Schroders: Wat brengt AI in 2026?

Schroders: Wat brengt AI in 2026?

Vooruitzichten Artificial Intelligence

Kunstmatige intelligentie (AI) is niet meer weg te denken uit de financiële markten. Maar staat de wereld aan de vooravond van een technologische doorbraak, of juist van een bubbel die dreigt uiteen te spatten?

David Rees, senior econoom bij Schroders schetst twee mogelijke scenario's voor 2026: een revolutionaire ‘AI Boom’, of een recessieve ‘AI Bust’. Zijn analyse laat zien hoe beide scenario’s kunnen ontstaan, en vooral wat de gevolgen zijn voor economie, markten en beleid.

Twee scenario’s, één startpunt

In beide scenario’s gaat Schroders uit van een solide macro-economische basis in 2026. De grote techreuzen, de hyperscalers, blijven miljarden investeren in datacenters en rekenkracht, en dat ondersteunt de beurzen. Maar laat in 2026 komt een kantelpunt: de markt begint te twijfelen of AI-bedrijven hun investeringen wel voldoende kunnen verzilveren. Op dat moment splitst de toekomst zich in twee richtingen: een ‘AI Boom’ of een ‘AI Bust’.

'AI Bust': van hype naar terugslag

In het 'AI Bust'-scenario spat de bubbel uiteen. Zodra duidelijk wordt dat bedrijven hun AI-investeringen niet te gelde kunnen maken, worden kapitaalinvesteringen geschrapt. Volgens Schroders kan een investeringsrecessie ontstaan die lijkt op de nasleep van de dotcombubbel begin jaren 2000.

Daling van beurskoersen, oplopende werkloosheid en verslechterend sentiment zouden de VS in een milde recessie kunnen duwen. De vraag neemt af, capaciteit komt vrij, en dat geeft de Federal Reserve ruimte om de rente onder het neutrale niveau te verlagen.

Met steun van extra overheidsuitgaven kan daarna een herstel volgen, gedragen door de consument. Aandelenmarkten zouden in deze fase weer aantrekken, maar met bredere marktparticipatie en nieuwe sectoren die het voortouw nemen.

'AI Boom': een technologische sprong vooruit

In het 'AI Boom'-scenario gaan de ontwikkelingen aanzienlijk sneller. Een korte adempauze na de marktcorrectie maakt plaats voor een explosieve investeringsgolf. Bedrijven versnellen massaal de uitrol van AI-infrastructuur, autonome systemen en robotica, omdat wordt bewezen dat AI daadwerkelijk transformerend én winstgevend is.

Het resultaat: sterke economische groei in de VS en een productiviteitsstijging naar niveaus die sinds de dotcomjaren niet zijn gezien. Maar zo’n technologische sprong heeft ook een keerzijde. Door vervanging van arbeid door technologie stijgt de werkloosheid. Dat drukt het consumptiepotentieel, waardoor de groei tweeslachtig wordt.

Inflatie: deflatie hier, inflatie daar

In het 'AI Boom'-scenario ontstaat een opmerkelijk inflatiebeeld. Dalende werkgelegenheid en afzwakkende inkomens drukken de prijzen in diensten en huisvesting. Ook efficiëntere AI-toepassingen verlagen kosten in veel sectoren.

Tegelijkertijd kan de enorme vraag naar AI-hardware, robotica en datacenters juist leiden tot prijsstijgingen in goederenmarkten. Vooral energie vormt een risico: datacenters verbruiken enorme hoeveelheden elektriciteit, waarvan in de VS circa de helft door aardgascentrales wordt opgewekt.

Beleidsmakers komen in een lastig parket

Beide scenario’s plaatsen beleidsmakers voor grote uitdagingen. In het 'AI Boom'-scenario leiden stijgende ontslagen en dalende inflatie tot snelle renteverlagingen. Maar de structurele verschuiving naar kapitaalintensieve productie zet de overheidsfinanciën onder druk.

Zo’n 75% van de Amerikaanse belastinginkomsten komt nu uit arbeid, terwijl bedrijven slechts een kwart bijdragen. Als AI banen verdringt, zal de politiek nieuwe manieren moeten vinden om inkomsten te genereren. Tegelijkertijd stijgt de druk op sociale voorzieningen. De centrale vraag wordt dan: laten beleidsmakers een ongeremde AI-adoptie überhaupt toe, wanneer die de arbeidsmarkt ontwricht?

Wat betekent dit voor beleggers?

De economische scenario’s maken duidelijk dat beleggers alert moeten blijven. Zowel economische groei als een recessie zijn plausibel. Monitoring van investeringsstromen, arbeidsmarktdynamiek, winstgevendheid van AI-bedrijven en energieprijzen wordt cruciaal om te bepalen welk pad realistischer wordt. Volgens Schroders ligt het grootste risico niet in een ‘boom' of ‘bust', maar in zelfgenoegzaamheid: het onderschatten van de snelheid waarmee AI de economie kan versterken of ontwrichten.