Harry Geels: The end of banking (as we know it)

Harry Geels: The end of banking (as we know it)

Artificial Intelligence Private Debt Technologie Banken

Door Harry Geels

Professor Campbell Harvey kondigde recent het eind van de banken als businessmodel aan als gevolg van vier ontwikkelingen. Het is een interessante visie, maar zo snel zal het waarschijnlijk niet gaan. Regulatoire inertie en politieke belangen zullen banken nog lang overeind houden.

De klassieke bankenlogica staat volgens professor Campbell Harvey van Duke University onder druk door vier krachten die elkaar versterken: fintech, private credit, stablecoins, en AI. Elk van deze ontwikkelingen op zichzelf is al voldoende om het speelveld te veranderen, maar samen vormen ze een structurele uitdaging voor het verdienmodel van banken. Wat ooit een stevig verankerde combinatie was van sparen, betalen en kredietverstrekking, valt door nieuwe, efficiëntere spelers uiteen in losse onderdelen.

In een recente post beschrijft Harvey deze vier ontwikkelingen. Hij begint met een klaarblijkelijke ergernis, namelijk die van de veel te lage spaarrente. De meeste banken vergoeden nog niet eens de helft van de geldmarktrente. Dat is geen toeval, maar een gevolg van marktmacht. Grote banken kunnen het zich permitteren om deposito’s nauwelijks te belonen, juist omdat overstappen frictie kent en alternatieven niet voor iedereen even toegankelijk zijn. Het is dus hoog tijd dat er meer concurrentie komt.

Fintech

De eerste ontwikkeling die Harvey noemt, is fintech, wat overigens een verre van homogene sector is, maar een verzameling van gespecialiseerde subsegmenten die elk een deel van de bank ‘aanvallen’. In payments hebben spelers als Adyen en Mollie de gebruikersinterface en marges naar zich toegetrokken, in lending concurreren crowdfunding- en private credit‑platforms met banken doordat ze kapitaal directer alloceren en sneller structureren.

Wat betreft vermogen zetten robo‑advisors en beleggingsapps banken onder druk, terwijl in infrastructure (BaaS, API’s, KYC/AML‑tools) nieuwe partijen juist de achterkant van banken overnemen. Daarbovenop komen stablecoins en embedded finance, die bankfuncties volledig loskoppelen van de bank zelf en integreren in andere ecosystemen (platformen, e‑commerce). De rode draad: fintech verlaagt frictie, verhoogt transparantie en knipt het bankmodel op in losse, concurrerende bouwstenen.

Harvey vergeet echter te melden dat banken zich ook tegen fintech wapenen en wel langs drie lijnen. Ten eerste door zich te herpositioneren als platform en infrastructuur (open banking, API’s, Banking‑as‑a‑Service). Ten tweede door zelf zwaar in technologie (en AI) te investeren om de klantinteractie te verbeteren. Ten derde benutten ze hun regulatoire (systeem)positie om vertrouwen, schaal en kredietcreatie te behouden. Banken trachten te bewegen van alles‑in‑één aanbieder naar spil in een breder financieel ecosysteem.

Private credit

Private credit vormt waarschijnlijk wel de meest directe aanval op het traditionele bankmodel, omdat het precies datgene overneemt wat banken historisch uniek maakte: kredietverlening. Kredietfondsen van andere partijen dan banken verstrekken rechtstreeks leningen aan bedrijven, zonder de balans- en liquiditeitsbeperkingen van banken, en met meer flexibiliteit in looptijden, convenanten en structuur. Dat slaat vooral aan in het mid-market en leveraged finance segment.

De opmars is spectaculair: de wereldwijde private credit markt is gegroeid tot circa $1,7–2 biljoen en vervijfvoudigd sinds 2009. In specifieke niches is de verschuiving al ver gevorderd: bij leveraged buyouts financierde private debt in 2024 ongeveer 77% van de deals (tegen nog maar 23% voor banken). Tegelijk blijft het in Europa op macro‑niveau nog relatief beperkt: banken hebben nog altijd circa 76% marktaandeel in kredietverlening, al is dat wel zo’n 10 procentpunt lager dan vóór de financiële crisis.

