Van Lanschot Kempen: Impact in private debt - hoe dichterbij, hoe krachtiger

Van Lanschot Kempen: Impact in private debt - hoe dichterbij, hoe krachtiger

Private Debt Impact beleggen

Impactbeleggen in private debt draait steeds meer om additionaliteit: maakt het kapitaal echt verschil? Sarah Stols en Rayane Cheniouni van Van Lanschot Kempen leggen uit hoe die vraag hun beleggingsproces stuurt en hoe zij impact- en rendementsdoelstellingen tegen elkaar afwegen.

Door Michiel Pekelharing

Waarom zetten institutionele beleggers bij het generen van impact steeds sterker in op private dan op publieke markten?

Rayane Cheniouni: ‘Wij zien private markten als de beste fit voor impact omdat de belangen van beide partijen hier heel mooi samenkomen. Een bedrijf heeft kapitaal nodig en wij leggen ons voor vijf jaar of langer vast. Omdat deze ondernemingen vaak niet bij banken terecht kunnen, betalen ze een premie en nemen wij meer risico. Daar staat tegenover dat wij rechtstreeks contact hebben met de managers. We begrijpen de business écht, tot en met de lijst van toeleveranciers. Dat is een enorm verschil met een aandeelhoudersvergadering van een beursgenoteerd bedrijf, waar ik in een volle zaal maar moet hopen dat ik mijn hand mag opsteken als ik 0,01% van het kapitaal vertegenwoordig. In private markten is mijn kapitaal additioneel en niet overgenomen van iemand anders. Die nabijheid maakt de betrokkenheid veel directer en veel dieper.’

Sarah Stols: ‘Wij richten ons specifiek op kleine tot middelgrote ondernemingen. De markt duwt grotere bedrijven vanzelf richting banken en kapitaalmarkten. Als je groot genoeg bent, is dat simpelweg de goedkoopste en meest flexibele financiering. Kleine en middelgrote ondernemingen hebben die luxe niet. Wij richten ons op dat segment met als doel deze kredietnemers te helpen uit te groeien tot sterkere bedrijven, die uiteindelijk elders goedkoper financiering kunnen vinden.’

Intentionaliteit is een van de kerncriteria voor impactbeleggen. Hoe kan je als investeerder beoordelen of een manager of bedrijf oprecht impact nastreeft?

Stols: ‘Intentionaliteit is voor ons een gelaagd begrip. Positieve impact en positieve financiële prestaties moeten zowel op bedrijfsniveau als op manager- en beleggersniveau intrinsiek met elkaar verbonden zijn en elkaar bovendien versterken.’

Cheniouni: ‘Het is helemaal mooi als een manager impact rechtstreeks in zijn financiële modellen verwerkt. Want als investeerders zijn we altijd op zoek naar het antwoord op de vraag wat het bijvoorbeeld voor groei, markttoegang en regelgevingsrisico betekent als een bedrijf een klimaatdoel haalt. Onlangs hebben we een manager uitgedaagd op een doelstelling om 30% van een wagenpark elektrisch te maken. Waarom was dat niet 100%? Ze hebben heel scherp uitgelegd dat dit simpelweg niet mogelijk was door de levertermijn van elektrische auto’s en de aanleg van nieuwe laadapparatuur. Dat soort gesprekken leert of de impactambitie oprecht is. Bovendien maakt het ons ook tot nog betere kredietanalisten.’

 

In private markten is mijn kapitaal additioneel en niet overgenomen van iemand anders. Die nabijheid maakt betrokkenheid veel directer en veel dieper.

  

Hoe vertaal je impactambities naar uitkomsten die zowel betekenisvol als vergelijkbaar zijn over zeer uiteenlopende beleggingscategorieën en regio’s?

Stols: ‘Er is een duidelijke beweging richting standaardisering. Op portefeuilleniveau zijn er twee maatstaven die het beste werken over zeer verschillende sectoren heen. We gebruiken de IRIS+-metrics en moedigen managers aan zich daarop aan te sluiten. Daarnaast hebben we ons eigen raamwerk gebouwd dat in kaart brengt welke KPI’s per thema en beleggingscategorie het meest betrouwbaar zijn. Maar cijfers alleen vertellen niet het hele verhaal.

Een omschrijving zoals ‘onderbediende mensen bereikt via gezondheidszorg’ kan zowel betrekking hebben op een diagnostisch laboratorium dat enorme aantallen patiënten bereikt als op een kleine kliniek die slechts een handjevol mensen aan staar-gerelateerde blindheid behandelt. Beide instellingen rapporteren op dezelfde maatstaf, maar de daadwerkelijke impact op het leven van mensen verschilt volledig. Het kwalitatieve verhaal is dus net zo belangrijk als het getal.’

