Han Dieperink: De rotatiecorrectie

Han Dieperink: De rotatiecorrectie

Aandelen
Han Dieperink (credits Cor Salverius Fotografie)

Door Han Dieperink, geschreven op persoonlijke titel

Na de sterke stijging van IT-aandelen zoeken beleggers nu ook kansen in andere sectoren. Industrie, financiële waarden en zelfs nutsbedrijven profiteren daarvan. Deze rotatie wordt soms uitgelegd als het begin van het einde voor technologie. Dat is een misverstand. Tegelijk duikt bij sceptici een nieuw argument op: niet de koersen zouden een bubbel vormen, maar de winsten zelf. Deze zogenaamde winstbubbel verdient een kritische blik.

Correctie in chipaandelen hoort erbij

De Philadelphia Semiconductor Index (SOX) kwam in juli in een officiële correctie terecht: een daling van meer dan tien procent vanaf de piek. Dat klinkt dramatisch, maar het volgt op een stijging van bijna 128 procent in twaalf maanden. Na zo'n rit is een adempauze normaal en zelfs gezond. Opvallend is dat de hele AI-hausse vrijwel volledig door winstgroei is gedragen en niet door hogere waarderingen. De koers-winstverhouding op basis van de verwachte winst is de afgelopen jaren zelfs gedaald, terwijl de winsten fors stegen. De markt gedraagt zich dus eerder voorzichtig dan euforisch.

De Koreaanse hefboom versterkt de beweging

Waarom voelt de correctie dan zo heftig? Het antwoord ligt voor een groot deel in Zuid-Korea. Koreaanse particuliere beleggers hebben een recordbedrag van ruim 38 biljoen won, zo'n 22 miljard euro, aan margeleningen uitstaan, geconcentreerd in grote KOSPI-fondsen, vooral de geheugenmakers Samsung en SK Hynix. Daar komen populaire hefboom-ETF's op losse aandelen bij. Toen de koersen daalden, volgden verplichte bijstortingen en gedwongen verkopen. De KOSPI staat inmiddels zo'n 27 procent onder de piek van juni, terwijl de Koreaanse export in juni met bijna 71 procent groeide, het sterkste tempo in bijna vijftig jaar, juist dankzij de vraag naar geheugenchips. Gedwongen verkopers kijken niet naar fundamenten, alleen naar hun schuld. Het resultaat is dat Koreaanse large caps nog maar rond de zeven keer de verwachte winst noteren, terwijl de waarderingen in de sector sinds 2023 ongeveer zijn gehalveerd.

Het einde van de subsidie is het begin van het verdienen

Sceptici wijzen erop dat het tijdperk van gesubsidieerd AI-gebruik voorbij is. Jarenlang boden makers van AI-modellen hun diensten ver onder kostprijs aan. Nu stappen steeds meer diensten over op prijzen per gebruik. Dat klinkt als slecht nieuws, maar het tegendeel is waar. Beleggers klagen al drie jaar dat AI wel kosten maakt, maar geen omzet oplevert. Precies nu komen die verdienmodellen op gang. Bovendien werkt de wet van Jevons: wanneer technologie het gebruik van een grondstof efficiënter maakt, daalt het totale verbruik niet, maar stijgt het juist. Jevons zag dit in de negentiende eeuw bij steenkool: zuinigere stoommachines leidden tot méér kolenverbruik. Wanneer rekenkracht goedkoper wordt, explodeert de totale vraag naar chips en energie, omdat bedrijven AI op steeds meer processen toepassen.

Het gebruik explodeert, ook bij Chinese modellen

Een tweede zorg is dat goedkope Chinese open-sourcemodellen AI tot een nutsvoorziening maken, zoals elektriciteit. Voor beleggers in de bredere AI-keten is ook dat eerder gunstig dan bedreigend. Elektriciteit werd ook een commodity, maar de vraag naar centrales, netwerken en apparaten groeide daardoor alleen maar. Ook Chinese modellen draaien op rekenkracht in datacenters, gevuld met chips en geheugen. Het verwijt dat grote techbedrijven vooral omzet bij elkaar creëren, houdt evenmin stand. Achter de hyperscalers staan miljoenen bedrijven en consumenten die AI in hoog tempo omarmen. Het wereldwijde tokenverbruik, de maat voor daadwerkelijk AI-gebruik, steeg van ruim elf miljard per week in 2024 naar meer dan vijftien biljoen nu, bijna 1.400 keer zoveel. De sterk stijgende omzet van de hyperscalers is simpelweg het spiegelbeeld van dit gebruik.

Het aanbod kan de vraag jarenlang niet bijbenen

Wie denkt dat het slecht gaat in de sector, moet naar de resultaten kijken. Micron leverde een van de beste kwartalen ooit, met marges van circa 85 procent, en ziet tot ten minste 2028 geen moment waarop het aanbod van geheugenchips de vraag kan bijbenen. SK Hynix noemde 2027 mogelijk het krapste jaar in de geschiedenis van de sector. ASML verhoogde dit jaar al twee keer de omzetverwachting; het geheugensegment groeide in de eerste helft van 2026 met ruim 53 procent. Ook de spelregels veranderen: producenten sluiten vijfjarige contracten met vooruitbetalingen en prijsafspraken. De cyclus verdwijnt niet, maar wordt langer en voorspelbaarder. Historisch perspectief helpt hier. Tijdens de internetrevolutie vervijfvoudigde de wereldwijde chipverkoop in reële termen tussen 1992 en 2000. Sinds begin 2025 staat de teller op zo'n tachtig procent groei. Gemeten aan het internettijdperk heeft deze hausse dus nog een lange weg te gaan.

Omarm de verbreding, maar verkoop AI niet

De rotatie op de beurs is goed nieuws, en de correctie in chipaandelen is vooral het gevolg van winstnemingen en Koreaanse hefboomposities, niet van een zwakkere vraag. Van een winstbubbel is geen sprake, de schulden blijven laag en de markt weigert juist om hogere waarderingen te betalen. De verdienmodellen komen op gang, de vraag naar rekenkracht overtreft het aanbod nog jaren en de goedkoopste toegang tot AI ligt bij de hyperscalers. Gebruik de rotatie om de portefeuille te verbreden, maar blijf belegd in de structurele groei van kunstmatige intelligentie.