Ook hier reageren banken niet passief. Ze concurreren waar nodig (bij grotere en meer liquide deals) en werken ook samen door private credit-fondsen te financieren of deals gezamenlijk te structureren. Daarmee verschuift hun rol deels van directe kredietverstrekker naar financier van het private credit-ecosysteem. Onderstaande grafiek toont de stijging van ‘bank lending’ aan private credit-fondsen. Eventuele problemen in private credit, zoals we die nu zien, krijgen dus zo ook hun weerslag bij de banken.
 

Stablecoins

Stablecoins vormen potentieel de meest fundamentele bedreiging voor banken, omdat zij het bankmodel in de kern raken: het aantrekken van goedkope deposito’s. In essentie doen stablecoin‑uitgevers precies wat banken doen — ze nemen geld aan, investeren het (in veilige assets zoals staatsobligaties) en verdienen daarmee rente — maar (vooralsnog) zonder die opbrengst te delen met de klant. Nu komt de crux: er zijn steeds meer partijen die zogeheten ‘yield‑bearing stablecoins’ willen uitgeven.

Precies daar ligt dé systeemimpact: spaargeld kan in één klik verschuiven van bankbalansen naar tokenized geldvormen, wat de financieringsbasis van banken uitholt. Het is niet verrassend dat banken zich hier fel tegen verzetten. In het Amerikaanse debat rond de CLARITY Act lobbyen zij expliciet om te voorkomen dat stablecoins rente mogen uitkeren, uit angst voor grootschalige ‘deposit outflows’. Tegelijk proberen sommige banken zich aan te passen door zelf tokenized deposits te ontwikkelen.

Artificial intelligence

AI ontwricht het bankmodel doordat het niet één product vervangt, maar de kostenstructuur en informatievoorsprong van banken uitholt. Traditioneel leunen banken op hun vermogen om risico te beoordelen — kredietanalyse, pricing, monitoring — en dat vertaalt zich in marges. AI maakt die kennis echter schaalbaar en goedkoop: kredietbeoordeling, fraude-detectie en zelfs financieel advies worden steeds meer commoditized en daarmee toegankelijk voor niet-banken.

Tegelijk verschuift de concurrentie naar de voorkant: degene die de klantrelatie bezit (denk aan platformen of neobanken met AI‑gedreven interfaces) wint, terwijl de bank dreigt te degraderen tot balansleverancier op de achtergrond. Banken kunnen zich overigens ook hiertegen wapenen, door AI bijvoorbeeld offensief in te zetten: niet alleen om kosten te verlagen, maar om hun data-voordeel te benutten in betere risicomodellen en gepersonaliseerde dienstverlening.

Tot slot een uitsmijter

Vier krachten — fintech, private credit, stablecoins en AI — knagen aan het fundament van het bankmodel. Harvey beschrijft deze dynamiek scherp en overtuigend. Toch onderschat zijn analyse de tegenkrachten. Banken zijn geen passieve verliezers, maar investeren in technologie en werken steeds vaker samen met hun eigen ‘disruptors’. Tegelijk verdedigen zij hun machtspositie met succes via lobby en via een regulatoire omgeving die eerder stabiliteit dan disruptie beloont.

Daarnaast spelen politieke belangen een rol. Banken zijn transmissiemechanismen van overheids- en monetair beleid. Zo voeren ze de poortwachtersfunctie (onder andere ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering) uit. Ook bij onconventioneel beleid, zoals QE, zijn banken cruciaal: centrale banken kunnen liquiditeit creëren, maar zijn afhankelijk van banken om die via kredietverlening in de reële economie te laten landen. Banken vertalen bovendien het rentebeleid van centrale banken naar spaarrentes, hypotheekrentes en kredietvoorwaarden. ‘De bankensector is een insider business geworden’.

Maar alle bescherming heeft een houdbaarheidsdatum. De geschiedenis leert dat technologie uiteindelijk wint van frictie en institutionele inertie. De vraag is dus niet óf, maar hóe het bankmodel verandert. Mijn eerder uitgesproken prognose blijft staan: banken gaan uiteindelijk op in bredere ecosystemen, waarin Big Tech de klantrelatie en de interface domineert en banken gereguleerde balans- en infrastructuurleveranciers worden. Niet het einde van banken dus, maar wel het einde van de bank zoals wij die nu kennen.

Dit artikel bevat een persoonlijke opinie van Harry Geels