Schroders: Drie inflatiegolven dwingen centrale banken opnieuw tot actie

Schroders: Drie inflatiegolven dwingen centrale banken opnieuw tot actie

Inflation Monetary policy

De wereldeconomie blijkt opvallend weerbaar tegen de schok rond Iran, maar daarmee verschuift de aandacht snel terug naar inflatie. Eerst energie, daarna industrie en mogelijk voedsel kunnen de prijsdruk opnieuw aanjagen. Centrale banken dreigen daardoor langer en harder te moeten ingrijpen dan markten nu voorzien, meent David Rees, hoofdeconoom van Schroders.

De wereldeconomie heeft de schok rond Iran beter doorstaan dan aanvankelijk werd gevreesd. De energiestromen bleven grotendeels op peil en voorraden in de Verenigde Staten, Japan en waarschijnlijk ook China voorkwamen fysieke tekorten. Daardoor bleef de economische groei relatief veerkrachtig. Juist die weerbaarheid verlegt de discussie. Niet een wereldwijde recessie, maar hardnekkige inflatie lijkt opnieuw het belangrijkste risico te worden.

Energie blijft eerste bron van prijsdruk

De energieschok is namelijk niet verdwenen. Een duurzame oplossing voor het conflict tussen de Verenigde Staten en Iran lijkt nog ver weg, als die er al komt. De olieprijs kan daarom voorlopig rond $90 per vat blijven en pas volgend jaar geleidelijk dalen. Dat betekent dat energieprijzen waarschijnlijk tot in het tweede kwartaal van 2027 voor opwaartse inflatiedruk blijven zorgen. Maar energie vormt slechts de eerste van mogelijk drie inflatiegolven.

Ook industrie begint te knellen

De tweede inflatiegolf kan vanuit de industrie komen. Zwakke binnenlandse vraag kan Chinese bedrijven voorlopig beperken in hun ruimte om prijzen te verhogen, maar stijgende producentenprijzen in China zullen uiteindelijk ook in andere landen zichtbaar worden in de prijzen van goederen. Daar komt de investeringsgolf rond kunstmatige intelligentie bij. De enorme vraag naar halfgeleiders, elektriciteit en apparatuur voor datacenters botst steeds vaker op beperkte productiecapaciteit. De kern van het probleem is dat de vraag sneller groeit dan het aanbod kan volgen. Dat kan prijzen langdurig hoog houden.

Voedsel mogelijk volgende inflatiegolf

Een derde inflatiegolf kan in 2027 via voedselprijzen komen. Droogte raakt nu al verschillende belangrijke landbouwgebieden, terwijl zich bovendien een sterke El Niño lijkt te ontwikkelen. In combinatie met eerdere prijsstijgingen voor energie en kunstmest kan dat de voedselinflatie opnieuw aanwakkeren, precies op het moment dat de directe bijdrage van hogere olieprijzen begint af te nemen.

Het risico is daarmee niet één langdurige inflatieschok, maar een reeks opeenvolgende schokken. Zodra de ene bron van prijsdruk afneemt, dient de volgende zich aan. Dat maakt het moeilijker om inflatie structureel terug te dringen.

Centrale banken neigen naar een restrictiever beleid

Hoe langer die prijsdruk aanhoudt, hoe groter het risico dat zij doorsijpelt naar lonen en binnenlandse prijzen. Dat risico verschilt sterk per economie. De Verenigde Staten, Japan en de eurozone lijken het kwetsbaarst voor zulke tweede-ronde-effecten.

Daarmee wordt ook het rentebeleid krapper. De Europese Centrale Bank zal naar verwachting eerder verhogen dan tot voor kort werd gedacht. De Bank of Japan zal waarschijnlijk verder verkrappen. Ook van de Amerikaanse Federal Reserve worden nu drie renteverhogingen verwacht. De Bank of England blijft naar verwachting juist aan de zijlijn.

Obligatiemarkt wordt grootste risico

Voor de Fed zijn de risico’s uitzonderlijk groot onder leiding van Kevin Warsh, nu beleggers nog moeten ontdekken hoe de centrale bank precies op nieuwe inflatiesignalen reageert. Na de onduidelijke communicatie van Warsh tijdens de persconferentie na het rentebesluit van juli bestaat het gevaar dat markten gaan twijfelen aan de vastberadenheid van de Fed om inflatie te bestrijden.

Dat kan vooral aan de lange kant van de obligatiemarkt gevolgen hebben. Als beleggers hogere inflatie en een minder geloofwaardige centrale bank gaan inprijzen, kunnen de rentes op langlopende Amerikaanse staatsobligaties verder oplopen. Zolang de Amerikaanse economie geen duidelijke tekenen van recessie laat zien, ligt daar mogelijk het grootste gevaar voor risicovolle beleggingen: niet een scherpe groeivertraging, maar een centrale bank die de grip op de lange rente verliest.