishoudens. Hun klanten kunnen (spaar)geld direct opnemen, terwijl de leningen juist een lange looptijd hebben en niet tussendoor door de bank kunnen worden opgevraagd. Hierdoor loopt een bank liquiditeitsrisico. Als veel klanten tegelijk hun geld willen terughalen, kan een bank in de problemen komen. Dat zagen we bijvoorbeeld nog onlangs bij de val van Silicon Valley Bank.

Verzekeraars werken daarentegen vooral op basis van langlopende verplichtingen. Ze ontvangen premies en keren vaak pas jaren later schades of levensuitkeringen uit. Hun verplichtingen zijn stabiel en kunnen niet zomaar worden ‘opgevraagd’. Een verzekeraar heeft dan ook nooit last van een bankrun.

Deze verschillen hebben tot gevolg dat de balansen van banken en verzekeraars verschillende samenstellingen hebben. Figuur 1 illustreert een aantal van deze verschillen voor de grootste Europese banken en verzekeraars, gebaseerd op de jaarverslagen van 2024.

Figuur 1

De volgende dingen vallen op in de tabel:

  • Banken zijn vele malen groter dan verzekeraars
  • Banken hebben een veel grotere leverage
  • De duratie van de verplichtingen is voor banken vele malen korter dan voor verzekeraars

 
Verschillende regels horen bij verschillende risico’s

Door de uiteenlopende rollen in de economie en de verschillende samenstellingen van de balans, hebben banken en verzekeraars verschillende toezichtregels.

Voor banken geldt in Europa de CRR-regelgeving (gebaseerd op Basel III). Kredietrisico gaat daarbij vooral over de kans dat een klant niet terugbetaalt. De kapitaaleis is afhankelijk van het soort klant of de kwaliteit van de onderliggende zekerheden.

Voor verzekeraars geldt Solvency II. Daar wordt een lening gewaardeerd op marktwaarde en gelden er kapitaaleisen voor zowel kredietrisico als voor schommelingen in de waardering van de assets. De looptijd is hierbij heel belangrijk. Hoe langer de lening, hoe groter de veranderlijkheid in waarde.

Figuur 2 laat de kapitaalseisen zien voor banken en verzekeraars voor leningen met een externe rating op basis van de standaardformules in de CRR en Sovency II (dus niet op basis van interne modellen). Hieruit blijkt duidelijk dat de kapitaalseisen voor banken en verzekeraars niet hetzelfde zijn. Voor banken zijn de kapitaalseisen onafhankelijk van de looptijd van de lening, terwijl voor verzekeraars de kapitaalseisen toenemen met de looptijd.

Figuur 2

Dit lijkt tegenstrijdig te zijn met de lange looptijd van de verplichtingen van de verzekeraars. Wat hier echter nog niet wordt meegenomen, zijn de diversificatievoordelen die verzekeraars krijgen. Daarnaast dempt Solvency II het spreadrisico, omdat niet alle spreadrisico’s relevant zijn.

Spreiding maakt alles anders

Verzekeraars mogen kapitaalvoordelen meenemen doordat niet alle risico’s tegelijk zullen optreden. De wetgever schrijft zelfs formules voor die deze diversificatievoordelen berekenen. Dat kan de totale kapitaalseis flink verlagen, soms wel met 30% à 40%.

Bij banken, daarentegen, wordt diversificatie slechts zeer beperkt meegerekend. Onder de standaardregels worden individuele risicogetallen zelfs simpel bij elkaar opgeteld.

Het resultaat: voor leningen tot drie à vier jaar looptijd kan een verzekeraar juist méér ruimte hebben op de balans dan een bank. Voor hele lange leningen loopt de kapitaalseis weer op.

Arbitrage of slimme architectuur?

Soms wordt gedacht dat partijen simpelweg gebruikmaken van verschillen in regels om kapitaal te besparen – regulatory arbitrage – maar dat is te kort door de bocht.

Op leningniveau is er géén sprake van arbitrage: als een krediet niet wordt terugbetaald, zullen zowel banken als verzekeraars hetzelfde economische verlies leiden. Dit loopt alleen via een andere boekhoudroute. Voor banken lopen de verliezen via de voorzieningen en voor verzekeraars via een reductie in de marktwaarde van de lening.

Het kapitaal dat banken en verzekeraars aanhouden is bedoeld als buffer voor verliezen op portefeuilleniveau. Deze buffers beschermen spaarders en polishouders en moeten dus passen bij de krediet- en investeringsactiviteiten van de instellingen, alsmede bij de looptijden van de verplichtingen.

Dat er dus verschillen in kapitaalseisen zijn tussen banken en verzekeraars is volkomen logisch en zeker geen arbitrage. Regulatory arbitrage bestaat wel, maar daar is pas sprake van als transacties zodanig worden gestructureerd dat er een lagere kapitaalseis wordt bereikt, zonder dat het risico daarbij afneemt of verdwijnt.

Wat betekent dit voor financiële markten?

De verschillen in kapitaalseisen tussen banken en verzekeraars creëren kansen voor samenwerking.

  • Wie moet de houder van een specifieke lening zijn?
    Leningen met voorspelbare geldstromen passen beter bij verzekeraars, flexibele faciliteiten bij banken.
  • Hebben banken en verzekeraars op dit moment de juiste leningen?

De huidige manier van leningen structureren is wellicht niet optimaal, maar door een partnership tussen een bank en verzekeraar is er meer mogelijk qua structurering.  

  • Slim structureren kan iedereen helpen
    Denk aan tranches of op maat gemaakte looptijden die aansluiten bij kapitaal- én liquiditeitsbehoeften.
  • Past het in de beleggingsmix?

Passen illiquide leningen binnen de risk-appetite van de verzekeraar?

  • Capaciteit en expertise zijn cruciaal
    Verzekeraars moeten de juiste kennis hebben om krediet te kunnen beoordelen en te kunnen beheren gedurende de hele looptijd van de lening. Mocht deze kennis niet aanwezig zijn, dan zal dit uitbesteed moeten worden aan een asset manager.

Conclusie

Het is geen weeffout in het systeem dat een lening op een bankbalans anders wordt behandeld dan op de balans van een verzekeraar. Het is juist een bewuste keuze in het ontwerp van ons financiële stelsel. En wanneer beide partijen hun sterke punten benutten, kan dat leiden tot betere financiering voor de echte economie.

 

Meer lezen over dit onderwerp? Dat kan hier: Substack-Smart-by-design-or-Flaw-in-the-Design

 

Disclaimer
De ideeën en meningen in dit artikel zijn van mijzelf en niet die van mijn werkgever. Ik schrijf deze blog puur ter informatie, omdat ik het onderwerp interessant vind en hoop dat ik anderen ermee kan inspireren. Het is dus geen beleggingsadvies. Doe altijd je eigen onderzoek voordat je beslist om ergens wel of niet in te beleggen.