LFDE: Waarom staatsobligaties terug zijn van weggeweest
2026 zal de beursgeschiedenis ingaan als een kantelmoment. De rentes op staatsobligaties bereiken niveaus die beleggers in de grote ontwikkelde economieën al twintig jaar en in Japan zelfs dertig jaar niet meer gezien hadden.
Op 1 oktober bedroeg de tienjaarsrente om en nabij de 5,3% in de Verenigde Staten, 3,6% in Duitsland, 5,0% in Frankrijk en 3,1% in Japan. 300 tot 500 basispunten meer dan de historische dieptepunten van 2020, stelt, Alexis Bienvenu, portefeuillemanager bij La Financière de l’Échiquier (LFDE).
De ommekeer werd ingezet in 2022. De inflatoire schok die toen de wereld trof, deed de centrale banken agressief de richtrente verhogen. De lange rente volgde, piekte in het najaar van 2023 en zakte vervolgens terug. Dit jaar is die piek echter weer ruim overschreden.
Tegelijk wil een hoge rente niet per se zeggen dat obligaties aantrekkelijk zijn. De vraag is ook of hoge inflatie of verslechterende overheidsfinanciën de waarde ervan niet dreigen uit te hollen.
Reële rente opnieuw sterk positief
Op inflatievlak oogt de situatie redelijk geruststellend. Het prijspeil stijgt in de grote ontwikkelde economieën weliswaar nog steeds met zowat 3%, hier en daar iets meer, maar niets wijst op een langdurige versnelling en de prognoses gaan eerder uit van een stabilisering of zelfs een geleidelijke daling.
Belangrijk is vooral dat de reële rente, gecorrigeerd voor de inflatie, vandaag opnieuw sterk positief is. Zo bieden Amerikaanse aan de inflatie gekoppelde obligaties bijna 2,7% reëel rendement op tien jaar, meer dan op enig ander moment sinds de financiële crisis van 2008. Dat betekent dat beleggers hun geld in obligaties kunnen stoppen zonder zich al te veel zorgen hoeven te maken om de inflatie – tenzij er zich een rampscenario ontvouwt, uiteraard.
Die andere omgevingsfactor, de achteruitgang van de overheidsfinanciën, geeft daarentegen meer reden tot bezorgdheid. Heel wat ontwikkelde landen zitten op een begrotingstraject dat op lange termijn niet houdbaar is. Behalve misschien Frankrijk, dat momenteel in het oog van een obligatiestorm zit, zijn er echter weinig grote landen die op korte termijn hun rating bedreigd zien. De begrotingssituatie is dus zeker bedenkelijk, maar al met al nog niet ontspoord.
Niet dramatisch
De stijging van de looptijdpremie weerspiegelt dat de toestand moeilijk is, maar niet dramatisch. De Federal Reserve Bank of San Francisco schat dat de looptijdpremie – de extra vergoeding die beleggers eisen om op lange termijn geld uit te lenen in plaats van op korte termijn – op een tienjarige Amerikaanse staatsobligatie nu ongeveer 1,4% bedraagt, een niveau dat in de financiële geschiedenis niet ongewoon is, in tegenstelling tot de bijna onbestaande looptijdpremies die we een groot deel van het afgelopen decennium kenden.
Ook onderzoek van de Bank voor Internationale Betalingen bevestigt dat de terugkeer naar hogere rentes vooral aangeeft dat de toestand normaliseert, niet dat de macro-economische fundamenten fors verslechterd zijn.
Obligaties zijn niet plots risicovrije beleggingen geworden. Voor het eerst sinds lang wordt dat risico vandaag echter correct vergoed. De keerzijde van die rentemedaille is dan weer een ongunstig effect op de aandelenmarkten.
Het verwachte winstrendement van de S&P 500 ligt rond de 5% (Bloomberg-consensus), niet zo heel ver van de Amerikaanse tienjaarsrente. Het verschil in opbrengst tussen aandelen en obligaties, dat in het tijdperk van lage rente zo sterk in het voordeel van aandelen speelde, is zo goed als verdwenen.
Dat wil niet per se zeggen dat aandelen minder goed zullen presteren dan obligaties, maar terwijl het winstrendement van aandelen van nature onzeker en volatiel is, is dat van langlopende obligaties zowat gegarandeerd. Dat maakt aandelen in verhouding minder interessant.
Na een tocht door de woestijn van vijftien jaar vormen staatsobligaties dus opnieuw een alternatief voor aandelen. De gevolgen voor de wereldwijde spaarmarkt kunnen verstrekkend zijn: de geldstromen die systematisch naar aandelen vloeiden ten koste van obligaties, kunnen deels rechtsomkeer maken. Dat kan – alle mooie beloftes uit de sector van de artificiële intelligentie ten spijt – een rem zetten op de stijging van de aandelenmarkten. Voor kredietgevers breken hoogtijdagen aan.