Jori Arts: Waarom impactbeleggen de beurs nodig heeft
Column van CFA Society Netherlands
Institutionele beleggers zoeken impact vooral in private markten. Maar om echt op te schalen, zijn de honderden biljoenen op de beurs onmisbaar.
Door Jori Arts, Senior Portfolio Manager bij PGB Pensioendiensten, voorzitter van de Asset Liability Management Committee, en lid van de Advocacy Committee van CFA Society Netherlands
Impactbeleggen is onder institutionele partijen de ‘next frontier’ in duurzaam beleggen. Hun kapitaal stroomt echter vrijwel uitsluitend naar private markten. Impact in beursgenoteerde beleggingen laten pensioenfondsen en verzekeraars grotendeels links liggen. Dat beperkt de potentiële maatschappelijke impact.
Institutionele impactbeleggers negeren de beurs omdat zij vaak twijfelen aan additionaliteit op de secundaire markt. Het Global Impact Investing Network (GIIN) geldt als marktstandaard voor impactbeleggen. Hun leidraad ‘Guidance for Pursuing Impact in Listed Equities’ weerlegt deze twijfel. Impact op de beurs vereist volgens GIIN namelijk geen nieuw kapitaal. GIIN formuleert hiervoor twee kernbegrippen: de ‘Theory of Change’ en de ‘Investor Contribution’. De Theory of Change beschrijft het causale verband tussen een investering en maatschappelijke impact, terwijl Investor Contribution de toegevoegde waarde en de rol van de investeerder in die verandering omvat.
De voorkeur voor private markten heeft duidelijke redenen. Impactbeleggers kiezen vaak bepaalde thema’s, zoals klimaat en biodiversiteit. Dit leidt tot meer geconcentreerde portefeuilles in specifieke marktsegmenten. In private markten accepteren beleggers die concentratie makkelijker, veelal door het gebrek aan een investeerbare referentie-index. Ook bezitten beleggers in private markten vaker een meerderheidsbelang in bedrijven. Daarmee dwingen zij verandering directer af.
Toch schieten private markten tekort om de duurzaamheidstransitie te financieren. De financiële opgave is immers gigantisch. UN Conference on Trade and Development raamt het jaarlijkse investeringstekort voor de SDG’s tot 2030 op zo’n zeven biljoen dollar.1 Wereldwijde private markten omvatten ‘slechts’ 17 biljoen dollar.2 Private markten alleen kunnen deze financieringskloof niet dichten. Publieke aandelen en obligaties (in omvang respectievelijk 127 en 145 biljoen dollar3) zijn daarom onmisbaar. Zowel regulier duurzaam beleggen met ESG-integratie als doelgericht impactbeleggen dragen hieraan bij. Naast de enorme schaal bieden publieke markten unieke voordelen voor het financiële systeem. Zij garanderen dagelijkse liquiditeit en transparantie. Een hogere liquiditeit kan de kapitaalkosten van duurzame ondernemingen verlagen. Dit maakt grootschalige maatschappelijke projecten financieel sneller haalbaar.
Om de systeemvoordelen te benutten, is een Theory of Change nodig. In publieke markten werkt dit onder andere door transitiekapitaal te richten op vervuilende industrieën. Beleggers eisen vooraf concrete doelstellingen, zoals een halvering van de CO₂-uitstoot in 2030 of een herallocatie van kapitaaluitgaven naar schone technologie. Hierdoor krijgt kapitaalallocatie op de beurs een gerichte en meetbare maatschappelijke impact. Actief aandeelhouderschap vormt een belangrijke bijdrage aan de Investor Contribution. In gesprek gaan met bedrijven kan maatschappelijke verandering stimuleren. Dit werkt echter alleen bij voldoende drukmiddelen als verandering uitblijft. Aandeelhouders moeten beschikken over stemgewicht en geloofwaardige escalatiestrategieën. Zonder de bereidheid tot stemmen tegen het bestuur of verkoop blijft de daadwerkelijke impact beperkt. Daarnaast moeten beleggers scherper zijn op een meetbaar verandermodel en een geloofwaardig actieplan hebben om impactwashing te voorkomen.
1 United Nations Conference on Trade and Development, The Costs of Achieving the SDGs
2 McKinsey, Global Private Markets Report 2026
3 Securities Industry and Financial Markets Association, Capital Markets Factbook 2025