SSIM: De link tussen AI-gedreven productiviteitsgroei en inflatie
De mogelijke impact van kunstmatige intelligentie (AI) op de productiviteit en de daaruit voortvloeiende effecten op inflatie en rente zijn uitgegroeid tot een centrale vraag voor macro-economen en centrale bankiers.
De redenering dat AI de productiviteit verhoogt en daardoor leidt tot lagere inflatie, houdt volgens State Street onvoldoende rekening met hoe die productiviteitswinst in de economie terechtkomt. Daarmee plaatst de vermogensbeheerder vraagtekens bij de visie van Fed-voorzitter Kevin Warsh dat AI structureel desinflatoir zal werken.
Zolang bedrijven de voordelen vooral gebruiken voor hogere marges of lonen, en de sterke investeringsvraag rond AI de economie juist aanjaagt, is lagere inflatie niet het meest waarschijnlijke scenario. In haar nieuwste artikel onderzoekt Simona Mocuta, hoofdeconoom van State Street Investment Management, welke scenario’s voor AI-adoptie denkbaar zijn en wat deze betekenen voor beleggers.
Drie scenario’s voor AI-adoptie
De effecten van de toepassing van AI kunnen grofweg worden ingedeeld in drie scenario’s. Deze sluiten elkaar niet uit en kunnen tegelijkertijd voorkomen in verschillende sectoren of zich in verschillende fasen van de adoptie voordoen. In de praktijk zien we waarschijnlijk elementen van alle drie de scenario’s terug en zal de economie zich over tijd tussen de scenario’s bewegen.
Implicaties voor beleggers
- AI verhoogt de productiviteit: Op taakniveau is er sterk bewijs voor productiviteitswinst, al kan het even duren voordat die zichtbaar wordt in macro-economische cijfers.
- Hogere productiviteit betekent niet automatisch lagere inflatie: Het effect hangt af van de mate waarin bedrijven marges vast houden (“margin retention”) on het doorberekenen van de productiviteitswinst (“pass-through”). Vooralsnog lijkt het eerste de overhand te hebben.
- Op korte tot middellange termijn is er opwaartse druk op de rente: Vooral de sterkere investeringsvraag, hogere inflatieverwachtingen en extra financieringsbehoefte voor AI kunnen de nominale rente opdrijven.
- Maar het scenario van lagere rentes blijft mogelijk: Dat wordt waarschijnlijker als de investeringsimpuls afzwakt, besparingen toenemen of productiviteitswinsten op taak-niveau niet leiden tot een hogere trendgroei.
- Ook desinflatie is mogelijk, maar geen basisscenario: Een lagere inflatie wordt waarschijnlijker als productiviteitswinsten breder worden gerealiseerd en sterker worden doorgegeven in lagere prijzen, of als de totale vraag aanzienlijk verzwakt.
- Kortom: Op korte termijn is de kans groter dat inflatie en nominale rentes hoger uitvallen dan verwacht, dan dat ze lager uitvallen.