Invesco: ETF’s winnen aan populariteit in Wtp-portefeuilles
Onder de Wtp wordt portefeuillebeheer dynamischer en neemt de behoefte aan flexibiliteit toe. Dat vraagt om instrumenten waarmee pensioenfondsen snel, efficiënt en nauwkeurig kunnen bijsturen. Bieden ETF’s hiervoor een oplossing? Volgens Jan Willem van Stuijvenberg, Onafhankelijk Investment Consultant met focus op Risk, Rates & LDI, en Jolien Brouwer, Senior Client Director ETF bij Invesco, ontwikkelen ETF’s zich van een tactisch hulpmiddel tot een structurele bouwsteen in portefeuillebeheer.
Door Harry Geels
Welke rol kunnen ETF’s onder de Wtp spelen in de portefeuille?
Jan Willem van Stuijvenberg: ‘Onder de Wtp is het veel belangrijker geworden om de portefeuille frequent, snel en nauwkeurig bij te sturen. De gewenste asset allocatie – met name de verhouding tussen matchingen returnportefeuille – verandert immers maandelijks door verschillen in rendement, lifecycle-effecten en kasstromen zoals premie-inleg en uitkeringen. Omdat afwijkingen direct kunnen leiden tot ongewenste effecten, zoals gemist rendement voor jongeren of een onbedoelde herverdeling tussen generaties, is het cruciaal om zo dicht mogelijk bij de beoogde allocatie te blijven. In dat speelveld verwacht ik dat ETF’s een prominentere rol gaan spelen. Ze zijn liquide, intra-day verhandelbaar, operationeel eenvoudig en beschikbaar voor een breed scala aan beleggingscategorieën. Daarmee zijn ze bij uitstek geschikt voor de terugkerende maandelijkse bijsturing onder de Wtp, vooral in segmenten waar geen futures beschikbaar zijn, zoals Europees high yield en EMD. Met indexfondsen zou dat eventueel ook kunnen, maar die bieden geen intra-day handel en vereisen administratieve inschrijving. Indexfondsen bieden – in het kader van bijsturing – vooral een oplossing wanneer er geen ETF’s bestaan voor het betreffende segment. De nadelen van futures zijn in dit verband nog het rollmanagement en de variation margin. ETF’s bieden in veel gevallen dus de beste combinatie van flexibiliteit en uitvoerbaarheid. Daarmee krijgen zij niet alleen een tactische of tijdelijke functie, maar juist ook een structurele rol in het beheer van Wtp-portefeuilles.’
Jolien Brouwer: ‘Uit ons onderzoek komt naar voren dat ETF’s in de meeste gevallen ook interessanter – lees goedkoper – zijn dan vergelijkbare futures. Het bijzondere is dat ETF’s ooit buiten Nederland zijn begonnen als overbruggingsoplossingen. Verder zien we dat er voor de institutionele markt steeds meer maatwerk-ETF’s worden ontwikkeld, juist ook voor de strategische allocaties. Ze zijn dus multifunctioneel.’
Helaas worden soms goede beleggingsproducten of ideeën terzijde gelegd omdat ze te moeilijk uitlegbaar zouden zijn.
Kunnen ETF’s een nuttig instrument zijn in de transitiefase naar de Wtp?
Van Stuijvenberg: ‘Om dezelfde reden dat ETF’s een prima instrument zijn om structureel mee bij te sturen, kunnen zij – in beperkte mate – ook worden ingezet om vanuit de FTK-allocatie snel en efficiënt richting de Wtp-allocatie te gaan. Ook zie ik een rol voor ETF’s bij tijdelijke de-risking voor het invaren. Dit doen sommige fondsen om de dekkingsgraad te stabiliseren en zo te voorkomen dat men onder de kritieke invaardekkingsgraad komt. Omdat ETF’s funding vragen, zal de rol hier wel beperkter zijn dan bij de continue bijsturing onder Wtp. Futures, swaps, aandelenputs en swaptions liggen meer voor de hand.’
Brouwer: ‘Het is belangrijk om van tevoren vast te stellen naar welke risico’s precies gekeken wordt, bijvoorbeeld liquiditeitsrisico’s of het risico geen blootstelling te hebben aan een bepaalde markt of risicopremie. De specifieke kenmerken van ETF’s kunnen het dan wél aantrekkelijk maken om ze in de transitiefase in te zetten, zeker als futures geen alternatief zijn.’
Waarom beleggen Nederlandse institutionele partijen meer in indexfondsen dan in ETF’s, terwijl dat internationaal anders is?
Brouwer: ‘De Nederlandse institutionele wereld kent historisch gezien een voorkeur voor mandaten. Er heerst wellicht ook het idee dat ETF’s retailproducten zouden zijn. Ook horen we regelmatig het vooroordeel dat ETF’s minder geschikt zijn om duurzaam mee te beleggen. Verder wordt regelmatig onterecht gesteld dat kleinere ETF’s minder liquide zijn. Tot slot wordt er nog vaak gedacht dat synthetische replicatie niet veilig zou zijn. Met educatie kunnen die misconcepties makkelijk worden weggenomen. Zo is er een groeiend aanbod van duurzame ETF’s. We kunnen feitelijk voor iedere duurzame index een ETF bouwen. De liquiditeit van een ETF hangt af van de liquiditeit van de onderliggende beleggingen. En synthetische ETF’s zijn tegenwoordig net zo veilig als fysieke en hebben zelfs additionele voordelen.’
Tijdens de GFC was er wel handel in obligatie-ETF’s, maar nauwelijks nog in de onder liggende obligaties. ETF’s bieden een extra liquiditeits laag voor beleggers.
