Pim Rank: Terugvordering van girale betaling door curator - eenvoudig is anders

Pim Rank: Terugvordering van girale betaling door curator - eenvoudig is anders

Wet- en regelgeving
Pim Rank 980x600.jpg

In een arrest van begin dit jaar heeft de Hoge Raad nader bepaald in welke gevallen een faillissementscurator bevoegd is om een girale betaling terug te vorderen van de schuldeiser als deze, na de faillietverklaring van de schuldenaar, vanaf diens bankrekening is voltooid.
 
Door Prof. Mr. W.A.K. Rank, Advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam en Hoogleraar Financieel Recht aan de Universiteit Leiden

 

Door faillietverklaring verliest een schuldenaar de beschikking over zijn vermogen. Een vraag die de gemoederen al jaren bezighoudt is of, en zo ja, onder welke voorwaarden, de curator een door de schuldenaar gedane betaling van de schuldeiser kan terugvorderen als creditering van de rekening van de schuldeiser na de faillietverklaring van de schuldenaar heeft plaatsgevonden, maar de betaalopdracht door of namens deze nog vóór zijn faillietverklaring is gegeven.

In een arrest van 31 maart 1989 oordeelde de Hoge Raad dat de curator een door de schuldenaar betaald bedrag van de schuldeiser kan terugvorderen als de bank van de schuldenaar bij de aanvang van de dag van de faillietverklaring nog niet alle handelingen heeft verricht die zij als opdrachtnemer van de schuldenaar ter effectuering van de betaling aan de schuldeiser gehouden was te verrichten. Door de daarmee verband houdende bewijsproblemen betrof het hier een voor de praktijk uiterst bewerkelijke regel. Bovendien kon de uitkomst verschillen al naar gelang het al dan niet interbancaire karakter van de betaling.

In zijn arrest van 20 maart 2015 heeft de Hoge Raad dan ook een pragmatischer koers ingezet en beslist dat bij faillissementen van na die datum de curator ‘steeds’ het bedrag van een na de faillietverklaring van de schuldenaar op de rekening van de schuldeiser bijgeschreven girale betaling van de schuldeiser kan terugvorderen.

Het arrest van 20 maart 2015 betrof een situatie waarin de rekening van de schuldenaar op de dag van de faillietverklaring een creditsaldo vertoonde. Dit gegeven speelde echter geen rol in de procedure. Uit het arrest blijkt dan ook niet of de reikwijdte van de door de Hoge Raad geformuleerde rechtsregel zich beperkte tot girale betalingen ten laste van een creditsaldo of dat de curator ook terugbetaling van de schuldeiser zou kunnen vorderen wanneer de rekening van de schuldenaar op de dag van de faillietverklaring een debetsaldo vertoonde.

In een arrest van 28 januari 2022 heeft de Hoge Raad zijn standpunt verduidelijkt. In deze zaak ging het om de terugvordering door de curator van een na de faillietverklaring van de schuldenaar voltooide girale betaling waarbij de rekening van de schuldenaar bij de faillietverklaring een negatief saldo vertoonde. De Hoge Raad oordeelde dat de curator een na het intreden van het faillissement aan een schuldeiser betaald bedrag slechts van deze kan terugvorderen, voor zover de betaling heeft geresulteerd in een vermindering van het actief van de boedel dan wel in een vermeerdering van het passief. In het geval van het arrest was daarvan volgens de Hoge Raad geen sprake omdat de rekening bij de faillietverklaring al een debetstand vertoonde en de boedel niet aansprakelijk was voor de toename daarvan na de faillietverklaring.

De Hoge Raad komt hiermee opnieuw met een voor de praktijk uiterst bewerkelijke regel: terugvordering behoort slechts tot de mogelijkheden als de betaling voor de boedel benadelend is geweest. Dat betekent dat dit telkens door de curator zal moeten worden aangetoond, met alle kosten en bewijsproblemen van dien. We zijn dus weer terug bij af.

 

 

Bijlagen