MFS: Hongarije, Zuid-Afrika, Uzbekistan en Guatemala in beeld

MFS: Hongarije, Zuid-Afrika, Uzbekistan en Guatemala in beeld

Opkomende markten

Veel opkomende landen hebben de laatste tijd hun valutareserves aangevuld en de inflatie weten in te perken. Bovendien zijn de effectieve rentes nog altijd hoog. Dat zet zowel obligaties in harde valuta als obligaties in lokale valuta weer op de kaart bij beleggers. Dat stelt obligatieportefeuillemanager Ward Brown van vermogensbeheerder MFS.

Veel opkomende economieën staan er volgens Brown anders voor dan enkele jaren geleden. India en Indonesië hebben hun valutareserves vergroot, waardoor zij schokken op de valutamarkt beter kunnen opvangen.

'In Latijns-Amerika hebben hogere beleidsrentes en begrotingsdiscipline de drempel tot de kapitaalmarkt verlaagd. In delen van Centraal- en Oost-Europa is de inflatie sneller teruggelopen en zijn de lokale obligatiemarkten verder ontwikkeld.'

Brown vindt het opmerkelijk dat de dollar nauwelijks terrein won na het uitbreken van de oorlog met Iran. Dat roept volgens hem de vraag op of de Amerikaanse munt nog altijd dezelfde status als veilige haven geniet als tijdens eerdere geopolitieke crises.

Voor zijn verwachting dat de dollar weer terrein prijsgeeft, noemt Brown vier redenen: 'De dollar staat nog altijd hoog ten opzichte van andere belangrijke valuta, veel beleggers hebben omvangrijke dollarposities opgebouwd en de Verenigde Staten kampen met zowel grote begrotingstekorten als aanhoudende tekorten op de lopende rekening. Daarnaast lijkt de Amerikaanse regering weinig bezwaar te hebben tegen een zwakkere dollar. Een zwakkere dollar werkt vaak in het voordeel van opkomende markten. Kapitaal stroomt dan gemakkelijker naar deze landen, waardoor lokale valuta kunnen stijgen en valutareserves verder groeien. Ook nemen de kosten van rente- en aflossingsverplichtingen af voor landen die in dollars hebben geleend.'

Volgens Brown profiteren vooral obligaties in lokale valuta van een dalende dollar. 'Beleggers ontvangen niet alleen rente, maar kunnen ook profiteren van een stijging van de lokale munt. Daarnaast leidt een zwakkere dollar vaak tot hogere grondstoffenprijzen. Dat is gunstig voor veel opkomende economieën die afhankelijk zijn van de export van olie, metalen of landbouwproducten. Voor Nederlandse pensioenfondsen en andere institutionele beleggers kan schuldpapier uit opkomende markten daardoor opnieuw een rol spelen als bron van inkomen en spreiding binnen de obligatieportefeuille.'

Binnen het segment van lokale valuta noemt Brown Zuid-Afrika en Hongarije. Hongarije wordt in veel obligatie-indices tot de opkomende markten gerekend, ondanks het EU-lidmaatschap.

'Het land deelt die plek met andere landen in Centraal- en Oost-Europa, zoals Polen en Tsjechië. Het inkomensniveau, de omvang en liquiditeit van de financiële markten en de economische en valutarisico's worden door beleggers anders beoordeeld dan die van ontwikkelde markten. Volgens Brown bieden Zuid-Afrika en Hongarije hoge reële rentes in combinatie met een geloofwaardiger inflatiebeleid.'

Bij obligaties in harde valuta wijst Brown op landen als Uzbekistan en Guatemala. Volgens hem genieten deze landen een BB-rating met een relatief lage staatsschuld en een gezond begrotingsbeleid. 'Beleggers ontvangen er een relatief hoge rente (carry). Bovendien kan de risico-opslag op deze obligaties verder afnemen', besluit Ward.