DNB: Wat betekenen geopolitieke spanningen voor inflatie?

DNB: Wat betekenen geopolitieke spanningen voor inflatie?

Inflatie Geopolitiek

Geopolitieke spanningen, zoals oorlogen en handelsconflicten, zijn de afgelopen jaren sterk toegenomen. Ze beïnvloeden niet alleen de economie van vandaag, maar vergroten ook de kans op de inflatie van morgen.

Oplaaiende geopolitieke gebeurtenissen hebben effect op inflatie. Ook vergroten ze de onzekerheid rond inflatie. Dit is ingewikkelder dan het op het eerste gezicht lijkt. Internationale crises en conflicten beïnvloeden prijzen via verschillende kanalen, zowel via de vraag- als de aanbodkant.

Sommige effecten stuwen inflatie omhoog, terwijl andere juist een remmende werking hebben. Welke van de twee kanalen, vraag of aanbod, uiteindelijk het zwaarst weegt is daarom een belangrijke vraag bij het verklaren van de hoogte van inflatie nu en in de toekomst.  

Minder aanbod aan de ene kant

Geopolitieke conflicten die leiden tot verstoringen van energiemarkten, handelsstromen en mondiale toeleveringsketens zorgen vaak voor hogere inflatie. Wanneer grondstoffen, energie of producten moeilijker of tijdelijk zelfs niet beschikbaar zijn, ontstaat schaarste, stijgen prijzen en neemt de inflatie toe.

Minder vraag aan de andere kant

Tegelijkertijd zorgen onzekerheid en afnemend vertrouwen ervoor dat consumenten, banken en bedrijven voorzichtiger worden. Investeringen worden uitgesteld, kredietverlening van banken aan bedrijven en consumenten neemt af en de internationale handel, waarmee voor een kleine open economie als de Nederlandse een aanzienlijk deel van het inkomen wordt verdiend, komt onder druk te staan. Daardoor remt de economische groei, neemt de vraag af en dalen prijzen wat juist zorgt voor lagere inflatie.

Schaarste weegt zwaarder

Om te analyseren welke van deze twee tegengestelde krachten domineert heeft DNB onderzoek gedaan naar de economische impact van grote geopolitieke gebeurtenissen. Het gaat om schokken, zoals de aanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten, de oorlog in Irak en de oorlog in Oekraïne.

Inflatie neemt over een periode van 20 maanden met 0,3 procentpunt toe, wat een behoorlijke impact kan hebben gegeven het inflatiedoel van 2% op langere termijn. De industriële productie neemt af met 0,6 procentpunt na 3 maanden. Dat suggereert dat de verstoring van het aanbod bij een geopolitieke schok over het algemeen zwaarder weegt dan de afnemende vraag.

Kans op extreme scenario’s is groter

Voor beleidsmakers is het niet alleen relevant hoe geopolitieke spanningen inflatie vandaag beïnvloeden, maar ook de risico’s rondom de verwachte inflatie. Deze risico’s kunnen in kaart gebracht worden met behulp van scenario’s. In sommige scenario’s valt inflatie zeer hoog uit, in andere scenario’s is inflatie een stuk lager.

Het scenario met zeer hoge inflatie komt slechts in 5% van de gevallen voor; in de overige 95% van de gevallen is de inflatie lager. Omgekeerd geldt dat de inflatie in het ‘zeer lage’ scenario zo laag is dat slechts 5% van de mogelijke uitkomsten nog lager uitvalt.

Geopolitieke spanningen leiden tot een toename in inflatie in het ‘zeer hoge’ inflatiescenario met 0,6 procentpunten na 12 maanden. Maar ook in het ‘zeer lage’ inflatiescenario neemt inflatie toe, met ongeveer 0,3 procentpunten na 12 maanden.

Onzekerheid speelt een grote rol

In het algemeen vergroten geopolitieke spanningen de onzekerheid rond inflatie. Die onzekerheid kan je meten aan de hand van de afstand tussen inflatie in het ‘zeer hoge’ en ‘zeer lage’ inflatiescenario. Hoewel inflatie in beide scenario’s stijgt na een geopolitieke schok, neemt de inflatie in het zeer hoge scenario ongeveer twee keer zo sterk toe. Daardoor lopen de mogelijke inflatie uitkomsten verder uiteen en neemt de onzekerheid rondom toekomstige inflatie toe.

Die onzekerheid blijkt een belangrijke voorspeller van toekomstige inflatie. Hoe groter de onzekerheid vandaag, hoe groter de kans op hogere inflatie de komende maanden en jaren.

Ingrijpen is nodig

Voor centrale banken is dit belangrijke informatie. Want soms kiezen centrale banken voor een zogenoemde 'looking-through'-aanpak. Dat betekent dat zij tijdelijke prijsstijgingen, als gevolg van een aanbodverstoring, niet direct bestrijden met een renteverhoging. Ze gaan er dan van uit dat het effect vanzelf weer verdwijnt zodra het aanbod weer is hersteld.

Dat is bij langdurige geopolitieke spanningen en oplopende inflatie niet verstandig. Als bedrijven, consumenten en werknemers verwachten dat prijzen blijven stijgen, kunnen die verwachtingen zichzelf versterken: werknemers vragen hogere lonen. Bedrijven verhogen prijzen om de hogere loonkosten op te vangen. Daardoor stijgt de inflatie verder. De gevolgen van geopolitieke spanningen kunnen dus relatief lang doorwerken in de inflatie.

Tegelijkertijd is het lastig om één juiste standaardreactie te bepalen. De gevolgen van een handelsconflict verschillen bijvoorbeeld van die van een grootschalige militaire oorlog. Ook de duur van het conflict is relevant, en juist daar is vaak veel onzekerheid over. Daarom is het voor centrale banken nuttig om verschillende economische scenario's door te rekenen en niet alleen naar het basispad te kijken.

Zo heeft de Europese Centrale Bank in haar meest recente raming gebruik gemaakt van een ‘ongunstig’ en ‘ernstig’ scenario, waarin het conflict in Iran langer aanhoudt dan in het basispad wordt aangenomen en energieprijzen langer hoog blijven, en een ‘mild’ scenario, waarin het conflict sneller ten einde komt. Op die manier kunnenbeleidsmakers een betere inschatting maken over de risico's op hogere of lagere inflatie, zelfs als die risico’s nog niet zichtbaar zijn in de gebruikelijke inflatieverwachtingen.

Onrust vergroot inflatierisico’s

Geopolitieke spanningen vergroten de kans op hogere inflatie in de eurozone. Ze zorgen bovendien voor meer onzekerheid over de toekomstige prijsontwikkeling. Door niet alleen naar de verwachte inflatie te kijken, maar ook naar de risico's daaromheen, krijgen centrale banken en beleidsmakers een beter beeld van de uitdagingen die voor hen liggen.