Wat kun je nog meer vertellen over synthetische ETF’s?
Brouwer: ‘We zien het relatieve aandeel van synthetische ETF’s aan belang winnen. Doordat het indexrendement contractueel wordt geleverd door een tegenpartij, is de tracking doorgaans nauwkeuriger en voorspelbaarder, met minder tracking difference dan bij fysieke replicatie, zeker in minder liquide of moeilijk toegankelijke markten. Daarnaast kunnen synthetische structuren efficiënter zijn qua kosten en belasting, bijvoorbeeld doordat dividendlekkage wordt beperkt bij bepaalde exposures. Verder hebben we via een mandje aandelen altijd meer dan 100% onderpand in een eigen ecosysteem – de zogeheten ‘unfunded swap’ – en gaan we de onderliggende ‘return swaps’ niet met één maar met vijf partijen aan. De UCITS-regelgeving is, tot slot, ook zo streng dat de vooroordelen jegens synthetische ETF’s ongegrond zijn. De uitdaging zit ‘m ook hier in educatie: we moeten institutionele partijen in staat stellen de replicatie goed te begrijpen en goed uit te leggen. Het is niet voor niets dat de grootste ETF van Invesco een synthetische is.’
Van Stuijvenberg: ‘Ik vind die preoccupatie met ‘alles kunnen begrijpen en uitleggen’ in de institutionele wereld wel een beetje doorgeslagen. De consument die een auto koopt, hoeft de onderliggende techniek immers ook niet volledig te doorgronden om een verantwoorde keuze te kunnen maken. Analoog hieraan kan een pensioenbestuurder de juiste afweging maken tussen kosten, rendement en risico zonder daarbij de onderliggende techniek tot in het kleinste detail te beheersen. Dat laatste is vooral aan de adviseurs die de bestuurder in staat stellen een goede afweging te maken. Helaas worden soms goede beleggingsproducten of ideeën terzijde gelegd omdat ze te moeilijk uitlegbaar zouden zijn.’
Een ander vooroordeel is dat ETF’s in tijden van stress weleens een andere koers kunnen geven dan de onderliggende beleggingen.
Brouwer: ‘Het idee dat ETF’s in stresssituaties ‘losraken’ van de onderliggende waarde is inderdaad een hardnekkig maar onjuist vooroordeel. Wij benadrukken juist dat de prijsvorming van ETF’s wordt ondersteund door zogenaamde Authorised Participants (AP’s). Dit zijn grote, gespecialiseerde marktpartijen – meestal banken of market makers – die ETF’s creëren en ‘redeemen’ en via arbitrage ingrijpen als de koers van een ETF afwijkt van de waarde van de onderliggende portefeuille: ze kopen of verkopen de onderliggende beleggingen en wisselen die om tegen ETF-aandelen, of andersom. Dit mechanisme zorgt ervoor dat de ETF-koers doorgaans snel terugbeweegt naar de intrinsieke waarde. In periodes van stress kan de ETF-koers tijdelijk afwijken van de laatst bekende waardering van de onderliggende assets, maar dat betekent niet dat de ETF ‘fout’ geprijsd is. Integendeel, in tijden van onrust in de markt weerspiegelt de ETF dan vaak juist sneller de actuele marktcondities dan de onderliggende effecten. Leuk feitje: tijdens de Great Financial Crisis was er wel handel in obligatie-ETF’s, maar nauwelijks nog in de onderliggende obligaties. ETF’s bieden een extra liquiditeitslaag voor beleggers.’
|
IN HET KORT Onder de Wtp krijgen ETF’s een grotere rol door hun liquiditeit, flexibiliteit en geschiktheid voor frequente portefeuillebijsturing. ETF’s kunnen worden ingezet tijdens de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel, bijvoorbeeld voor tijdelijke allocatie-aanpassingen. Nederlandse institutionele beleggers geven historisch de voorkeur aan mandaten en indexfondsen, mede door hardnekkige misvattingen over ETF’s. Synthetische ETF’s bieden voordelen op het gebied van tracking, kosten en belastingefficiëntie. ETF’s kunnen in stressperiodes juist extra liquiditeit bieden en geven vaak sneller inzicht in actuele marktwaarderingen. |
|
Beleggingsrisico’s De waarde van beleggingen en de daaruit voortvloeiende inkomsten kunnen fluctueren (dit kan onder meer het gevolg zijn van wisselkoersschommelingen), en beleggers kunnen minder terugkrijgen dan het oorspronkelijk geïnvesteerde bedrag. Belangrijke informatie Deze marketinguiting is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de Nederlandse professionele pers. Deze is niet bestemd voor, en mag niet worden verspreid onder, het algemene publiek. Alle gegevens zijn per 30042026, tenzij anders ermeld. Dit document is marketingmateriaal en vormt geen financieel advies. Het is niet bedoeld als een aanbeveling om een bepaalde activaklasse, effect of strategie te kopen of te verkopen. Wettelijke vereisten met betrekking tot de onpartijdigheid van beleggingsaanbevelingen of strategieën zijn niet van toepassing. Evenmin gelden er beperkingen ten aanzien van transacties voorafgaand aan publicatie. Standpunten en meningen zijn gebaseerd op de huidige marktomstandigheden en kunnen aan verandering onderhevig zijn. Uitgegeven door: Invesco Management S.A., President Building, 37A Avenue JF Kennedy, L1855 Luxemburg, gereguleerd door de Commission de Surveillance du Secteur Financier (CSSF), Luxemburg. EMEA 5499774 |
Lees het interview in het digitale magazine