Hoe voorkom je dat ‘additionaliteit’ een containerbegrip blijft? Hoe maak je het een concreet criterium waarop je een investering afwijst of goedkeurt?

Cheniouni: ‘Een mooi voorbeeld is onze werkwijze bij duurzame energieinfrastructuur. Wij streven ernaar te investeren in greenfield-infrastructuur: het financieren van de bouw van nieuwe projecten voor hernieuwbare energie, zodat we bijdragen aan extra capaciteit voor hernieuwbare energie die aan het elektriciteitsnet wordt toegevoegd. Binnen private debt hebben we heel gericht gezocht naar het punt in de levenscyclus van een project waar ons kapitaal het verschil maakt, want niet elke fase is even additioneel. De bouwfase is waar ontwikkelaars het meest mee worstelen. Dan wordt er nog geen kasstroom gegenereerd en is het risico het hoogst. Banken stappen liever in zodra het project operationeel is. Wij werken bij kredietverstrekking voor de bouw van zonne- en windparken in Europa samen met een manager die de markt goed kent. Een typische deal betreft instappen zodra grondrechten en langetermijnenergiecontracten grotendeels geregeld zijn. We komen dus aan boord na de fase met het vroegste, meest risicovolle ontwikkelrisico. Maar we nemen wel meer risico dan bij het financieren van een operationeel park. Daar staat ook een hoger verwacht rendement tegenover. Zodra het park gebouwd en stabiel is, wordt het door een bank tegen veel lagere kosten geherfinancierd. Dan recyclet de manager ons kapitaal naar het volgende project.

 

Cijfers alleen vertellen niet het hele verhaal. Het kwalitatieve verhaal is net zo belangrijk als het getal.

 

In hoeverre komt de balans tussen risico en rendement onder spanning te staan als impact een rol speelt in beleggingsbeslissingen?

Cheniouni: ‘Die spanning is eerder schijn dan werkelijkheid. We hanteren voor onze impactstrategieën hetzelfde risicogewogen rendementsdoel als voor onze reguliere private debt-fondsen. Het is dus niet zo dat we genoegen nemen met een lager rendement, alleen omdat een strategie impactvol is. Als een kans aantrekkelijk oogt vanuit impactoogpunt, maar het risicogewogen rendement, de marktvolwassenheid of het deploymentrisico niet kloppen, investeren we niet, hoe goed het impactverhaal ook is. Als een deal afketst, blijven we wel met managers in gesprek. Zodra de markt volwassen genoeg is en we voldoende gecompenseerd worden voor het risico, stappen we in. Die afweging tussen impact, risico en rendement vormt de kern van onze fiduciaire aanpak. Onze prioriteit is een goede beheerder van het kapitaal van onze klanten te zijn. Juist die discipline beschermt het inkomstenprofiel dat beleggers van private debt verwachten.’

Institutionele investeerders willen graag impact dichter bij huis genereren. Wat drijft die verschuiving en hoe verandert dat de manier waarop u oplossingen bouwt?

Stols: ‘We krijgen inderdaad steeds meer vraag van klanten naar lokale impact. Dat is voor ons aanleiding om de markt goed te verkennen. We konden geen bestaande oplossing vinden die aansloot bij wat onze fiduciaire klanten wilden, dus hebben we er samen met een manager één ontwikkeld, namelijk een op de Benelux gerichte strategie die direct lending en infra debt combineert. Dicht bij huis ziet impact er anders uit dan in opkomende markten. Het draait minder om het bereiken van grote aantallen mensen en meer om een transformatiekloof. Hierbij kan je denken aan het verstrekken van krediet aan Nederlandse en Europese bedrijven voor energiezekerheid, arbeidsparticipatie, toegang tot zorg en wonen. Vooral bij kleinere bedrijven is het nog niet gebruikelijk om impact in kaart te brengen. Zo subsidieert één manager de eerste CO₂-uitstootmeting van een aantal onderliggende ondernemingen, puur om te laten zien hoe waardevol die informatie is. Het is trager en arbeidsintensiever werk, maar precies die nabijheid maakt impactbeleggen in private debt zo krachtig. En het stelt ons in staat die impact zorgvuldig te beoordelen binnen een fiduciair beleggingskader.’

 

IN HET KORT

Private markten zijn bij uitstek geschikt voor impactbeleggen omdat de belangen van beide partijen hier goed samenkomen.

Intentionaliteit is een kerncriterium voor impactbeleggen. Op zowel bedrijfsniveau als managerniveau als beleggersniveau moeten positieve impact en positieve financiële prestaties elkaar versterken.

Dicht bij huis ziet impact er anders uit dan in opkomende markten. Het draait minder om het bereiken van grote aantallen mensen en meer om een transformatiekloof.